Tom America, anarchist in hart en nieren

Foto: Tom America.

Muzikant en voormalig tekendocent Tom America (67) maakte in de jaren ’60 deel uit van de eerste generatie jongeren die zich massaal afzette tegen autoriteit. Een decennium later was hij de frontman van de Tilburgse punkband Gasphetti. “Vroeger was je bereid om je idealen uit te dragen.”

“De huidige generatie jongeren is niet zo van de demonstraties”, merkt America op. “Het is allemaal erg pragmatisch. Carrière, inkomen, misschien een gezin… Lekker leven, geen idealen. Niets moest veranderen, het was er allemaal al in de jaren ’90. Waar moest je nog voor demonstreren?” In die tijd was de Berlijnse Muur net gevallen en stortte het communisme in. “Maar het is nu weer erg spannend.”

Stones, Beatles en Cruijff

Tom America weet waar hij over praat. De in het Limburgse Valkenburg opgegroeide muzikant maakte als tiener mee hoe bands als The Rolling Stones, The Beatles, protestzangers als Bob Dylan en ook sporters als Johan Cruijff de wereld voorgoed veranderden. In de tijd dat jongens lang haar lieten groeien, experimenteerden jongeren met drugs en luisterden zij naar de eerste popmuziek. De seksuele revolutie liet haar sporen na en de kerken stroomden massaal leeg.

In de jaren ’50 vond de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog plaats. Vader verdiende het inkomen, moeder zorgde voor de kinderen. Iedere zondag ging het gezin trouw naar de kerk en kinderen respecteerden het gezag van hun ouders. Tien jaar later was Nederland enigszins hersteld van de gevolgen van de Duitse bezetting. Jongeren kregen bijbaantjes, konden een plaatje kopen en gingen uit. De eerste bandjes traden op en de hippiecultuur was in volle gang.

Zelf was de in 1949 geboren America geen ‘hardcore hippie’, zoals hij het zelf omschrijft. Maar ook hij experimenteerde. “Op een gegeven moment ga je je eerste hasjiesj kopen. En op mijn zeventiende hoorde ik dat je de binnenkant van een banaan moest afschrapen, in de oven verbranden en fijnmalen. Daar zou je dan een kick van krijgen. Natuurlijk was dat niet zo, maar ik was naïef en probeerde het.”

Seks

“Ik las stiekem Ik, Jan Cremer.”

“De seksuele revolutie was in volle gang. Boeken en films bevatten veel meer naaktheid en expliciete seksualiteit. Romans van Jan Cremer mocht je niet lezen voor de lijst. Toen mijn vader Ik, Jan Cremer kocht, destijds een vrij schokkend boek, las ik het stiekem. Je kreeg het gevoel dat er een wereld op je wachtte.”

“De pil was in opkomst. Jongens en meisjes konden eindelijk neuken zonder het risico dat er kinderen kwamen. Dat kon daarvoor nooit! In de jaren ’50 en daarvoor had je erg veel ‘moetjes’. Als je je vriendinnetje zwanger maakte en niet gehuwd was, moest je verplicht trouwen van je ouders. Daar kwamen veel slechte huwelijken uit voort. Een leuke meid voor één keer, maar niet voor langere tijd. Er werden ook veel kinderen afgestaan voor adoptie. Mijn nicht raakte zwanger en deed dat ook, om de schande te verbergen.”

Opstandig

“Ik liep weg van huis omdat ik naar de kapper moest.”

“Op de middelbare school, de HBS in Maastricht, werd een klasgenoot van mij een geschorst omdat hij een roze broek droeg. En de directeur stond soms bovenaan de trap om te kijken of het haar van jongens niet te lang werd. ‘Je moet wel naar de kapper’, zei hij. Het moest opgeschoren zijn. Zelf ben ik ooit drie dagen weggelopen van huis, omdat ik naar de kapper moest. Mijn vader gaf me vijf gulden, die gooide ik weg. Uiteindelijk overtuigden mijn vrienden me om toch maar terug te komen.”

“Het kan nog gekker. Bij het Valkenburgse huis-aan-huiskrantje zochten ze jongeren die wat konden schrijven. Ik schreef een compleet verzonnen interview met een Chinese homo over zijn wereldbeeld. Daar stond met koeienletters ‘Tom America’ onder. Mijn moeder schaamde zich kapot en riep mij huilend bij zich.”

