Rust en roest, een bezoek aan Warffum

“Dames en heren, welkom in de intercity naar Amersfoort, Zwolle, Assen en Groningen”, klinkt door de intercom. Het goede humeur van de conducteur komt duidelijk naar voren uit zijn stem en de manier waarop hij de railcatering promoot. “De mensen die trek of wat dorst hebben, wees niet bang, zometeen komt er een medewerker van de railcatering met heerlijke koffie, sapjes, broodjes en nog veel meer lekkernijen naar u toe.” De reis zal ongeveer 2 uur duren, dus een bakkie pleur en een stroopwafel klinken als een goed plan.

Het uitzicht wanneer je het op het station van Warffum staat

Groningen is echter nog niet het eindpunt van de lange reis, die momenteel al ruim 3 uur duurt. Nee, het reisdoel is Warffum, een dorpje ten noorden van Groningen. Het laatste deel van de reis moet worden afgelegd per rood-witte stoptrein. De stoptrein is niet van de NS, maar van Arriva- en dus niet het bekende wit met blauw, maar rood en wit. Het vervoersbedrijf regelt blijkbaar niet alleen busritten, maar ook treinritten in bepaalde provincies.

Na 25 minuten in de stoptrein is Warffum bereikt. Het eerste wat opvalt is het uitzicht op een enorme weide. Tot aan ver aan de horizon is er alleen maar gras te zien met af en toe een koe of paard. Het heeft wel iets rustgevends en moois, zeker als je het vergelijkt met wat je ziet als je op een centraal station in een grote stad aankomt.

Het is dinsdag, een werkdag, en dat merk je goed. Het is er rustig. In een straal van 100 meter is alleen een vrouw van middelbare leeftijd te zien die haar twee zwart-witte honden uitlaat. De ene loopt op het linker voetpad en de andere op het rechter voetpad. “We blokkeren de weg een beetje hè”, zegt ze lachend, terwijl ze haar best doet om de honden dichter bij haar te krijgen, wat al snel lukt.

Het voelt alsof het dorp slaapt, op een paar uitzonderingen na. Je hoort de wind waaien, de vogels fluiten en het water stromen. Deze rust wordt af en toe verstoord door een voorbij rijdende auto en hier en daar zijn wat mensen aan het klussen aan de tuin, kozijnen of deuren. De huizen aan de rand van het dorp zijn groot, alleenstaand en met grote tuinen. Verder in het dorp maken deze huizen van voor wat meer simpele rijtjeshuizen, vaak zonder voortuin.

Een schoollokaal ingericht in de stijl van de jaren ’10 en ’20 van de vorige eeuw

Warffum heeft voor bezoekers van het dorp één trekpleister: openluchtmuseum Het Hogeland, dat op ongeveer 5 minuten van het stationnetje gesitueerd is. Dat het dé trekpleister van het dorp is, blijkt wel uit alle bordjes die de weg naar het museum aangeven. Het museum zelf valt niet heel erg op. Het is een breed gebouw waarbij de wat gelige bakstenen goed passen bij de huizen om het gebouw heen.

Een bezoek aan het museum kost 8 euro en aangezien het de enige echte trekpleister van het dorp is, is het een no-brainer om er wat sfeer op te doen. Het museum kent ongeveer 20 gebouwen, die samen een beeld geven van hoe het leven er in het platteland van Groningen uit zag aan het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw. De tocht door het museum begint in een oud schoollokaal, dat stamt uit 1910-1920, met oude houten schoolbanken, een krijtbord, hoge ramen en het welbekende Hoogeveense leesplankje (Aap Noot Mies). Via het schoollokaal kom je terecht in een kosterij, de woning van een koster – een soort privéleraar, die kinderen ontving in zijn eigen huis (de kosterij).

Vervolgens kom je in een soort tuin terecht, waar ook nog een groot aantal gebouwen staat. Veel van deze gebouwen zijn voormalige woon- en werkplaatsen van allerlei ambachtslieden en scheepvaarders. Zo staan er onder andere een smederij die later is omgebouwd tot fietsenhandel, een schippershoes (schippershuis) en een grote schuur waar vroeger uitgebroken koeien werden ondergebracht, waarna deze door de eigenaar weer opgehaald konden worden. Verder zijn er overal attributen uit de afgelopen twee eeuwen te vinden, van roestige gereedschappen tot etenswaren.

Tijdelijk blijkt er ook een expositie over de geschiedenis van de school te zijn, omdat het museum in een oude school zit en het museum 60 jaar bestaat. In deze expositie zie je de ontwikkeling van het naar school gaan tussen 1800 en 1920. Er zijn ook hier veel attributen te vinden: oude schoolboeken, hulpmiddelen zoals telramen en oude foto’s van scholen in de buurt.

Een ‘schippershoes’ uit het einde van de negentiende eeuw

De doelgroep van het museum is over het algemeen wat oudere mensen die wat extra geschiedenis op willen doen, dus de aanwezigheid van een student met een rugzak om valt al snel op. Een vriendelijke ‘goedenmiddag’ werd vaak snel opgevolgd door een wat verbaasde blik in de ogen van medewerkers. Aan de balie, terwijl een oudere vrouw een spaarpotje in de vorm van een geel uiltje voor me inpakt, wordt dan ook snel ‘wat brengt je hier’ gevraagd. De dame kijkt vervolgens vol verbazing wanneer ze hoort dat een reis van 4 uur hier aan vooraf ging. “Oh, dat is wel heel erg ver zeg”, zegt ze verbaasd. De verbaasde blik verdwijnt daarna snel in een glimlach als ze hoort dat mijn bezoek gepland was. ‘Een goede reis naar het verre Brabant dan’, wenst de vrouw.

Warffum is misschien een klein dorp, maar de rust werkt aanstekelijk. Deze rust verdwijnt echter al weer snel wanneer in de verte de stoptrein arriveert op het station. Met een ferme sprint is het toch gelukt om de trein te halen. Ongeveer een half uur later is de rust weer enigszins wedergekeert. “Dames en Heren, welkom in de intercity naar Assen, Zwolle, Amersfoort en Utrecht Centraal”, klinkt door de intercom.



Reageer op dit artikel