De verschillen in Amerikaanse en Europese filmcultuur

Als je een avondje naar de bioscoop gaat, wil je dan liever naar een grote blockbuster film in de grote bioscoop, of juist naar een arthouse film in een filmhuis? Bij beide genres heb je als kijker waarschijnlijk wel een beeld. Als je denkt aan de grootse actiefilms, dan denk je al snel aan een Amerikaanse film. Een arthouse film doet juist sneller denken aan een rustige film die vaak van Europese komaf is. Dit lijkt misschien een heel ongenuanceerd beeld van de filmindustrie, maar zit er niet stiekem toch een kern van waarheid in?

De verschillen in filmwetten tussen Amerika en Europa kwamen in bod tijdens een interview met Nederlands regisseur Paul Verhoeven. Sinds kort is zijn film ‘Elle’ in première gegaan. De weg naar de première verliep echter niet zonder tegenslagen. Zo had Verhoeven grote moeite met een Amerikaanse cast te vinden voor de film. Geen enkele actrice uit Amerika wilde de hoofdrol aannemen. Zou het komen door de controversiële thema’s die de film naar voren laat komen, zoals verkrachting? Het is namelijk goed voor te stellen dat een actrice moeite heeft om zulke scenes te acteren. Maar Verhoeven laat in een interview met Deadline weten dat dit niet eens de hoofdreden is. Hij gelooft dat het ligt aan het feit dat de film niet de standaard Amerikaanse filmwetten volgt. Maar wat zijn deze typische Amerikaanse filmwetten dan?

First en second cinema:

De geschiedenis van film speelt een grote rol voor de verschillende filmculturen tussen de twee continenten, en hun content aan films. Filmwetenschapper Peter Verstraten legt kort uit hoe de geschiedenis voor deze verschillen gezorgd heeft. “Als we naar de verschillen kijken tussen Amerikaanse en Europese films, is het belangrijk om terug te gaan naar de jaren ’60”, legt Verstraten uit. In die tijd was de filmindustrie namelijk verdeeld in first cinema, second cinema en third cinema. “First cinema was Hollywood, second cinema was Europees, en third cinema was op de politiek gericht, en vaak afkomstig van Latijns-Amerika.” Het verschil tussen first cinema en second cinema is ook merkbaar in Nederland. Bij het Nederlands Filmfonds zijn er zelfs twee verschillende loketten om geld te ontvangen voor het maken van een first cinema of second cinema film.

Om de verschillen tussen Europese en Amerikaanse films te begrijpen, moet er dus gekeken worden naar ‘first’ en ‘second’ cinema. “De Amerikaanse cinema doet vooral een poging tot verhalen vertellen”, vertelt Verstraten. “Kijkers van Europese films moeten juist veel meer zelf invullen.” Verstraten noemt het uiten van emoties onder de personages als voorbeeld. De personages in een Europese film tonen minder of geen emoties, zodat de kijker deze zelf in kan vullen, in tegenstelling tot Amerikaanse films waar de emoties veel duidelijker zijn. Toch kunnen de filmstijlen van de twee continenten elkaar af en toe aanvullen. “Regisseurs als Francis Ford Coppola, die onder andere de Godfather heeft geregisseerd, werden bijvoorbeeld wel beïnvloed door de stilistische stijl van Europese films, en hebben deze ook soms overgenomen. Toch bleef hij wel de nadruk op een verhaal vertellen behouden.”

Oscars:

Het feit dat kijkers meer zelf moeten invullen tijdens het kijken van een Europese film hoeft niet per se de reden te zijn dat Europese films het moeilijker in Amerika doen dan andersom. De moeite om als Europese film door te breken in Amerika kun je al opmerken als je kijkt naar de Oscars. “De Oscars hebben een aparte categorie voor ‘Foreign Film’, waardoor niet-Engelse films al in een aparte hoek zitten”, aldus Verstraten. “Het filmaanbod in Amerika is al zo groot, dat films uit het buitenland daar alleen in kleine theaters gespeeld worden.”

