Vissersdorp Urk

De ziltige geur van zeelucht dringt samen met een visgeur mijn neus binnen wanneer ik langs de kade van Urk loop. Een meeuw krijst, wat me gelijk het gevoel geeft op de set van een Michiel de Ruyterfilm beland te zijn, mede door de vissershuisjes om me heen. Visnetten liggen opgestapeld langs de kade. Het vissersmonument bij de vuurtoren van Urk laat een vervelende kant van de geschiedenis zien, de omgekomen vissers worden hier herdacht. Niet ver hiervandaan is de ‘Legende van een Urker geboorte’ te zien en te lezen, weer gaat het over de zee. De band tussen beide is niet te missen.

De koude zeelucht begint pijn te doen aan mijn neus, dus ik besluit een cafeetje in te duiken voor een warme kop thee. Met een ongeplande omweg langs het museum van Urk valt ook hier de band tussen Urk en de visserij op, een vissershuisje is te bezoeken. Vervolgens komen er ook weer veel elementen terug van het vissersdorp Urk in het cafeetje: miniaturen van boten staan in het café, een roer van een boot hangt aan de muur en ook hangt er een vissersnet aan het plafond.

Wanneer ik mijn thee tegen twaalven afreken, kom ik Hessel de Vries tegen, een visser. Hij is opgegroeid in Urk en vissen zit in zijn bloed: zijn vader, diens vader en ook diens vader zaten allemaal in de visserij, dat gaat helemaal terug tot de achttiende eeuw. Hessel zit inmiddels in zijn joggingbroek aan zijn derde biertje aan de bar. Over twee weken vliegt hij naar Liverpool en gaat daar weer de zee op om te vissen. ‘’Dan komen we aan boord en vaart de schipper meestal in twee uur eerst naar de visgronden toe. Dan zetten wij de netten in, om de tweeënhalf uur komen die naar boven. We legen de zakken bij de verzamelplek voor de vis en dan gaan we de vis sorteren en strippen. Vervolgens halen we de ingewanden eruit. Daarna gaan ze in het ijs. Na zes à zeven dagen, 24 uur lang, gaan we naar binnen en lossen we de zaak, dat gaat met een vrachtwagen naar Urk toe en hier wordt het verkocht. We doen af en toe wel een slaapje hoor, maar we gaan dag en nacht continue door.’’

Afgelopen jaren heeft de visindustrie het niet makkelijk gehad. Quotums werden ingevoerd, de pulsvisserij werd verboden, vissersgrondgebieden werden kleiner door de windmolenparken die het ministerie neer wil zetten. Het wordt steeds moeilijker om het beroep uit te oefenen. ‘’Het ziet er niet eh… nee,’’ stamelt Hessel. ‘’Er zijn bedrijven met een kotter of zes à zeven, maar dat zijn echt mensen met het meeste geld. Die kijken naar duurzaamheid, ze bouwen nu nieuwe schepen met het oog op de toekomst. Kleine bedrijfjes hebben er meer moeite mee dus het kan best wezen dat die overgenomen worden door de grote.’’

De visserij is door verschillende oorzaken gekrompen, zo ook in Urk. ‘’Als je het vergelijkt met vijftien of twintig jaar geleden, toen had je nog een vloot van honderd schepen. Inmiddels zijn er door saneringsronden, het quotum, gasolie en visprijzen veel familiebedrijven kapot gegaan. Die hebben hun vangstrechten verkocht of ze zijn ingenomen door de staat, die mensen gaan op zoek naar ander werk. Het is jammer dat de bedrijfstak zo kapot gegaan is.’’ Het wordt volgens Hessel ook moeilijker voor de Urkers door het verbieden van de pulsvisserij. ‘’Dat verbod is te gek voor woorden. Pulsvisserij is heel energiezuinig en nu moet er weer met zware kettingen over de grond gevist worden. Dat kost gewoon 50% meer brandstof. Met deze visprijzen hakt dat er lekker in, want de bemanning krijgt een deelloon, dus als er meer gasolie gebruikt wordt, des te minder loon ze krijgen.

Hessel durft te zeggen dat wel zo’n 30% van het twintigduizend koppen tellende dorp in de visindustrie zit. In de buurtbus richting Urk viel dit ook al op. Het ene visbedrijf na het andere kwam voorbij op het industrieterrein waar de bus over reed. ‘’De visserij is belangrijk voor Urk. Het dorp is groot geworden dankzij de visserij. Alles wat je hier ziet, hebben we aan de vissers te danken.” Er is nog wel opvolging, maar niet meer zoveel als vroeger. ”Velen schakelen over op Filipijnse bemanningsleden want er is een bemanningstekort. De jeugd ziet er geen toekomst meer in.’’ De toekomst ziet er voor de kleinere familiebedrijven dus niet heel rooskleurig uit. De kans dat zij overgenomen worden door de grotere bedrijven is groot. Het is dus nog maar de vraag hoelang Urk een echt vissersdorp blijft.

Reageer op dit artikel