De wederopbouw van Sint-Maarten

 

Iedereen kent de foto’s wel. Een KLM Boeing die over Maha Beach in Sint-Maarten net over de zonnende mensen vliegt. Als gevolg van orkaan Irma is er van dat strand weinig over. Werknemer bij de Koninklijke Marechaussee Kevin Janssen heeft zes weken gewerkt in het rampgebied. “Laat al deze mensen verhuizen en maak er een onbewoond eiland van.”

Op 20 september is Kevin Janssen samen met 32 collega’s afgereisd naar Sint-Maarten om de lokale politie op het eiland te ondersteunen. Het Nederlandse team bestond uit een operationele commandogroep van 26 mensen en zes leidende commandanten. Het team vloog vanaf Schiphol met een KLM-vliegtuig naar Curaçao, daar vlogen ze met een Luchtmacht vliegtuig naar Sint-Maarten. “De hekken om het vliegveld in Sint-Maarten waren weg, iedereen kon zo de landingsbaan oplopen. Er was geen security en er waren geen luchtverkeersleiders dus het voldeed niet meer aan de eisen”, vertelt Kevin. Toen hij aankwam was het mooi weer. “Gewoon 30 graden zoals het altijd is in het Caribisch gebied.” Het eerste wat hem opviel toen hij aankwam waren de bergen. “Alle bergen waren zwart, alsof er brand was geweest. Al het groen was verdwenen. Zo zonde dat ook de palmbomen allemaal weg zijn.” Toen hij bij de haven aankwam schrok hij van de boten. “Dat was een heftig aanzicht. Ik zag wel vijftien catamarans op elkaar liggen. Echt niet normaal wat zo’n orkaan veroorzaakt.” Kevin heeft veel gesproken met collega’s die al langer verbleven in het rampgebied. Veel van hen hebben de orkaan ook meegemaakt. Kevin zelf kwam twee weken na de ramp aan. “Ik heb filmpjes van die collega’s gezien. Je ziet windstoten voorbijkomen die bomen uit de grond trekken. Toen het oog van de orkaan op het eiland was, was het mooi weer en kon je naar buiten. Wat voor en na het oog komt is het ergst.” Zij vertelden hem dat het eiland er twee weken voor zijn komst veel erger aan toe was. Overal lag puin, vooral op de wegen. Kevin vond het toen hij aankwam al een grote zooi, maar dat heeft er dus nog erger uitgezien. “Je komt aan en je ziet de ravage en dan denk je: laat al deze mensen maar verhuizen en maak er een onbewoond eiland van, dit is verwoest. Na zes weken verblijf denk ik hier heel anders over. Ze zijn al echt bezig met herstel en opbouw.” De eerste week na de orkaan zijn de wegen schoongemaakt, zodat vrachtwagens de vuilnisbelt konden bereiken en politie en ambulance weer konden rijden.

Kevin verbleef met zijn collega’s in een hotel dat nog bewoonbaar was. Het hotel had schade aan de buitenkant, maar de kamers zagen er volgens Kevin nog prima uit. In het begin dat hij verbleef had nog niemand stromend water. “Ik kon anderhalve week niet douchen. Daarom gebruikten wij flessen water om ons een beetje te wassen. Een deel van het eiland had toen ook nog geen stroom, wij wel.” De supermarkten waren geplunderd dus de marechaussees kregen 24 uurs zakken van Defensie.  “Dat was ons eten de eerste week. In zo’n pakket zat alles om 24 uur te eten voor één persoon. Daar zat bijvoorbeeld havermout, koffie, limonade en vooral lang houdbare producten in. Op een gegeven moment ben je daar echt klaar mee en wil je iets lekkers als avondeten. Wat we wel hadden was bier, dat is heilig daar.”

Irma en Jose
Met windsnelheden van bijna 300 kilometer per uur raast orkaan Irma op woensdag 6 september over het eiland Sint-Maarten. Het is een orkaan in de categorie vijf en daarmee de sterkste orkaan ooit in de open Atlantische oceaan, die ‘catastrofale verwoestingen’ met zich mee brengt. Als voorzorg werden er op het eiland maatregelen getroffen zoals het vasttimmeren van kozijnen en het inslaan van voedsel. Toch heeft de orkaan een spoor van vernielingen achtergelaten. Op het eerste moment is er sprake van grote ravage. De orkaan heeft huizen, infrastructuur en bedrijven verwoest. Er zijn daken van huizen gewaaid en een deel van het eiland stond onder water, waardoor er auto’s door de straten dobberden. Er lagen bomen op straat en elektriciteitspalen waren omgewaaid. Na de ramp is er geen stroom, benzine of stromend water. In totaal zijn er vier doden gevallen en 43 gewonden.