Het feit dat Europese films vaak niet in grote bioscopen in Amerika gedraaid worden, terwijl het omgedraaide wel de realiteit is in Europa, betekent niet dat Europese films graag in een Amerikaans jasje worden gestoken. “In de jaren ’10 of ’20 van de vorige eeuw wilden ze in Europa geen Amerikaanse films nadoen. Hier gingen ze andere accenten leggen.” Volgens Verstraten is dat maar beter ook. “Je ziet het nu nog steeds terug als we een Nederlandse film maken die Amerikaans lijkt. Dan vragen mensen zich af waarom we dan geen Amerikaanse film kijken.”

Amerikaanse filmwetten:

Het feit dat de geschiedenis tussen Amerikaanse films en Europese films de verschillen in de films duidelijker maakt, maakt het nog geen verklaring waarom regisseur Verhoeven geen Amerikaanse actrice kon vinden voor de film ‘Elle’. De ‘Amerikaanse filmwetten’, waar Verhoeven het over had in het interview, lijken dus toch echt van kracht te zijn. Dat komt volgens Verstraten door de reden dat Amerikaanse film bij voorbaat gericht zijn op een groot publiek. Elle bleek een controversieel script te hebben, waardoor de film moeilijker voor een groot publiek beschikbaar kan zijn. “Controversiële films zijn eerder Europees dan Amerikaans. In Europa is nu eenmaal meer markt voor arthouse.” Een van de redenen voor een markt die meer open staat voor arthouse films is het feit dat Europa jaarlijks het Cannes Film Festival op eigen bodem heeft.

Verstraten concludeert: “Amerika vaart wat films betreft een veel veiligere koers, waar Europa zich juist tegen af zet.” Toch worden er wel vaker controversiële films in Amerika geproduceerd. “Je hebt natuurlijk uitzonderingen, maar deze controversiële films komen dan wel vaak vanuit een onafhankelijke hoek in Amerika.”

Economie:

Niet alleen de inhoud van de film verschilt. Een groot verschil tussen de Amerikaanse en Europese films is hoe economisch naar de films gekeken wordt. In Amerika speelt de economie een grotere rol dan in Europa, vertelt docent Filmgeschiedenis en Filmanalyse Ernie Tee. “Ik denk dat het verschil terug te leiden is naar de hele simpele gedachte dat de Amerikaanse film leunt tegen een grote industrie waar van oudsher de film geplaatst is als economisch winstgevend. De Amerikaanse film wordt heel vaak gemeten of het geld oplevert. Dat is een beetje de grondslag van de Amerikaanse film.”

Om deze reden kan het Amerikaans publiek ook minder snel een film met controversiële thema’s verwachten. Het probleem waar Verhoeven tegenaan liep, het verfilmen van een controversieel script, heeft dan ook een economische reden. “De controversie wordt in de commerciële film weinig geduld, omdat de commerciële film verhalen wilt vertellen voor een groot publiek. Om het grote publiek te vangen moet je ervoor zorgen dat je niet al teveel controversiële thema’s in je film hebt. Anders ga je publiek missen, je mist mensen die daar geen zin in hebben. Je moet op zoek gaan naar de grote gemene deler.” In Nederland is dit echter ook relevant. “De grote Nederlandse films waar mensen naartoe zijn gegaan, zijn de films die heel erg vanzelfsprekend zijn. De films met de minder risicovolle verhalen. Dat zijn dan vaak de romantische komedies, die zijn het veiligst. De laatste paar jaren hadden dan ook veel succesvolle Nederlandse films het woord ‘hart’ in de titel.”

 

Verschillende filmculturen:

In Europa staat de visie van de auteur centraler dan in Amerika. Dat bevestigt Tee: “Voor Europese film staat de inhoudelijkheid, de auteursvisie, de urgentie die de maker voelt meer voorop. Grofweg is dat een heel andere invalshoek, waardoor de film een andere stijl krijgt. Je kunt heel grofweg zeggen dat de Amerikaanse film economisch goed is, en in Europa is het een artistiek goed. Daar staat immers de visie van de maker meer voorop dan economisch gewin.”

