Voedsel van de toekomst: insecten op je bord

Vergeet het varkenslapje en de kipdrumstick: in de toekomst eten we krekel en meelworm. Insecten worden gezien als het duurzame, gezonde voedsel van morgen – maar de grote doorbraak van het insect op de Nederlandse eettafel lijkt eveneens nog toekomstmuziek.

Daar ligt ’ie dan op mijn bord. Compleet met ogen en kaakdelen, borststuk en achterlijf, ingewanden en uitwendig skelet. Alleen de poten en de vleugels ontbreken: een nogal onheilspellende stap in het recept waarschuwde me om die te verwijderen; ze kunnen de darmen doorboren.

Goudbruin gefrituurd ligt hij hapklaar op me te wachten: een sprinkhaan van bijna vier centimeter. Dit is het voedsel van de toekomst, houd ik mezelf voor terwijl ik de moed vergaar het insect in mijn mond te steken. Hij is duurzaam, hij is voedzaam en hij schijnt ook nog eens heel lekker te zijn. Toch moet ik toegeven dat ik liever een biefstukje eet.

Maar voordat dat biefstukje op mijn bord belandt, richt het wel een ravage aan in het milieu. Volgens de NOS meldde de Braziliaanse overheid in 2018 dat tussen augustus 2017 en juli 2018 8000 vierkante kilometer bos was gekapt in het Amazonegebied; grotendeels om landbouwgrond vrij te maken voor soja, dat als veevoer gebruikt wordt. In 2017 liet de NOS weten dat het RIVM becijferd had dat de Nederlandse landbouw 106 miljoen kilo stikstof uitstootte; de veeteelt had daarin een aandeel van 94 miljoen kilo.

De wereldbevolking zal in de toekomst flink groeien: volgens de Verenigde Naties telt de aarde in 2050 een slordige 9,8 miljard mensen, berichtte Algemeen Dagblad in 2017. Al die mensen zullen gevoed moeten worden, maar dan is er wel een omslag in ons eetpatroon nodig: volgens het IPCC, een aan de Verenigde Naties verbonden klimaatpanel, moeten we in de toekomst minder dierlijke vetten gaan gebruiken, schrijft het AD. De vleesconsumptie is tussen 1961 en 2019 verdubbeld. Landbouwgebruik voor dieren heeft een veel groter effect op het klimaat dan plantaardige landbouw.

Duurzaam alternatief

Insecten worden gezien als een duurzaam alternatief voor het traditionele vlees. Ze zouden fors minder land nodig hebben en veel minder broeikasgassen uitstoten dan varkens en koeien. Entomoloog Dennis Oonincx, verbonden aan de WUR (Wageningen University & Research) vergeleek in 2012 de milieubelasting van meelwormen met die van melk en kippen-, rund- en varkensvlees. Dat deed hij door middel van een Life Cycle Assessment – een onderzoek naar de milieubelasting van een product.

“In mijn studie heb ik zowel gekeken naar de directe energie die de dieren verbruiken als de energie die bij de productie van hun voer gebruikt wordt”, vertelt Oonincx. “Dat tel je bij elkaar op en deel je door het aantal kilo’s product dat je hebt. Op die manier kun je eerlijk vergelijken hoe een kilo eetbaar eiwit van het ene dier zich verhoudt tot een kilo eetbaar eiwit van een ander.”

Het onderzoek van Oonincx vergeleek de verschillende dieren op drie aspecten: het effect op klimaatverandering, landgebruik en energieverbruik. Op klimaatverandering en landgebruik scoren meelwormen duidelijk beter dan melk en vlees: een kilo eiwit uit meelwormen heeft het kleinste effect op klimaatverandering en heeft het minste land nodig.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Energieverbruik

Het energieverbruik van de meelwormen blijkt een stuk minder voordelig: op dat vlak zijn hun scores vergelijkbaar met die van rund- en varkensvlees. De productie van meelwormen verbruikt zelfs meer energie dan die van melk en kip.