“Het was in die tijd nog nooit eerder vertoond dat jongeren zich massaal tegendraads gingen gedragen. Ouders wisten zich geen raad, zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt. Vrienden van mijn ouders hadden ook rebelse kinderen. Ze moesten het wel accepteren, deze beweging was te groot om nog te keren. Uiteindelijk waren mijn ouders erg schappelijk. Mijn vader was handelaar in leer en schoenen, het was logisch geweest als ik iets met economie was gaan doen. Maar ik wilde naar de kunstacademie en mijn ouders hebben mijn studie betaald, en ik werd tekenleraar. Daar hebben we nooit conflicten over gehad.”

Religie

“God was gewoon weg!”

“Toen ik zeventien was, las ik De Walging van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre. God was gewoon weg! Op mijn veertiende was ik eigenlijk al geen praktiserend katholiek meer. Jongeren lazen boeken en zagen films en kregen informatie die zich keerde tegen religie. Voor de Tweede Wereldoorlog durfde je niet uit de kerk te stappen, je zou je uit de mainstream verwijderen. Als je ruzie had met de dominee, had je ook problemen met de christelijke bakker. Alles was verweven met de macht van het geloof.”

“De autoriteit en hiërarchie van de kerk paste ook niet meer in het tijdsbeeld van de jaren ’60, het sprak totaal niet meer aan. Omdat ze niet de enigen waren, durfden meer mensen uit de kerk te stappen. Er was veel meer welvaart, je hoefde nergens meer voor te bidden. Een nieuwe heup of knie is nu heel normaal, vroeger kon je je dat niet voorstellen.”

“Maar in de jaren ’60 was de ontkerkelijking zo massaal, het was niet meer te stoppen. De katholieke kerk heeft het tij nooit kunnen keren. De enige plek waar het christelijke geloof nu nog steeds een grote rol speelt, is op de Biblebelt. Bij hardcore gereformeerden is er veel meer weerstand van ouderen tegenover jongeren. Daar kun je nog steeds niet uitstappen, ze slaan je verrot als je afvallig bent.”

Muziek

“Het voelde alsof je in een ondergrondse beweging zat.”

“Je ging met je eigen generatie een nieuwe wereld in. Je dacht dat je dat met enkelingen deed, maar dat was niet het geval. In 1970 ging ik naar het Isle of Wight Festival. Met een half miljoen mensen luisterde je naar The Doors en Jimi Hendrix. Je voelde je onderdeel van een leger.”

“De ouders van een vriend van mij hadden een grote villa. Omdat zijn ouders hem nauwelijks in de gaten hielden, maakten we van de kelder een feestkelder. Toen we die aan het opleuken waren, werden de eerste opnamen van het Beatles-album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band uitgezonden op Radio London, denk aan het nummer Lucy In The Sky With Diamonds. Het voelde alsof je in een ondergrondse beweging zat.”

“Na de hippietijd in de jaren ’60 ontstond de punk in de jaren ’70. Zelf zat ik in het bandje Gasphetti, waarvan Doe Maar-zanger Henny Vrienten gitarist was. De punkbeweging was een somber hippiedom. De muziek was harder en was gespeeld-agressief, maar net als de hippiebeweging was de punkcultuur activistisch en links. We demonstreerden tegen kruisraketten, probeerden van niets iets te maken en veel punkers woonden in kraakpanden.”

Millennials

“Jongeren hadden een baan en inkomen, waarom zou je dan nog demonstreren?”

“Na de tijd van de hippies en punkers was er een periode van welvaart in de jaren ’90. Er was weinig activisme meer onder jongeren. Jonge mensen hadden een baan en een inkomen. Ze konden lekker leven en hadden geen idealen. Waarom zou je dan nog demonstreren?”

“Het is niet alleen het demonstreren. De krakersbeweging is compleet weg. In de jaren’70 en ’80 waren daar veel punkers in actief. Er waren toen ook vrouwenhuizen in de Tweede Feministische golf. Als je nu in Utrecht of Amsterdam probeert te kraken, kom je bij iemand binnen. Er zijn bijna geen leegstaande panden meer te vinden in de steden.”

“In de jaren ’90 en ’00 was alles er al. Je hoefde nergens voor te demonstreren, er hoefde niets te veranderen. Maar kijk eens hoe spannend het nu weer is! Het enthousiasme van twintig jaar geleden is compleet verdampt, we leven in een erg onzekere tijd. Maar millennials zijn niet gewend dat ze ergens voor moeten vechten. Vroeger was je bereid om je idealen uit te dragen. Je stemde op de Pacifistisch Socialistische Partij, je ging naar bijeenkomsten, je had interesse in kunst en las moeilijke boeken. De meeste jongeren van nu weten er weinig meer van.”

