Toon Braat: niet de snelste, wel de meest ervaren

‘NAC gewonnen, hè?’ Toon Braat (88) verwelkomt zijn bezoek met een brede glimlach. ‘In de’n leste minuut’, grinnikt hij. Toon is een echte Bredanaar, een harde werker en opa, maar bovenal een sportman.

‘Boksen, judo, zwemmen, schaatsen, wielrennen en marathon lopen. Alleen zwemmen en schaatsen heb ik niet in wedstrijdverband beoefend.’ Toon heeft aardig wat sporten verkend in zijn leven. Met boksen begon hij op zijn twaalfde, door zijn oudste broer, Jan. ‘Zonder hem was ik er misschien nooit aan begonnen.’ Op zijn 27ste werd hij Brabants bokskampioen in de gewichtsklasse lichtweltergewicht. ‘Van de twintig bokswedstrijden heb ik de helft gewonnen. Om en om’, lacht hij.

Marathonlopen

Hoewel hij jaren in de boksschool heeft versleten, blijft marathonlopen zijn favoriete sport. Toon was 45 jaar oud toen hij zijn eerste marathon liep. ‘In 1975 was dat. In drie uur en twaalf minuten.’ De man van 88 jaar oud staat op en loopt naar de kast onder de televisie. Uit de lade haalt hij een inmiddels verkleurd A4-kladblok. Losse bladeren vallen op de grond. ‘Hier staan alle tijden in die ik heb gelopen.’ Op volgorde zijn alle marathons genoemd; in welk jaar, op welke locatie en de finishtijden. Bij de wat langzamere tijden staan hier en daar wat krabbeltjes, ‘ziek’ of ‘hartklachten’.

Niet brutaal genoeg

Toon heeft in een tijdspan van twaalf jaar 36 marathons gelopen, waarvan hij er 35 heeft uitgelopen. ‘Bij één moest ik er verplicht uit. Honderden tegelijk moesten eruit. Op 35 kilometer moesten we op twee uur en dertig minuten zitten, maar ik zat daar zes minuten overheen. Omdat ik anders te laat binnen zou komen, werd ik weggestuurd. De eindtijd stond op 03:15:00, dat zou ik gehaald hebben.’ De oud-marathonloper vertelt dat de officials in een rij stonden met hun armen gespreid, zodat de lopers er niet meer langs konden. Sommigen doken onder de armen van de officials en liepen gewoon verder. ‘Een aantal daarvan zijn ook binnen de drie uur en een kwartier geëindigd. Maar ik was niet brutaal genoeg. Anders had ik ‘m uitgelopen, dat weet ik zeker.’

Toon was eigenlijk ziek die dag. Hij was bij mensen blijven slapen, omdat Toon de dag voor de marathon nog wilde trainen. Op de dag zelf was hij veel te vroeg in het stadion bij de start. ‘Ik had uren in de zon gezeten, op zo’n bankje. Toen was ik eigenlijk al niet lekker. Maar toen ik eruit moest, begon ik pas weer goed te lopen. Helemaal fit, de pijn was weg. Maar ja, ik was niet brutaal genoeg.’ Zelfverwijt hangt om Toon heen wanneer hij eraan terugdenkt.

02:57:19

De beste marathon die Toon liep was de marathon in Maastricht. ’02:57:19’, zegt hij direct. Het mag dan al vele jaren geleden zijn, Toon weet het nog precies. ‘Mijn zoon had de laatste ronde met mij meegelopen. Een paar zijn er toen maar binnen de drie uur geëindigd’, vertelt hij met trots. Die marathon in Maastricht was de beste die hij had gelopen, maar in het kladblok staan meer tijden rond die drie uur: 03:01, 03:03, 03:05. Naarmate de jaren verstrijken, beginnen de tijden op te lopen.

‘Ik heb heel wat afgelopen, hoor’, zucht hij. ‘Ik trainde tussen de tachtig en honderd kilometer per week. Als training voor de marathon in Tilburg liep ik vanuit huis of het werk naar Tilburg en weer terug. Ik nam altijd een paar boterhammen mee naar mijn werk, en in plaats van dat ik ’s avonds ging eten, deed ik mijn trainingsbroek aan en dan ging ik. Ook als het donker was. In de hagel, sneeuw. Levensgevaarlijk eigenlijk, in de polder.’ Toon werkte toen bij de krant de Stem, op het hoofdkantoor in Breda. Elf jaar als teletypist, de andere elf als corrector. ‘Maar ik kon eigenlijk niet typen. Ik had van wat fooiengeld een boekje gekocht en daar heb ik het van geleerd.’ Hij heeft daarvoor wel vijftien baantjes gehad, vertelt hij.

‘Ik heb marathons gelopen dat ik maar twee uur ’s nachts geslapen had. Dan werkte ik ’s nachts op de redactie, want de krant moest vroeg in de ochtend de deur uit. Vaak werkte ik de middag er nog bij. En na de nachtdienst rende ik dan een marathon, om vervolgens weer een nachtdienst te draaien.’

Meest ervaren

Breed hadden ze het niet in het gezin van Toon. De zolen van zijn loopschoenen had hij opgeknapt met stukjes rubber van autobanden. En als er een keer mooie schoenen in de uitverkoop waren, maar net een maat te klein, rekte Toon de schoenen uit met een stuk bezemsteel. Een keer had Toon voor niets een loopoutfit gekregen. ‘In de krant zouden ze toen een advertentie zetten met ‘de beste marathonloper uit Breda’, zegt Toon, ‘maar nee, dat ben ik niet. Als je dan een advertentie moet plaatsen, zei ik toen, zeg dan ‘de meest ervaren marathonloper uit Breda’. De snelste was ik niet, maar ik was wel de man met de meeste marathons op zijn naam.’

De laatste marathon liep de Bredanaar in Sittard, in 1987. Hij had een beenblessure. ‘Toen had ik een end gewandeld nog.’ Tot zijn 75ste heeft Toon intensief gesport. Nu nog steeds is hij er elke dag mee bezig. ‘Die sprint van Mattieu van der Poel gister’, zegt hij enthousiast, ‘geweldig hè.’

Reageer op dit artikel