“Dat komt doordat insecten koudbloedige dieren zijn, die zijn afhankelijk van de omgevingstemperatuur voor hun lichaamstemperatuur”, legt Oonincx uit. “Om goed te functioneren hebben ze een hogere omgevingstemperatuur nodig dan in Nederland gangbaar is. Een voor meelwormen aangename temperatuur hanteren kost redelijk veel energie. Of in sommige uitzonderlijke gevallen, zoals hele hete zomers, moet er juist gekoeld worden.”

Oonincx plaatst wel een kanttekening bij die bevinding: “De studie is uitgevoerd op een insectenkwekerij in Deurne, in een gebouw waar vroeger champignons geteeld werden. Dat pand is dus niet honderd procent ingericht op optimale productie voor meelwormen. Als je iets specifiek voor insecten inricht, kun je alles daar beter op afstemmen en efficiënter omgaan met de klimaatbeheersing. Ik denk dat in een bedrijf dat puur op insecten gericht is, het energieverbruik een stuk lager zal liggen.”

Cut out the middle man

Vergeleken met andere dierlijke eiwitten zijn meelwormen dus bijzonder duurzaam. Maar er bestaan ook plantaardige eiwitten; de milieubelasting van insecten en plantaardige eiwitten vergelijken is echter lastiger. “Dat is afhankelijk van wat je de meelworm voert”, aldus Oonincx. “Een aantal onderdelen van het dieet van de meelworm in de studie waren soja en tarwezemelen. Dat zijn producten die we ook zelf kunnen eten; als we de meelworm weglaten en die soja en zemelen zelf opeten, zit er niet nog een heel productieproces aan vast en zou dus ook de milieu-impact lager zijn. Voor zover wij het insectenvoedsel zelf kunnen eten, is dat dus efficiënter.”

Cut out the middle man, zoals dat in het Engels heet. Maar toch kunnen insecten een waardevolle bron van eiwitten zijn. “De samenstelling van dierlijk eiwit past wel beter bij wat mensen nodig hebben”, vervolgt Oonincx. “Voor mensen is de eindkwaliteit met insecten dus hoger. Ik denk dat insecten een belangrijke eiwitbron aan het vormen zijn en dat dat ook steeds meer groeit. De afgelopen jaren heeft die markt zich enorm ontwikkeld, al vormen insecten nog steeds een hele kleine bijdrage aan onze totale eiwitinname.”

Omdat het kweken van insecten voor menselijke consumptie nog redelijk in de kinderschoenen staat, valt er dus nog volop te innoveren. Volgens Oonincx kan de insectenkweek in de toekomst op verschillende manieren verduurzamen. “Om dat te bereiken kunnen dingen gedaan worden die lijken op wat er in de gangbare landbouw gebeurd is in de afgelopen vijftig jaar. Je kijkt naar het beste stalklimaat, dus hoe je dieren het beste kunt houden en verzorgen. Je kijkt naar rassen die het best aangepast zijn aan productie en dus het efficiëntst zijn. En je kunt kijken naar het optimaliseren van het voer. Als je een dier hebt dat zijn voer heel efficiënt kan benutten, in een ideaal stalklimaat zit en de genetica heeft om efficiënt te produceren, dan krijg je meer dieren voor dezelfde input en wordt de milieubelasting lager.”

Afrika, Azië en Latijns-Amerika

In Europa en Noord-Amerika wordt het eten van insecten op zijn best als exotisch en op zijn slechtst als weerzinwekkend beschouwd. Hierin vormt het Westen echter een uitzondering op de rest van de wereld, waar het eten van insecten als heel wat vanzelfsprekender geldt. Volgens het rapport Edible Insects – Future prospects for food and feed security van de Wereldvoedselorganisatie FAO uit 2013 staan wereldwijd tussen de 1000 en 1900 insectensoorten op het menu.

De meeste insecten worden gegeten in Afrika, Azië en Latijns-Amerika volgens het FAO-rapport. In het Amazonegebied staan ruim vierhonderd insectensoorten op het menu. In Kinshasa, de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo, eet het gemiddelde huishouden zo’n driehonderd gram insecten per week; jaarlijks consumeert de stad ruim 96 ton insecten.

