Wat is er nog over van Mati en Rafina?

Een humanitaire ramp speelt zich afgelopen zomer af in de Griekse kustplaatsen Rafina en Mati. Tussen 23 en 24 juli verliezen in totaal 91 mensen het leven door hevige branden. Drie maanden later verloopt de wederopbouw maar moeizaam.

Het is een warme zomeravond. Zo eentje waarvan we er veel hadden in Nederland tijdens de hittegolf van afgelopen juli. Mijn vader belt en zegt met ernstige toon in zijn stem dat ik het Griekse nieuws moet aanzetten. Ik zie alleen maar beelden van een vuurzee. Een shock. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Speculaties over een aangestoken brand doen zich snel de ronde. Nederlandse media besteden een paar dagen aandacht aan de ramp, daarna is het stil. Maar hoe gaat het nu?

Ik besluit half oktober af te reizen naar de plekken. Met gemixte gevoelens weliswaar. Het doel is om de stem van de slachtoffers te laten horen. Tegelijkertijd voel ik mij een ramptoerist. Het kost ook moeite om moed te verzamelen en mensen aan te spreken.

Een tour door zwarte landschappen
Na zo’n 40 minuten rijden vanaf de hoofdstad zie ik ‘Mati’ op de borden staan. Een paar honderd meter verder zijn daar de eerste zwarte bomen. Op een groot leeg veld langs de weg staat een tractor. Twee jonge mannen in ketelpak sjouwen takken van de ene naar de andere kant. Het zijn houthakkers ingehuurd door de gemeente om alle verbrande bomen om te zagen. ‘We komen zelf uit een dorp een halfuur hier vandaan. Gelukkig voor ons. We hebben de vlammen wel kunnen zien vanuit de verte in de bergen’, zegt de ene man terwijl hij naar de grond kijkt en zucht. ‘Het is een enorme klus dit’, vervolgt hij, ‘het doel is dat voor 30 december alle dode bomen zijn omgezaagd en opgeruimd. Daarna worden er meteen nieuwe gepland.’

Als je om je heen kijkt, zie je dat er al veel hectaren kaal zijn. De mannen hebben al een hoop werk verricht. Toen ik ze op mijn beste Grieks vroeg of de doelen van de gemeente haalbaar zijn, kreeg ik een vaag antwoord: ‘We doen ons best mevrouw, we zijn met weinig en het is zwaar werk.’

Hoe kon dit gebeuren?
Iedere zomer hebben gedeeltes van Griekenland te maken met droogte. Er was ook een droge winter en lente. Een combinatie van lange tijd geen regen en stevige wind, zorgt dan snel voor kleine bosbranden. Op die beruchte 23 juli kwam de wind vanuit een andere richting dan gewoonlijk. Het was een wind met een snelheid van 80km per uur. In korte tijd sloeg het vuur over op de huizen.

Tussen de verbrande huizen staan ook huizen die er nog piekfijn uitzien. Zouden de bewoners het zo snel alweer hebben opgeknapt? Dat kan toch niet? Een man op straat zegt mij gedag en ik besluit het hem te vragen. ‘’Het vuur is ontstaan in de bergen, dat weet je?’’, ik antwoord met ‘ja’ en hij vertelt door. ‘’Het gebeurt wel vaker in zomer dat er door de droogte veel bomen sneuvelen. De vlammen komen dan niet verder door het asfalt op de weg. Dit keer stond er een enorme harde wind. Er schoten vuurballen door de lucht. Het ene huis werd bekogeld door zo’n vuurbom en het andere niet. Het leek wel een soort epische film over gevechten in de hel.’’ Koude rillingen gaan over mijn hele lijf. Ik zie het voor me. Zulke vuurballen maken herrie en de hitte is van twintig meter afstand te voelen.

Toen de brand dichterbij kwam, vluchtten de mensen naar het water. De plaats Mati is 10 vierkante kilometer groot. Het duurt tien minuten om er doorheen te rijden met de auto. Tussen het gebergte van Penteli en de kust zijn de meeste huizen gebouwd. De weg ligt langs een grote klif en loopt door naar de havenplaats Rafina. Op een paar plekken zijn er faciliteiten om vanaf de twintig meter hoge klif af te lopen en bij het water komen. Op heel veel plekken kan dit niet. Mensen konden hierdoor niet ontsnappen aan het vuur dat hun achtervolgde op hoog tempo.

Er waren ook mensen die probeerden te vluchten met de auto. Er zijn heftige beelden van een file van auto’s die totaal zijn afgebrand. De passagiers zaten er nog in. Complete families met hun huisdieren erbij zaten in deze auto’s. De restanten van deze auto’s zijn zo snel mogelijk opgeruimd. Er is nu niet meer van te zien. Alleen nog wat zwarte vlekken op het wegdek.

Hieronder beelden verzameld door de Washingtonpost:

https://www.washingtonpost.com/news/capital-weather-gang/wp/2018/07/24/deadly-wildfires-erupted-in-greece-overnight-heres-how-it-happened/?noredirect=on&utm_term=.73b30298a057

De fout ligt bij de Griekse autoriteiten; dat is wat gezegd wordt door de Grieken. In de media waar geïnterviewde burgers hun mening geven, zijn ze het er allemaal over eens. De brandweer heeft te laat gereageerd met de weinig mensen en daardoor heeft het zo ver kunnen komen. De mensen op straat geven hetzelfde antwoord. Een oudere dame wandelend met haar Maltezerhondje bij de haven: ‘ik ben niet eens meer verdrietig, maar boos! Ik voel me in de steek gelaten door de regering. Mijn eigen huis staat nog en ik ben geen dierbaren verloren, maar ik voel veel pijn door hoe er is gehandeld’, vertelt ze en loopt verder, zonder op een reactie te wachten.

