Waarom er zo’n groot verschil tussen landelijke coronasterftepercentages zit

COVID-19 grijpt inmiddels als een wild vuur om zich heen, en de hoeveelheid besmettingen rijzen de pan uit en ook het sterftecijfer neemt alleen maar toe. Er was echter iets aan die cijfers dat niet leek te kloppen. De verhoudingen van besmettingen tot het aantal sterfgevallen is vreselijk inconsequent. En daarmee bedoel ik niet dat die per land met een paar cijfers achter de komma verschilt. De gaten zijn veel groter. Waardoor komt dat?

Om een mogelijk antwoord op die vraag te geven, worden drie landen onder de loep genomen: Duitsland, die een laag sterftecijfer van 0,97% heeft, Nederland, dat met een sterftecijfer van 8,3% boven het gemiddelde van 4,7% uitsteekt, en Italië dat met 11,3% ook een groot sterftecijfer heeft.

Vereenvoudige weergave van het sterftepercentage, op basis van de cijfers van John Hopkins University van 30 maart 2020

Er ligt daarbij een focus op drie factoren; De eerste reactie van de respectievelijke overheden zodra het virus binnen de grens werd geconstateerd, de geïntroduceerde maatregelen om de verspreiding in te dammen en de effectieve middelen die de landen ter beschikking had om voor geïnfecteerden te kunnen zorgen.

Nederland was een van de laatste landen waar het coronavirus voet aan wal zette, de eerste patiënt werd op 28 februari vastgesteld. Alvorens die werd vastgesteld, had de overheid het virus in haar vizier. Zo werd COVID-19 als een A-ziekte geclassificeerd, wat betekent dat infecties direct gemeld moeten worden bij de instanties, ook werd het reisadvies naar Italië aangescherpt. Zodra het duidelijk werd dat er een besmetting in Nederland had plaatsgevonden, stond Rutte in direct contact met Bruno Bruins, de toenmalige minister van Volksgezondheid. Nog geen week later werden de eerste maatregelen voorgeschreven omdat de herkomst van meerdere gevallen niet meer te traceren was. Iets meer dan twee weken na de eerste besmetting, op 14 maart, werd de ‘sociale isolatie’ ingevoerd.

Italië was er zelfs nog sneller bij in haar reactie op het nieuws dat er coronabesmettingen in het land waren aangetroffen. Op 31 januari, nog dezelfde dag dat de infecties waren vastgesteld, werd de noodsituatie aangescherpt. Ook werden alle vlucht van en naar China afgezegd. Al snel werden er twee clusters van besmettingen geconstateerd in de noordelijke provincies Lombardije en Veneto. Toen bleek dat het aantal besmettingen in een periode van drie dagen van 3 naar 78 steeg en ook niet meer te herleiden was naar zogeheten ‘importgevallen’, werden vijftigduizend Italianen in quarantaine geplaatst.

Duitsland daarentegen was relatief laat met het nemen van vergelijkbare maatregelen. Het eerste Duitse coronageval was op 27 januari en rond die tijd was de Duitse overheid van mening dat het coronavirus een ‘zeer klein risicogeval’ was. En dat ‘onnodig testen geen zin had, zeker als dat wordt gebaseerd op foutieve data.’ Ook werd beweerd dat de griepgolf van 2018 erger was dan COVID-19. Dit werd zeer snel veroordeeld door Duitse wetenschappers, die de regering beschuldigde van bagatelliseren. Het virus bleek de rol van ‘klein risico’ ook goed te spelen, zo was er een periode van negen dagen waarin er geen nieuwe gevallen werden geconstateerd, voordat het roer omsloeg en Corona haar ware aard liet zien aan het Duitse volk en werd eind februari alle openbare ruimtes verboden terrein voor Duitse burgers. In die zogenaamde rustige tijd zat de Bundestag niet stil er werd er welgeteld 23 miljoen euro opzij gezet om de bestrijding van het coronavirus succesvol te laten verlopen.

De Duitse reactie had slecht kunnen uitpakken en voor grotere problemen kunnen zorgen, maar de overheid zag op tijd in dat het onderschatten van een onzichtbare vijand, zoals het coranavirus, niet de juiste aanpak was. Het grote fonds dat ze opzij hadden gezet, werd gebruikt om 160.000 tests per dag uit te voeren. Per dag! Voor context, er werden dagelijks net zo veel mensen getest als Nijmegen inwoners heeft. En dat heeft ook geholpen bij het detecteren van coronagevallen die anders onder de radar zouden gebleven. Normaliter blijven de milde gevallen van een ziekte, infectie of pandemie buiten beschouwing. Dit zijn de mensen die geen symptomen hebben, maar wel besmet zijn, de ‘dragers’. Deze komen nu wel naar boven, door het intensieve testen van de Duitse regering.

