Wederopbouw Rotterdam: ‘In die tijd was er nog geen inspraak’

Net als Syrische steden Damascus, Homs en Aleppo nu, werd Rotterdam in de jaren ’40 van vorige eeuw ook zwaar getroffen door oorlog. Wederopbouw was hard nodig. Maar hoe wordt de identiteit en het uiterlijk van een hernieuwde stad bepaald, mag iedereen zomaar iets bouwen? Publicist Paul Groenendijk neemt het naoorlogse Rotterdam onder de loep.

Architecten en stedenbouwers bestempelen Rotterdam vaak als dé wederopbouwstad van Nederland. Geen andere Nederlandse stad werd na de Tweede Wereldoorlog zo rigoureus heropgebouwd dan Rotterdam. Het bombardement van 14 mei 1940 verwoestte het hart van de stad compleet en daardoor raakten zo’n 80.000 inwoners dakloos. Ook Amsterdam, Nijmegen, Haarlem, Arnhem en Den Helder werden tijdens de oorlog waar getroffen. Deze steden moesten hun historische identiteit na de wederopbouwperiode, die op architectonisch gebied de periode van 1945 tot ongeveer 1968 betrof,  behouden door middel van de herbouw van traditionele gebouwen en het nabootsen van het vooroorlogse karakter. In Rotterdam was het juist de bedoeling een geheel nieuwe, moderne stad te creëren.

“Rotterdam wordt ruim, het zal de allure krijgen van een wereldstad: het snelle verkeer, de brede boulevards, de hoge gebouwen zullen gezamenlijk een sfeer van bedrijvigheid scheppen, die in overeenstemming is met het hedendaagse leven. Gemoedelijk zal het niet zijn, maar we zien op het ogenblik liever een rij glanzende auto’s dan een rijtuig met oude dames en voelen ons beter thuis in een winkel van glas en spiegels, dan in een bedaagde kruidenierszaak, waar de geur van kruidnagelen, zeep en kandij ons aangenaam prikkelt.” – Het Vrije Volk, november 1952.

Opnieuw beginnen
De gemeente Rotterdam was duidelijk: de stad moet volledig anders worden dan hoe deze er voor de oorlog uitzag. Eigenlijk kwam het de gemeente helemaal niet zo slecht uit dat het grootste deel van de stad werd vernield, stelt Paul Groenendijk, publicist met als specialisatie architectuur en redacteur bij Platform Wederopbouw Rotterdam. “Bestuurders en architecten waren in die tijd over het algemeen erg ontevreden met het rommelige vooroorlogse Rotterdam. De stad was in vijftig jaar tijd enorm gegroeid, waardoor het verkeer een puinhoop was en er een hoop slechte buurten bestonden.” Daarom kwam al snel het idee om na de oorlog alles maar zoveel mogelijk te slopen en opnieuw te beginnen. “Alle negentiende en twintigste-eeuwse gebouwen die wij nu waardevol en mooi vinden, vond met toen eigenlijk minderwaardig. Ze kwamen zeker niet in aanmerking voor monumentenzorg.”

Vooroorlogse identiteit
De gemeente van Rotterdam besteedde na het bombardement dus weinig aandacht aan de vooroorlogse identiteit en richtte zich vooral op een nieuw modern, zakelijk en economisch karakter. Was er dan geen enkele behoefte om het gevoel van de vooroorlogse stad naar voren te laten komen in de architectuur? Volgens Groenendijk totaal niet. Arna Makcik stelt tijdens de architectuurslezing Inclusive Cities dat de voorlogse identiteit van een stad juist een grote rol speelt bij de wederopbouw ervan. Volgens de van oorsprong Bosnische architecte, die eerder de wederopbouw van haar verwoeste geboortestad Mostar onder de loep nam, zijn “zowel de ruïnes van de oorlog als de nieuwsgierigheid, het plezier en het geluk van de mens van belang voor de realisatie van een inclusieve stad.”

Voor Rotterdam geldt dat het voor de oorlog vooral bekend stond om haar gezellige identiteit, zo schrijft online geschiedenismagazine IsGeschiedenis. Voor 1940 was Rotterdam een uitgaansstad met veel bioscopen en theaters. Inwoners hielden van muziek, dans en uitgaan. Aan de andere kant stond de stad bekend om criminaliteit, prostitutie en armoede in de sloppenwijken, die de gemeente al voor de oorlog gedeeltelijk ophief.

longread2

Traditioneel versus modern
Voordat de gemeente Rotterdam daadwerkelijk besloot alle overgebleven gebouwen te slopen om een geheel nieuwe stad te creëren, waren er nog ideeën om dicht bij de vooroorlogse situatie te blijven. Stadsarchitect Willem Gerrit Witteveen moest van het gemeentebestuur een plan voor wederopbouw opstellen, stelt Platform Wederopbouw Rotterdam. Modernisten veegden zijn plan al snel van tafel, omdat zijn architectonische uitwerking te traditioneel en monumentaal zou zijn. Het was te weinig vernieuwend, zo vonden de modernisten. Witteveens opvolger Cornelis van Traa ontwikkelde daarom het Basisplan. Een rigoureuze breuk met het verleden, want van het oude Rotterdam zou alleen nog de stadsdriehoek van de Coolsingel, Goudsesingel en de Boompjes te herkennen zijn.