“De tijdsgeest is sowieso veel individualistischer. Tegenwoordig woont iedereen op zichzelf, opa en oma wonen in een zorgcentrum en niet bij jou thuis. Individualisme betekent dat je geen anderen nodig hebt. Vroeger vormden jongeren samen één beweging, maar nu is iedereen met de smartphone bezig.”

De oude protestgeneratie

“Het vlammetje dooft uit, je gelooft het wel.”

“Ook mijn generatiegenoten werden milder. Ze trouwden, kregen kinderen, kregen te maken met scheidingen, alcoholisme, misschien ziekte… Je wordt milder. Het vlammetje dooft uit, je gelooft het wel. En natuurlijk verzadiging. Alles wat je nodig had, was er al. Degenen die activistisch bleven, waren vaak mensen aan de zijkant van de samenleving. Kijk maar naar Armand, de protestzanger die vorig jaar overleed. Hij is altijd een hippie gebleven, en is nooit echt rijk geworden van zijn muziek. Hij is gebleven wat hij was, omdat het een rare vent was, op een mooie manier. Onaangepast.”

“Ik heb achttien jaar voor de klas gestaan als tekenleraar. Je moet op tijd opstaan, dingen voorbereiden, werk nakijken en naar vergaderingen. Dat is niet goed voor je opstandigheid. Ik ben geen alcoholist en er staan geen deurwaarders voor de deur. Ik heb een gedisciplineerd leven. Maar ik blijf anarchistisch en ben nog steeds eerder onaangepast dan normaal.”

“Veel generatiegenoten uit de muziekwereld teren op dingen die ze vroeger deden. Doe Maar speelde op haar reünieconcerten alleen de bekende hits, allemaal tussen 1980 tot 1984 geschreven. Ze hadden één nieuwe plaat, maar die speelden ze nauwelijks. Het publiek wil de bekende nummers horen, verder niets. Ik heb diverse muziekstijlen ontwikkeld en achter me gelaten, wel met een link naar de vorige stijl. Je begint met iets simpels en probeert daar iets van te maken. Ik begon met punk, speelde het nummer I Dunno, ik wist niet waar ik het over moest hebben. Langzaam maar zeker kreeg ik onderwerpen met de new wave-band MAM. En nu werk ik met spraak en zet gedichten op muziek. Mijn muziek spreekt geen gigantisch publiek aan, ik speel niet voor volle zalen. Maar ik doe het niet voor het geld. Ik maak muziek omdat ik vind dat ik die moet maken, het is inspiratie.”

Toekomst

“Onvrede is de ultieme voedingsbodem voor extreemrechts.”

“De generatie van nu krijgt het zwaar. Er is al oorlog in het Midden-Oosten. We hebben te maken met klimaatverandering. Er is voedselschaarste. In Afrika is er al te weinig te eten. In Europa nog wel, maar hoe lang nog? Dat gaat tot conflicten leiden. Er is veel onvrede, dat is helaas de ultieme voedingsbodem voor extreemrechts.”

“Het is goed dat Duitsland en Nederland veel vluchtelingen opvangen, erg nobel. Maar de vluchtelingen worden niet goed verdeeld over de lidstaten van de Europese Unie. Hongarije vangt bijvoorbeeld niemand op. Dat land is lid van de EU, maar is niet loyaal naar de andere lidstaten. Het is een akelig, rechts land met veel kaalkopjes. Wij gaan helaas ook steeds meer die kant op.”

“Er is veel morrend volk dat op mensen als Geert Wilders en Donald Trump stemt. Die twee zeggen de ergste dingen, maar het stemvolk pikt alles. Nu Trump de Amerikaanse verkiezingen gewonnen heeft, kun je verwachten dat het compleet misgaat. Ik vrees het ergste voor de huidige generatie jongeren. Maar nu gaan ze ineens wél massaal de straat op. Misschien is dat wel het enige positieve aan deze situatie, want we hebben met z’n allen niets geleerd van het verleden. Amerika heeft de leider gekregen die het verdient. Adolf Hitler werd ook democratisch gekozen, en we weten allemaal hoe dat afliep.”

Reageer op dit artikel