Wat schrijven de gastcorrespondenten?

Dit is het Nederland van 4.400 Afghanen

De Correspondent wil vertellen hoe het is om als Afghaan in Nederland te wonen. Dit deden zij door vier Nederlandse Afghanen uit te nodigen bij hen op de redactie en samen te genieten van Afghaanse gerechten. Gelijk al een bijzondere manier om een interview uit te voeren. Gastcorrespondent Jurgen Tiekstra schoof aan.

Het artikel is mooi ingedeeld. Tiekstra begint met een inleidend stukje en schrijft daarna als in chronologische volgorde met het diner mee. Na de inleiding komt het voorafje, waarbij de vraag: ‘Wat voor Afghanen wonen hier?’ wordt beantwoord. Voorgerecht: hoe heeft Nederland de Afghaanse gemeenschap veranderd? Hoofdgerecht: voelen Afghanen zich eigenlijk thuis in Nederland? En een pittig nagerecht: de koude oorlog tussen Afghanen in Nederland. De belangrijkste vragen om een beeld te krijgen hoe Afghanen het in Nederland hebben, worden beantwoord.

De vier Afghanen zijn een goede afspiegeling van de Afghanen in Nederland. Deze bevolkingsgroep kwam rond 2001 naar Nederland gevlucht. Slechts de rijke, hoogopgeleide intellectuele Afghanen konden het zich veroorloven om te vluchten. Aan tafel bij de Correspondent zitten een student bouwkunde, een huisarts in opleiding, een rijschoolhouder en een student internationale betrekkingen. Vier mensen met allemaal een ander beroep en andere interesses, maar met dezelfde achtergrond.

Dit Mexicaanse dorpje legde zijn eigen mobiele netwerk aan

Het artikel gaat over een deelstaat in Mexico waar bewoners een eigen telefoonnetwerk hebben opgezet. Het netwerk is de eerste van zijn soort in de hele wereld en daarom een perfect onderwerp voor De Correspondent om een artikel aan te wijden. Inmiddels heeft het netwerk 2.500 gebruikers. Dat lijkt weinig, maar omdat de dorpjes in het gebied meestal bestaan uit slechts honderden inwoners, is het relatief veel.

Gastcorrespondent Jan-Albert Hootsen reisde af naar het gebied in Mexico en sprak met de gebruikers van het netwerk. Het verhaal begint met koffieboer Hernández die Jan-Albert Hoosten via het netwerk naar zijn vriendin laat bellen. Grijnzend kijkt de koffieboer toe hoe de correspondent gebruik maakt van hun kleine telefoonnetwerk. Door het omschreven enthousiasme van Hernández wordt het verhaal persoonlijk.

Via Hernández neem je een kijkje in de wereld van het zelfgemaakte telefoonnetwerk. Drie jaar geleden was bereik op je telefoon slechts een droom. Toen moesten inwoners van Talea vaak uren rijden voordat ze bereik hadden. Nu kunnen zij voor ontzettend weinig geld overal bellen en sms’en. De conclusie van het verhaal? Daar kan het westen nog wel wat van leren.

Reageer op dit artikel