Van Amsterdam naar Athene met Annemarie

Ik struikel over uitstekende tassen en benen in het gangpad op mijn weg naar stoel 30A. Het is de allerlaatste rij stoelen in het vliegtuig. Licht geïrriteerd door de drukte vind ik mijn plek. Een mevrouw kijkt op van haar tijdschrift. Ze glimlacht naar mij.

 Het is een grijze slanke dame van rond de 70. Ze heeft veel lachrimpels, een lichte huid en een blos op haar wangen. Eenvoudig gekleed in een zwart T-shirt en een strakke spijkerbroek. Ze draagt een ketting gemaakt van een leren touwtje met een rode edelsteen eraan; het trekt meteen mijn aandacht. De dame heet Annemarie. Ze is een gepensioneerde pianolerares uit Lochem. ‘Waar gaat jouw reis naartoe?’, vraagt ze mij en ik geef antwoord en stel haar dezelfde vraag. Vier uur later zijn we nog niet uitgepraat overde liefde, muziek, reizen, cultuur, maar vooral de liefde.

 Annemarie en ik zijn allebeionderweg naar Athene. Eenmaal daar zullen onze wegen scheiden. We gaanallebeiop familiebezoek, maar op verschillende eilanden. Annemarie is onderweg naar Chios, een eiland in de Egeïsche Zee. Daar woont haar broer met zijn vrouw. Hij is een gepensioneerd kunstenaar. Hij is wel nog iedere dag druk met kunstprojecten in de ongerepte natuur van het eiland. Broer en zus zullen elkaar weer zien na twee jaar,maar Annemarie wil vooral veel op zichzelf zijn en lange wandelingen maken. Ze is sinds vier jaar weer alleen. Vanaf haar 55etot haar 66ewas ze met Emilio, een man die toen ze jong was al een oogje op haar had. ‘Hij is mijn eerste liefde en vooralsnog ook mijn enige.’ Annemarie kijkt even voor zich uit en lacht dan naar me. ‘Maar ik heb wel een mooi leven als vrijgezel hoor’.

De tijd vliegt net zo hard als het vliegtuig, we zijn alweer halverwege. We vliegen ergens boven de Balkan. Ik wil niet al te brutaal zijn met mijn vragen. Ik vind dat niet zo netjes bij oudere mensen. Maar Annemarie is heel open en vertelt uit zichzelf.

 Het liefdesverhaal
‘Emilio kwam vanuit Griekenland voor zijn studie architectuur naar Nederland rond zijn 20e’, begint ze als ik vraag hoe ze haar liefde heeft ontmoet. ‘Hij raakte bevriend met mijn ouders via de universiteit. Liever was hij in Griekenland gebleven omdat hij maar moeilijk kon aarden in Nederland. Terugkeren was lastig door het strenge regime dat regeerde in het land in de jaren ’60 en ’70. Hij bleef daarom in Amsterdam en trok veel op met mijn familie. Emilio en ik waren van dezelfde leeftijd en konden het goed vinden met elkaar. Mijn ouders zagen iets opbloeien tussen ons twee, ik zelf echter niet’.

Annemarie bleef single en Emilio trouwde met een Griekse dame. Hij bleef wonen en werken in Nederland en kreeg een dochter, Daphne. Na dertig jaar huwelijk overleed zijn echtgenote en bleek dat hij Annemarie nog altijd niet vergeten was. Hij zocht haar op en nam haar mee uit eten.

 Af en toe kijk ik uit het raam om het landschap onder ons te zien. Het was een heldere dag zonder enige bewolking. Mijn gedachten dwalen af naar de tijd waarin Annemarie jong was. Ik probeer mij haar voor te stellen in wat toen de mode was. Hoog getoupeerde haren en wijde broekspijpen zoals we die nu ook dragen.

Emilio vertelde Annemarie vaak dat hij haar altijd al leuk vond. Zij dacht dan dat hij grapjes maakte. ‘Tot dat ik een jaar geleden door mijn moeders dagboeken bladerde. Ze had er veel. Ik vond een pagina uit 1969 waarin ze Emilio noemde. We waren toen allebei rond de 20. Hij vroeg mij mee uit die avond. Ik heb vriendelijk ‘nee’ gezegd.’

Ik moet een beetje lachen en Annemarie vertelt door.

‘Toch schreef mijn moeder dat ik hem niet geheel onaantrekkelijk vond, maar simpelweg geen zin had in een date. Ik had nooit successen in de liefde, het leek niet te passen in mijn leven,’ ze excuseert zich ondertussen voor haar spreken met volle mond. De stewardessen hebben ons net lunch gebracht; casinowitjes met Griekse schapenkaas.

De jaren samen met Emilio
Annemarie was inmiddels dik in de 50 toen Emilio weer in haar leven kwam. Nadat ze ‘ja’ zei en mee uit ging met Emilio, waren de twee al snel een koppel. ‘We hadden het heel goed samen. Hij was een gepassioneerd man. Zeker als het over Griekenland ging. We hebben samen meerdere reizen gemaakt naar zijn vaderland.’

Toen ik vroeg of hij er ook uitzag als een echte Griek, liet Annemarie foto’s zien van toen ze samen op vakantie waren. Foto’s van zo’n tien jaar geleden. Emilio was een tanige man, gebruind door de zon met nog wat opzij gekamde grijze haren. Hij had een brede, grote neus, met lichte ogen en donkere wenkbrauwen. Naar mijn mening een typische Griek qua uiterlijk.

‘Emilio kon ook af en toe zijn Griekse temperament tonen.Vooral wanneer hij zijn mening gaf over mijn vrijgezellenbestaan dat ik voor hem leidde. Zo kon hij maar niet begrijpen hoe ik een aantal jaar met een vriend in Spanje kon wonen zonder een liefdesrelatie met hem te hebben. Nog erger vond hij dat wij als een soort zigeuners rondreisden daar’, vertelt verder. Daarna valt weer even een stilte.

‘Ik heb alleen maar warme gevoelens dus het is niet erg als ik er af en toe moet huilen omdat hij er niet meer is’, zegt ze dan. ‘Hij was niet lang ziek’, vertelt ze verder. ‘Hij liep wel al een poosje met klachten, maar wilde niet naar de dokter. Dat wilde hij nooit. Hij was eigenwijs en bang voor de dokter. Toen zijn dochter en ik hem eindelijk zo ver hadden om voor onderzoek naar het ziekenhuis te gaan, bleek dat ze niet veel meer voor hem konden doen. Hij had uitgezaaide longkanker. Daphne, zijn dochter, en ik zijn heel veel bij hem geweest en hebben uiteindelijk mooi afscheid kunnen nemen. Zijn grote wens was om begraven te worden in Griekenland. Dat is gelukt. Zijn graf ligt in het vaste land, Ioannina om precies te zijn’.

Het vliegtuig zet de landing in. Zo’n twintig minuten later komt het signaal ‘riemen los’ en onze medepassagiers sprinten naar hun koffers om vervolgens een halfuur in de rij te staan. Annemarie en ik blijven nog zitten en praten rustig verder. We wisselen contactgegevens uit. ‘Het lijkt me hartstikke leuk om eens af te spreken in Nederland’, zegt ze terwijl we op de trap het vliegtuig lopen. ‘Dat lijkt mij ook heel gezellig’, zeg ik. ‘Ik kom u opzoeken in Lochem.’ Nu moet ik haasten om mijn overstap te halen. Ik geef Annemarie een knuffel en ben er vandoor.

 

Reageer op dit artikel