“Tegenover het harmonieuze stadsbeeld van Witteveen heeft Van Traa gestreefd naar krachtige en duidelijke tegenstellingen tussen de elementen. Zo zal in de eerste plaats een krachtig contrast ontstaan tussen de wildheid van de Maas en het beeld van het hoogopgaande krachtig gerythmeerde rivierfront. Voorts zal het open Leuvehavenbekken een duidelijke tegenstelling vormen tot het gesloten karakter van de omringende bebouwde stadsdelen, zullen er tegenstellingen zijn tussen brede verkeersbanen en gesloten winkelstraten, tussen verkeersknooppunten en -pleinen enerzijds en binnenhoven en andere open stadsruimten, die niet voor het verkeer bestemd zijn, anderzijds.” – Het Vrije Volk, april 1946.

Ideaalbeeld
De modernistische architecten en stedenbouwers wilden niet alleen het karakter van Rotterdam met de nieuwbouw vernieuwen, zo stelt Groenendijk. “Er werd ook gebruikgemaakt van nieuwe materialen en bouwtechnieken. Beton, staal, glas, skeletbouw en hoogbouw met ruime, luchtige en hygiënische gebouwen waar volksvijand nummer 1 – tuberculose – geen kans zou krijgen.” Daarbij werden architecten geïnspireerd door grote verbouwingen en renovaties in Frankrijk. “De Franse architect Le Corbusier had enkele jaren voor de wederopbouw van Rotterdam een plan gemaakt voor Parijs, waarbij de halve stad werd gesloopt en vervangen door hoogbouw in het groen. Dat was het ideaalbeeld voor Rotterdam.”

Het ideaalbeeld voor Rotterdam was bovendien een flexibele architectuur. “In principe konden architecten en stedenbouwers binnen de verkeersstructuur bouwen wat ze wilden, zo hoog, zo dichtbebouwd, zo leeg.” Het plan, dat thans voor ons ligt en elders, voorzover de ruimte dat toelaat, tot in details beschreven wordt, is een basisplan, geeft dus „slechts” richtlijnen aan, waarbij vrijheid gelaten is voor de ontplooiing van heel die veelvormigheid van geestelijke. stromingen die het huidige Nederlandse cultuurleven kenmerken. De werkzaamheid van de werkelijk bekwame architect, die de opbouw in de letterlijke zin zal moeten verrichten, staan geen hinderpalen in de weg. – Het Vrije Volk, oktober 1946.

longread3

Binnen kaders
Toch waren de regels volgens Groenendijk in die tijd iets stricter dan nu. “Er was toen veel meer consensus over architectuur dan nu. Nu kan iedereen doen wat hij wil. Sommige delen van de stad zijn opnieuw ingevuld binnen de contouren van het Basisplan.” Als voorbeeld geeft Groenendijk onder meer Calypso, een hypermodern appartementencomplex aan het Kruisplein dat onlangs werd opgeleverd. Ook het C&A-pand aan de Coolsingel en de moderne Markthal zijn voorbeelden van architectonische ontwerpen die de uitgangspunten van het Basisplan, die van moderniteit en uitgesprokenheid, volgen. Ook het immense bouwwerk van Rotterdam Centraal Station hoort hier bij. “In de loop van de tijd zijn alle lege plekken opgevuld binnen de contouren van het Basisplan.”

Zakelijke architectuur
De nieuwe moderne en zakelijke architectuur in Rotterdam is vooral terug te zien rond de Lijnbaan. Architectenbureau Van den Broek en Bakema ontwierp de autovrije winkelstraat in het centrum van Rotterdam in 1953. De architecten moesten de winkels van De Lijnbaan een stedenbouwkundig geheel laten vormen met de moderne Lijnbaanflats die ook in die tijd werden ontwikkeld. Architecten over de hele wereld beschouwden de nieuwe Lijnbaan bij de opening als het meest moderne winkelcentrum ter wereld. Daardoor behoort de winkelstraat momenteel tot de internationaal erkende wederopbouwmonumenten.