Ik waan mezelf geen trendsetter, maar ik wil het voedsel van de toekomst wel eens proeven voordat het mainstream gaat. Aangezien de horeca wegens ons aller bekende omstandigheden de deuren gesloten moet houden, ben ik op winkels en mijn eigen kookkunsten aangewezen.
Bij de plaatselijke supermarkt liggen voorlopig nog geen meelwormen of sprinkhanen in het schap. De vakkenvuller kijkt me raar aan terwijl hij uitlegt dat ze geen insecten verkopen. Hij zal wel denken dat ik een zwakke poging tot humor doe.
Ook bij de twee filialen van Albert Heijn XL in Eindhoven vang ik bot. Een medewerker vertelt me dat ze wel insecten hadden, maar dat die inmiddels uit het assortiment gehaald zijn. De reden? Ze werden nauwelijks verkocht.
Wanneer ik met lege handen thuiskom van de biologische supermarkt, besluit ik online te gaan kijken. Daar is het makkelijker, al moet ik opletten dat ik insecten voor menselijke consumptie bestel en dus geen maaltijd die voor het huisdier van een terrariumhobbyist bedoeld is. Uiteindelijk koop ik een proefpakket; voor twintig euro plus verzendkosten krijg ik probeerverpakkingen sprinkhanen, krekels en meelwormen thuisgestuurd.

Niet goedkoop

Insecten zijn niet goedkoop. Dat beaamt Youri Douwes van DeliBugs, de in Lelystad gesitueerde insectenkwekerij en -handel waar ik mijn proefpakket besteld heb. “Het kweekproces gaat redelijk vanzelf, maar er moet toch veel aandacht aan geschonken worden”, vertelt Douwes. “Het is niet goedkoop om insecten te verbouwen. De prijs heeft te maken met de hoeveelheid waarin insecten geproduceerd kunnen worden. Hoe meer insecten je kan kweken, hoe meer je kan verkopen en hoe lager de prijs kan worden. Als insecten meer verkocht worden, kan de prijs zakken en worden ze toegankelijker voor mensen.”

Als insecten dus populairder worden en de productie ervan stijgt, daalt de prijs. Maar ondertussen heb ik wel €19,95 betaald voor 37 gram aan insecten. Ter vergelijking: 300 gram half-om-halfgehakt – biologisch half-om-halfgehakt, nota bene – kost bij de plaatselijke supermarkt €2,99.

Novelty

De prijs is volgens Douwes slechts een van de redenen waarom insecten de Nederlandse keuken nog niet veroverd hebben. “Afkeer speelt zeker een rol”, legt hij uit. “Een insect is tenslotte heel wat anders dan een koe. Als insecten meer als verwerkt voedsel worden aangeboden, hebben ze een realistische kans. Als zo’n krekelburger in de supermarkt voor je klaarligt en je er zelf niet veel meer aan hoeft te doen, is dat veel aantrekkelijker.”

Geregeld biedt DeliBugs op evenementen het publiek insecten aan, maar de meeste mensen lopen niet echt warm voor krekels of meelwormen. “Meestal is het met een insect: je proeft het een keer en dan blijft het daarbij. Het gebeurt niet vaak dat iemand zegt: ik vond het zo lekker, ik bestel meer en ga er een taart mee bakken”, zegt Douwes. “Het wekken van interesse voor insecten gebeurt nu vooral informatief. Mensen moeten er fysiek mee in aanraking komen. We hebben allemaal Expeditie Robinson gezien op tv, daar worden insecten gegeten en dat wekt wel interesse; maar het gebeurt niet gauw dat iemand zegt: ik ga nu een lekkere omelet met sprinkhanen bakken.”