Het maken van auteursfilms is in Europa niet alleen populairder bij filmmakers, maar ook het publiek staat er veel meer open voor. “We hebben een heel ander soort filmpubliek dan in Amerika. Er zijn films in Europa die voor de Amerikaanse markt te artistiek zijn, maar in Europa goed inslaan. The Intouchables was een groot economisch succes in Europa, maar niet in Amerika.” Dat betekent echter niet dat in Europa winst totaal geen rol speelt. “In Europa zijn de ogen ook gericht op winst maken, maar we hebben gewoon een groter publiek voor auteursfilms. Onze arthouse films hebben een groter publiek dan in Amerika. Wij hebben een hele andere filmcultuur, zou je kunnen zeggen.”

Het verschil in filmcultuur is dus volgens Tee ook terug te zien in het publiek dat naar de films gaat. De verwachtingen voor een film van een Europees publiek en Amerikaans publiek zijn vaak anders. “Er zijn natuurlijk nuanceringen”, waarschuwt Tee, “maar het gros van het Amerikaans publiek waar producenten geld uit wil slaan, verwacht natuurlijk een ander soort film dan een Europese auteursfilm. Die willen namelijk vermaakt worden. Het Amerikaanse publiek maakt zich klaar voor grote Amerikaanse film. In Europa doen we dat ook, wij gaan die grote Amerikaanse films bekijken in bijvoorbeeld de Pathé. In Europa is er echter ook een hele grote groep die zich voor de Europese auteursfilm klaarmaakt. Omdat de auteursfilms minder verkopen in Amerika, staan Amerikaanse distribiteurs dan ook minder te springen om in auteursfilms te investeren. “De theaters en distribiteurs willen voornamelijk films kopen waar ze geld uit kunnen halen.”

De Europese ‘touch’:

Sommige Europese regisseurs gaan toch liever het succes zoeken in Amerika, dan in Europa. De Europese stijl die ze met zich meenemen, zijn echter wel interessant voor Amerikaanse distribiteurs, vertelt Tee. “De Amerikaanse filmindustrie aast graag op filmmakers buiten Amerika. Ze hopen dan dat deze filmmakers van het buitenland ook graag Amerikaanse films maken. In de loop van de geschiedenis zijn Europese filmmakers naar Amerika zijn gegaan om het daar te maken. Denk maar aan Paul Verhoeven. Hij is wel weer teruggegaan naar Europa. Maar er zijn ook genoeg filmmakers die in Amerika een tweede thuisland hebben gevonden, en daar als filmmaker werkzaam zijn. De Amerikanen zeggen dat de Europese filmmakers net een andere ‘touch’ hebben, die ze onderscheidt. Sommige producenten houden daarvan.”

Vreemd genoeg komen Amerikaanse filmmakers liever niet naar Europa. De enige filmmakers die naar Europa verhuizen, hebben volgens Tee al heel lang een affectie met de Europese films.

Conventies:

De ‘Amerikaanse filmwetten’, waar regisseur Verhoeven tegenaan liep, kun je volgens Tee ook wel conventies noemen. “De Amerikaanse filmwetten zijn eigenlijk conventies die voldoen aan de eisen die producenten stellen aan een film om een publiek te behagen. Dat heeft met simpele dingen te maken. Een afgeronde structuur, en niet teveel pessimisme in de film. Als je kijkt naar de Europese films van de afgelopen tien jaar, zoals de grote winnaars van het Cannes Film Festival, dan merk je op dat er een soort van pessimistische wereldbeeld wordt geschilderd dat heel kenmerkend is voor de Europese arthouse film. Dat is een toon die de Amerikaanse film liever niet heeft.”

Actieve houding:

Dat de ervaring tussen een Amerikaanse en Europese film anders is, ligt volgens Tee aan de houding die het publiek voor de films moet aannemen. Een Europese film vereist een actievere houding dan een Amerikaanse film. “De grote Amerikaanse films brengen ons spektakel. Kijkers laten het verhaal dan gewoon over zich heen komen. Deze films zijn zo gemaakt dat ze je willen overvallen. Het verhaal wordt bij de kijker neergelegd. Dat is kenmerkend voor grote commerciële films. De andere soort film, de Europese arthouse films, dat zijn films die een verhaal vertellen die dat doen op een andere manier. Ze geven je een verhaal dat lijkt alsof het nog niet af is. Het laat je vragen stellen. Je wordt uitgenodigd om actief te zijn, er zitten wrange momenten in de film waar je als kijker net iets meer wordt uitgedaagd.”

Reageer op dit artikel