Vlakbij de Lijnbaan ligt bovendien het voormalige Stationspostkantoor Rotterdam, dat Architecten Kraaijvanger tijdens de wederopbouwperiode ontwierp als functioneel en rationeel gebouw. Met de tijdloze buitenkant, subtiele details en de innovatieve dubbele gevel was het één van de meest moderne ontwerpen die tijdens de wederopbouw werd gebouwd. Bijna tien jaar geleden renoveerde de gemeente het gebouw tot het verzamelkantoorgebouw Central Post. Een stuk verder richting het zuiden van Rotterdam ligt tevens de Euromast, die architect H.A. Maaskant tijdens de wederopbouwperiode bouwde. Voor die tijd een innovatief en blijvend bouwwerk, dat Rotterdam internationaal op de kaart moest zetten.

Krachtige bankgebouwen
Veel traditionele gebouwen waren er volgens Groenendijk in het naoorlogse Rotterdam niet te vinden. “Alleen in het begin werd er nog vrij traditioneel gebouwd,” stelt hij. Een goed voorbeeld daarvan is het Rotterdamse Bankgebouw aan de Coolsingel. Het was een van de eerste grote bouwprojecten tijdens de wederopbouwperiode. Architect H.F. Mertens, aanhanger van het wederopbouwplan van Witteveen, ontwierp het gebouw. Vooral de bewuste monumentaliteit van het gebouw is daar een kenmerk van. Later werd de bank uitgebreid volgens het plan van Van Traa, met extra hoogbouw aan de achterkant. Daarnaast werden ook de bankgebouwen aan de Blaak, waaronder de Amsterdamsche en Twentse Bank, nog in traditionele stijl gebouwd. De architectuur hiervan moest kracht uitstralen, vooral door middel van de klassieke opbouw van de gevel en het solide exterieur.

“De architectuur zelf tracht een uitspraak te geven van het karakter, dat een Bankgebouw hebben moet. Stoer en sterk moet het zijn als symbool van veiligheid voor hem, die zijn bezit aan de Bank toevertrouwt. En zo tracht dit gebouw stoer en sterk te zijn door de onderbouw van gepolijst betonsteen, door de geslotenheid der zijgevels, de hoeken op de bovenverdiepingen en tenslotte door het hoge fries zonder ramen, dat de voorgevel aan de bovenzijde beëindigt.” – het Bouwkundig Weekblad, januari 1951.

Demografische veranderingen
Waar de Bosnische architect Arna Makcik in haar lezing stelt dat demografische veranderingen tijdens een oorlog in steden in Syrië een grote rol spelen voor architecten die zich bezighouden met de wederopbouw, denkt Groenendijk niet dat dit voor Rotterdam ook gold. Bij het bombardement kwamen tussen de 650 en 900 mensen om, zo’n 80.000 mensen raakten dakloos. “Ik denk dat er een gemiddelde van de bevolking is overleden door het bombardement. Dus niet alleen maar oude mensen, of jongeren, maar een dwarsdoorsnede van de bevolking. Rotterdam had wel een flink contingent Joodse inwoners, vooral middenstanders, die grotendeels zijn overleden.”

Groenendijk stelt dat de toen veranderende demografie tegenwoordig juist veel invloed heeft op de architectuur. “Tijdens de oorlog waren er minder geboorten en dat werd daarna ingehaald met de bekende geboortegolf als gevolg. Met de demografische gevolgen daarvan hebben we nu te maken: relatief veel pensionado’s en weinig jonge mensen.”

De architectuur nu is veel moderner dan tijdens de wederopbouwperiode, maar blijft toch binnen een beleid dat is afgeleid van het Basisplan. Tegenwoordig hebben architecten en stedenbouwkundigen binnen het beleid meer vrijheden, stelt Groenendijk. “De gemeente Rotterdam is traditiegetrouw sterk betrokken bij de ontwikkeling van de stad, door het nemen van plan- en bouwinitiatief en door het vormen van beleid,” valt te lezen in het boek ‘Rotterdam herzien: Dertig jaar architectuur 1977-2007’. Volgens het boek neemt de gemeente echter steeds meer afstand, zoals het ook tijdens de wederopbouwperiode deed.

Rotterdam wederopbouwstad. Dat architecten en stedenbouwkundigen tijdens de naoorlogse periode niet volledig los mochten gaan met ontwerpen en binnen de beleidsregels van het Basisplan moesten blijven, heeft Rotterdam goed gedaan. Dat er bij de wederopbouw weinig rekening werd gehouden met het vooroorlogse gevoel en de identiteit van de stad, maar juist het internationale en moderne karakter ervan kennelijk ook. Rotterdam wederopbouwstad is sinds 2007 namelijk ook Rotterdam City of Architecture. Niet iedereen mocht tijdens de wederopbouwperiode zomaar iets bouwen en toch heeft de stad daar tegenwoordig een speeltuin voor architecten mee weten te creëren.

Illustraties: Tim van Iersel

Reageer op dit artikel