Dee verschillende effecten van het coronavirus. De cijfers zijn alleen ter illustratie van de mogelijke verhouding en niet gebaseerd op daadwerkelijke metingen.

Zowel Nederland als Italië gebruikten een andere methodiek bij het testen van mogelijke besmettingen, zij keken alleen naar zieken die de symptomen van COVID-19 vertonen. De ‘dragers’ is in die landen komen nauwelijks terug in de respectievelijke cijfers, waar alleen de hevigere gevallen de dodelijke slachtoffers in worden betrokken in de cijfers.

Dit zou een mogelijke verklaring kunnen zijn voor het gegeven dat de verhouding tussen het Duitse besmettings- en sterftecijfer en die van andere Europese landen. Door het intensieve testen op corona, verhoogt het aantal besmettingen ‘artificieel’ verhoogd ten opzichte van de landen die de ‘dragers’ niet hebben meegenomen in hun data. Landen als Nederland en Italië testen namelijk reactief: ‘Heeft u de symptomen van deze pandemie? Laat u zich dan vooral testen!’ Duitsland daarentegen test preventief op corona om de ziekte zo lang mogelijk in de gaten te houden. Het is helaas niet mogelijk om te zeggen hoe groot het aandeel van deze dragers is in de cijfers van Duitsland, er wordt namelijk alleen maar getest om de aanwezigheid van het virus, niet hoe erg het lichaam van de geïnfecteerde is toegetakeld.

Wat betreft de getroffen maatregelen hebben de drie landen een uniforme aanpak: zoveel mogelijk fysiek sociaal contact vermijden, ofwel ‘social distancing’. Hoe ze die maatregelen handhaven is echter wel verschillend, zo maakt Nederland gebruik van de ‘intelligente lockdown (zoals president Rutte dat verwoordde). Hiermee zijn alle openbare ruimtes gesloten en werkt de horeca alleen nog maar door als een afhaal- en bezorgingsservice. Ook mogen alleen nog mensen met een essentieel beroep, zoals zorgverleners or supermarktpersoneel, nog naar het werk. Werknemers in andere beroepstakken moeten vanuit huis werken. Duitsland heeft een soortgelijke gedeeltelijke lockdown ingesteld.

Het is Italië die afwijkt van de twee landen met een volledige lockdown. In de brandhaard van Europa mogen burgers alleen nog de straat op voor absoluut noodzakelijke boodschappen sinds het land op slot zit. Deze aanpak lijkt voor Italië eindelijk te werken, na een maand begin de cijfers te stabiliseren en zelfs af te nemen. Maar dat is niet het hele verhaal. Er werd verwacht dat deze trend na twee weken lockdown al zou inzetten, dat het pas na vier weken gebeurt laat zien, dat de Italiaanse overheid wel op de goede weg zit, maar nog niet door het dal heen is.

De factor die nog niet besproken is, is de beschikbaarheid van de middelen om patiënten te kunnen verzorgen. Een goede indicatie daarvan is het aantal IC-bedden dat ieder land heeft. Waarom die IC-bedden zo belangrijk zijn? Voor elk bed op de Intensive Care is er namelijk een geïsoleerde ruimte. En die isolatie is belangrijk, het is dé reden waarom het ‘social distancing’ protocol is ingevoerd, zonder die isolatie is het niet mogelijk de veiligheid van zowel de patiënt als de zorgverlener te kunnen waarborgen.

Zo heeft Nederland 1600 IC-bedden ter beschikking, Italïe 7200 en Duitsland maar liefst 28.000. Dat zijn 7 bedden voor elke 100.000 Nederlanders, tegenover 12 bedden voor elke 100.000 Italianen en tegenover de 30 bedden die Duitsland beschikbaar heeft voor elke 100.000 burgers.

Mocht dus onverhoopt een derde van alle besmettingen opeens in een levensgevaarlijke situatie belanden, dan nog hebben onze oosterburen genoeg bedden over om de patiënten op een veilige manier te kunnen verzorgen.

Dit is hoogstwaarschijnlijk een van de redenen waarom het doden aantal zo laag is gebleven in Duitsland het heeft ‘maar’ 800 zielen verloren aan het virus, wat te danken is aan een goede voorbereiding. Het lage percentage is zoals eerder genoemd een resultaat van het intensieve testen van de Duitse regering.

Het is belangrijk duidelijk te maken dat dit slechts een mogelijke verklaring is voor het fluctuerende sterftepercentage van COVID-19. Sociale factoren, zoals het hoge seniorengehalte van de Italiaanse bevolking buiten beschouwing gelaten. Om een definitieve reden te kunnen reden waarom het sterftepercentage tussen landen zo verschilt, zal men moeten wachten tot de crisis voorbij is.

Zodra de coronacrisis in zijn algeheel is afgelopen, en er voldoende perspectief op die periode is, zal er een volledige reconstructie van de aanpak van het COVID-19 virus verschijnen.

Reageer op dit artikel