Het IMF heeft dit voorspeld
Het optreden van de Griekse autoriteiten was laat en niet meteen voldoende. Eind 2016 waarschuwde het IMF dat een verdere verlaging van de exploitatiekosten van de overheid schadelijk zou zijn. Slechte voorspellingen stonden in een rapport van de economisch adviseur van het IMF, Maurice Obstfeld. Hij zei dat Griekse autoriteiten niet sterk genoeg zijn en als er een menselijk of natuurlijke ramp zou plaatsvinden, het een catastrofe zal worden.

Hij had gelijk. Er kon niet voldoende geblust worden vanuit de lucht door een gebrek aan brandweervliegtuigen. Er waren niet genoeg brandweerlieden doordat er ook is bezuinigd op personeel.

Het krediet van het Griekse openbare investeringsprogramma bedroeg in 2008 9,6 miljard euro en in 2017 5,950 miljard euro, zo meldt het IMF.

 Volgens brandweerlieden zijn hun wagens ouder dan 15 jaar. ‘’Tijdens klussen klapt er een band en zijn er geen nieuwe banden om die kapotte te vervangen. Dan rijden ze door met een band minder’’, vertelt een woordvoerder van de brandweer aan de nationale zender Skaï. Naar schatting is 25 procent van hun voertuigen zo goed als versleten.

En hoe nu verder?
Er zijn verbrande bomen omgehakt. Houthakkers zijn er nog mee bezig tot eind november. Er wordt geklust aan huizen die niet helemaal zijn afgebrand. De funderingen van totaal afgebrande huizen staan nog wel. Onderweg rijden er wel drie auto’s met aanhangers volgeladen met grofvuil voorbij. Stukje bij beetje worden de restanten van verwoeste spullen opgeruimd.

Aan het einde van de kustroute langs de klif is een punt waar een aantal auto’s staat. Een uitzicht van de brede kustoppervlakte is te zien vanaf daar. In de verte ligt de haven van Rafina. Tegenover, heel vaag in de verte, is het eiland Megalonisos zichtbaar. Dit uitkijkpunt zou de ultieme toeristenfoto zijn. Ik stel me ook voor dat een bruidspaar daar op de foto zou gaan, met de azur blauwe zee op de achtergrond. Dat bruidspaar zou het feest dan vieren in het restaurant met uitzicht op het water. Ik zie het voor me. Maar van dit restaurant is niets meer over.

Naast het restaurant staat een gebouw dat intact is gebleven. Ervoor zit een groepje mannen van tussen de 60 en 70 op een plastic tuinset. Ze spelen met hun komboloi; een ketting met stenen die tegen elkaar aan tikken als ze het om hun vingers draaien. Het lijkt een setting voor een buurthuis. Vlak naast het gebouw waar de heren zitten, staat een tent met legerprint. Een hoge tent, vijf meter breed en tien diep schat ik in.

‘’We wachten op de jongens van het leger. Die komen hier eten uitdelen. Iedere dag om 13:00. Ze kunnen er ieder moment zijn,’’ zegt een van de mannen. En op dat moment komt er een jeep aan met twee jonge mannen in uniform. Ze laden de auto op het gemak uit. Grote plastic boxen komen tevoorschijn. De militairen maken wat grapjes met de heren die wachten op hun eten. Terwijl de voedselpakketten worden klaargezet vraag ik een van de heren voor hoeveel mensen het is: ‘’het gaat hier om zo’n 35 personen die zelf geen eten meer kunnen betalen. Op andere plekken zijn nog meer van zulke punten, maar ik weet niet precies om hoeveel personen het totaal gaat.’’ De man heeft een oud gerimpeld uiterlijk. Hij heeft een plagerige lach op zijn gezicht dat onder de witte verfspetters zit. ‘’Ik probeer mijn huis zelf weer te herstellen. Het is voor een deel afgebrand. Er is niemand van mijn familie omgekomen.’’ Hij doet zijn shirt omhoog en laat zijn rug zien. Die zit vol kleine brandwonden.

‘’Mijn doel is om voor de winterkou het huis in ieder gevoel geïsoleerd te hebben. Het is niet mijn vakantiewoning zoals dat van velen hier. Nee, ik woon hier permanent. Net zoals al deze mensen die nu afhankelijk zijn van de noodhulp van de overheid.’’

De Griekse hoofdstad Athene ligt in de provincie Attiki. Toen de economie nog goed was, bouwden de rijkere Grieken een tweede huis in een kustplaats. Zo konden ze ontsnappen aan de drukte van de stad. Het kon heel gemakkelijk met de vergunningen. Er is toen nooit gedacht aan een evacuatieplan bij een ramp. Er zijn ook mensen die hun woning in Athene verkocht hebben en al jaren permanent aan de kust wonen, zoals de meneer die ik spraak.

De pakketten staan klaar om uitgedeeld te worden. De militairen willen niet spreken met journalisten en fotograferen is niet toegestaan. Steeds meer mensen verzamelen zich om in de rij te staan voor het eten. Het verdriet om de ramp lijkt wederom minder aanwezig dan de teleurstelling in de overheid. ‘’Tsipras doet niks, hij laat ons allemaal stikken hier,’’ wordt meerdere malen gezegd.

Na een uurtje uitdelen, komen er geen nieuwe mensen meer aan. De mannen van het leger ruimen de spullen op en vertrekken weer. Hoe deze situatie hier moet verbeteren, weet niemand. De Griekse politiek heeft nog veel andere financiële kwesties op te lossen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit artikel