Vissershaven IJmuiden bereidt zich voor op een no deal Brexit

IJMUIDEN – Met het uitstel van de Brexit – tot minstens 12 april – blijven alle opties open: deal, no deal, uitstel tot 22 mei of het annuleren van de Brexit. Daarmee breekt een nóg langere periode van onzekerheid aan in de havenstad van IJmuiden.  Als het de Britten niet lukt om voor 12 april met een plan te komen, dan zullen ze alsnog zonder overgangsovereenkomt de Europese Unie verlaten. En dat zou enorme problemen opleveren in IJmuiden. De havenstad probeert zich daar zo goed mogelijk op voor te bereiden. Maar hoe?

Het is nog vroeg, maar in de IJmuidense haven is het al druk met vrachtwagens die af en aan rijden naar visspecialisten die zich hebben gevestigd aan de kade. De geur van verse vis is duidelijk aanwezig. Bij het laden en lossen proberen enkele meeuwen een visje mee te pikken terwijl ze luid krijsen. Dit is geen vreemd beeld voor IJmuiden, het is namelijk de grootste vissershaven van Nederland. Het overgrote deel van de vangst van Nederlandse vissersschepen – zo’n zestig procent – komt uit Britse wateren. Daarom vrezen deze IJmuidense vishandelaren voor een harde Brexit zonder afspraken. Het zou betekenen dat Europese vissers mogelijk niet meer worden toegelaten tot de Britse wateren. Alle Nederlandse vissers moeten dan, als er geen overgangsovereenkomst is, direct terug naar onze eigen wateren. Dat levert meer onderlinge concurrentie en overbevissing op.

Visspecialisten in onzekerheid

Visspecialist Eric Slof van het bedrijf Nederlof Fish is bezig met het snijden van zalm. Hij vertelt ondertussen dat hun vis grotendeels uit Groot-Brittannië komt. “Ik hoop dat het Verenigd Koninkrijk voor 12 april met een plan komt. Pas als er een deal wordt gesloten, hebben wij zekerheid”, vertelt Slof terwijl hij rustig doorgaat met het snijden van de verse vis. “Helaas is de kans op een no deal tot die tijd nog altijd aanwezig”, vult hij aan. Al er wel een deal wordt gesloten, komt er een overgangsovereenkomt. Alles blijft tot eind 2020 hetzelfde.

Wat voor de vissersbedrijven geldt, zal ook gaan gelden voor de visafslag – instellingen die bemiddelen in de verkoop van gevangen vis aan de handelaar – waar er in Nederland nog slechts negen van zijn. Zeehaven IJmuiden N.V. is een van deze negen organisaties. Daarnaast is zij eigenaar en exploitant van de havens. Ook zij zullen de gevolgen van de Brexit gaan merken. Aan het eind van de kade staat hun kantoor: Een gebouw uit de jaren 70 met een gevelsteen met, uiteraard, twee vissen afgebeeld. Een grote stenen trap brengt je bij een klein stoffig kantoortje bovenin het gebouw. Daar spreekt de IJmuidense bedrijfsleider Martin Nieuwenhoff zijn zorgen uit: “Ik verwacht dat de impact van de Brexit op de Nederlandse visserij vrij groot zal zijn. Tijdens de Brexitcampagne kreeg de oproep om Europese schepen de toegang tot de Britse wateren te ontzeggen veel aandacht”. Nieuwenhoff staat op en loopt naar een klein raampje met een vergeeld kozijn. Hij kijkt naar buiten en zegt: “Kijk eens naar al deze vissersschepen. Juist de toegang is essentieel voor onze vissers, omdat het overgrote deel van de Nederlandse visvangst uit Britse wateren komt.”

Controlepost IJmuiden

Naast het ‘importeren’ van Britse vis, wordt er jaarlijks zo’n dertien procent Nederlandse vis naar het Verenigd Koninkrijk geëxporteerd. Als het Verenigd Koninkrijk straks geen EU-land meer is, moeten Nederlandse bedrijven die goederen exporteren naar het land aangifte doen bij de Nederlandse douane. Daarvoor moeten zij vooraf veel regelen. “Ik begreep uit cijfers van het ministerie van Buitenlandse zaken dat twee derde van de Nederlandse ondernemers zich niet of nauwelijks heeft voorbereid op het uittreden van het Verenigd Koninkrijk”, vertelt Nieuwenhoff geschokt. “Ook in onze haven moet nog veel gebeuren om de import en export van en naar het Verenigd Koninkrijk na het vertrek uit de Europese Unie soepel te laten verlopen”, vult hij aan.

Bij een no deal Brexit moeten vrachtwagens met vis bij binnenkomst in de Europese Unie bijvoorbeeld gekeurd worden. Op dit moment kunnen de voertuigen nog gewoon doorrijden. De controleposten die nodig zijn in de havens zijn er nog steeds niet. De haven van IJmuiden is een van de zeven kandidaten voor de vestiging van een controlepunt voor vangsten van Britse schepen. ‘Britse’ vis mag als het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat namelijk alleen via Buitengrens Inspectie Post (BIP) Europa binnen komen.

Standplaatsen voor transportwagens

Momenteel staan er slechts enkele vrachtwagens te wachten op de veerboot naar Newcastle. Maar daar kan na de Brexit zomaar verandering in komen. “Ik schat dat zo’n vijftien procent van de transporteurs hun douanepapieren niet in orde zullen hebben, waardoor zij de oversteek naar Newcastle niet mogen maken”, aldus Nieuwenhoff. De gemeente Velsen, Rijkswaterstaat en Zeehaven IJmuiden werken daarom samen aan een tijdelijke oplossing. Op korte termijn komt er een vrachtwagenstandplaats in de buurt van de haven. Nu is dit niets meer dan een grasveld met puin. Maar hier moeten standplaatsen voor minstens 35 vrachtwagenchauffeurs komen, die daar eventueel ook kunnen blijven slapen totdat hun papieren in orde zijn. Ook krijgt het terrein verlichting, beveiliging en sanitaire voorzieningen. Nieuwenhoff: “Wij nemen deze maatregelen om lange wachtrijen en parkeeroverlast te voorkomen. Verder wordt er gekeken naar een verkeersregeling om de doorstroming van goederen van en naar het Verenigd Koninkrijk te bevorderen.”

Naast alle douanepapieren is er ook een zogenoemde CEMT-vergunning nodig om als Europese transporteur te mogen rijden in het Verenigd Koninkrijk. “Als de vraag naar vergunningen meer is dan het aanbod, en die kans is redelijk groot, dan loopt de industrie het gevaar dat producten niet vervoerd kunnen worden”, aldus de bedrijfsleider van Zeehaven IJmuiden.  Een Nederlandse vrachtwagenchauffeur staat te wachten op de veerboot naar Newcastle. Hij leunt met zijn getatoeëerde arm over het raampje van zijn truck. “Ons transportbedrijf heeft de vergunning een tijd geleden al aangevraagd, maar het is nog maar de vraag of we hem daadwerkelijk gaan krijgen”, zegt Harold Nabbe van DFC Transport luid. “We proberen ons zo goed mogelijk voor te bereiden, maar er is nog veel te veel onduidelijk en onzeker.”

Reageer op dit artikel