Insecten zullen waarschijnlijk een novelty blijven, voorspelt Douwes: “Ik denk dat mensen insecten leuk vinden en wel willen proeven, om daarna te kunnen zeggen dat ze het geproefd hebben en het daarbij laten. Er zijn restaurants die insecten op het menu aandurven, maar ik denk niet dat daar ieder weekend dezelfde mensen zitten om insecten te eten. Of het ooit echt een vleesvervanger gaat zijn, dat betwijfel ik. Mensen zullen het wel proberen, maar ik denk niet dat iedereen op woensdag gehaktdag zal hebben en op donderdag insectendag.”

Eiwit, ijzer en chitine

Dat ‘donderdag insectendag’ in Nederland waarschijnlijk nooit ingeburgerd zal raken, is in zekere zin een gemis: gezond zijn insecten namelijk zeker. Insecten zijn in de eerste plaats een belangrijke bron van eiwit: volgens de online encyclopedie van het Voedingscentrum bevatten insecten 7 tot 48 gram eiwit per 100 gram, afhankelijk van de soort. Ook bevatten insecten voldoende ijzer – 8 tot 77 milligram per 100 gram en vitamine B1, B2 en B12.

Wel zijn insecten vrij vet, aldus de cijfers van het Voedingscentrum. Uitschieters zijn de meelworm en de sabelsprinkhaan, die respectievelijk 43 en 67 gram vet per 100 gram bevatten. Al zijn er ook magere insecten: de niet bepaald aantrekkelijk genaamde stinksprinkhaan bevat bijvoorbeeld maar 9 gram vet per 100 gram.
Volgens het Voedingscentrum kunnen mensen met een allergie voor schaaldieren of huisstofmijt klachten krijgen als ze insecten eten. Ook wordt afgeraden om meer dan 45 gram insecten per dag te eten. In insecten zit namelijk de stof chitine (die als bouwstof fungeert voor het pantser van het insect); de gezondheidseffecten van het eten van hogere doses daarvan zijn nog niet onderzocht.

Sprinkhaankroketjes

Mijn bestelling is gearriveerd. In de doos vind ik drie zakjes, met daarin iets wat nog het meest lijkt op het strooivoer dat ik mijn waterschildpadden geef: ietwat poederige insecten, verstard in de dood. Ik kies ervoor om mijn eerste stappen in de entomofagie met de sprinkhanen in te luiden. Die besluit ik te frituren; misschien niet heel gezond, maar het lijkt me in ieder geval lekkerder dan bananenbrood van krekelmeel.

Daar ligt ’ie dan op mijn bord. De sprinkhaan, voedsel van de toekomst. Ik besluit flink te zijn en stop hem in mijn mond. Op kookwebsites beschrijven mijn voorgangers de smaak van gefrituurde sprinkhaan als nootachtig. Het enige dat ik gewaarword is de krokante wijze waarop de sprinkhaan tussen mijn kiezen verkruimelt. Ik pak er nog een paar, maar smaak kan ik nog steeds niet ontdekken. Nadat ik de helft van de sprinkhaankroketjes op heb, lijk ik toch iets te proeven: een weeïge, bittere smaak. Ik proef de aardse essentie van primitieve zespotigen met pantsers en voelsprieten.

Waarschijnlijk ligt het aan mijn eigen keukenvaardigheden dat mijn eerste confrontatie met insecten op mijn bord geen geslaagde is. Bereid door een andere kok smaken ze wellicht beter. Daarom beloof ik mezelf om insecten een tweede kans te geven: afkomstig uit de keuken van een ander heb ik meer vertrouwen in insecten als het voedsel van de toekomst.

Gebruikte bronnen:
https://nos.nl/artikel/2260556-grootste-ontbossing-amazonewoud-in-tien-jaar-tijd.html
https://nos.nl/artikel/2304403-stikstof-vier-vragen-en-antwoorden-over-de-uitstoot-van-boeren.html
https://www.ad.nl/buitenland/vn-wereld-telt-9-8-miljard-mensen-in-2050~a0de446f/
https://www.ad.nl/buitenland/klimaatrapport-vn-voedseltekort-dreigt~aacc809b/
https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0051145
http://www.fao.org/3/i3253e/i3253e.pdf

Reageer op dit artikel