Maha Beach ligt vlak voor het vliegveld van Sint-Maarten. Door de extreem lage landingsbaan vlogen vliegtuigen vlak over het strand. Misschien wel een van de beroemdste vliegvelden ter wereld is verwoest door de tropische storm. De eerste paar dagen is het vliegveld onbereikbaar, maar na een paar dagen was het weer bereikbaar voor kleine vliegtuigen. Ook de haven heeft het flink te verduren gehad. Volgens het Rode Kruis was de communicatiemast in de haven omgevallen, waardoor communicatie niet mogelijk was. Overal lagen boten en van de toeristische stranden was geen sprake meer. Ligbedjes en palmbomen waren het hele eiland overgewaaid en stranden lagen er leeg en verlaten bij. Het verschepen van goederen is moeilijk dus worden dingen uitgedeeld waar het meest behoefte aan is zoals dekzeilen, water en voedsel.

Terwijl orkaan Irma verder raast naar Cuba en de Dominicaanse Republiek zet Sint-Maarten zich schrap voor de volgende orkaan. Orkaan Jose in de categorie één op schaal van vijf zou Sint-Maarten overvliegen. Op 9 september komt Jose voorbij. Deze orkaan heeft minder schade veroorzaakt dan werd gevreesd. José veranderde van koers en verwijderde zich in noordwestelijke richting van het eiland af. Op 17 september komt het eerste vliegtuig met hulpgoederen aan op Sint-Maarten. Een paar weken later komt de Karel Doorman, het grootste marineschip van de Koninklijke Marine, aan in Sint-Maarten met hierop extra mensen, vrachtwagens, waterwagens, bulldozers en legerambulances.

Plunderingen
Er ontstaat chaos op Sint-Maarten na de orkaan. Bendes plunderen alle winkels. Juweliers, elektronicazaken, de Apple-winkel en supermarkten. Mensen liepen met winkelwagens over straat en laadden alles in wat ze konden vinden. De lokale autoriteit riep mensen op om binnen te blijven, omdat het gevaarlijker werd op straat. Er liepen gewapende bendes rond. Ondertussen komt de hulpverlening steeds meer op gang. Door de plunderingen is er weinig voedsel te verkrijgen een paar dagen na de orkaan. Het Rode Kruis deelt voedselpakketten uit in wijken waar het hard nodig is. Familieleden van uitgezonden personeel en Nederlandse toeristen worden geëvacueerd. Daarna is het de beurt aan mensen die niet permanent op Sint-Maarten wonen, die daar bijvoorbeeld voor werk en studie zijn. Op 10 september zijn er volgens minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert 344 militairen op Sint-Maarten. Zij zijn onder meer op het eiland om samen met de lokale politie de openbare veiligheid te garanderen.

 

Ondersteuning lokale politie
Kevin ondersteunde de KPSM, Korps Politie Sint-Maarten. Dit ging in samenwerking met de politie van Curaçao, Aruba en Nederland. “Ik werkte samen met een of twee Nederlanders en iemand uit Sint-Maarten, Aruba of Curaçao. Ze spreken Engels en praten gebrekkig Nederlands. Het gekke is dat de administratie in het Nederlands moet. Ze krijgen daar alleen Engelse les, dus is het vaak onleesbaar.”

De politie op het eiland kon de plunderingen niet aan. “Ik heb ook steekpartijen en branden meegemaakt, maar vooral veel huiszoekingen gedaan.” De goederen moesten terug gehaald worden. Hij verrichte daarom veel huiszoekingen waarbij hij geplunderde goederen in beslag nam. “Met de geplunderde spullen kon je een heel warenhuis vullen.” Hij vertelt dat 80 procent van de bevolking in Sint-Maarten bewapend is. “Veel mensen hebben messen en machetes, maar ook vuurwapens. Je moest daar echt oppassen.”

Het Rode Kruis
Nederlanders doneerden samen ruim 15 miljoen op Giro 5125. Deze rekening werd geopend door het Rode Kruis. Sinds 28 augustus houdt het Rode Kruis de tropische storm in de gaten en beginnen ze met het activeren van een crisisteam. Als eerst worden alle gebouwen in Sint-Maarten in kaart gebracht, want niet alle gebouwen zijn op de kaart te vinden. Een dag voor de orkaan is 95 procent van de gebouwen in kaart gebracht. Om te zien waar de nood het hoogst is na de orkaan worden er drones ingezet. Een opsporingsteam brengt het aantal vermiste personen terug van vijfhonderd naar drie personen. Vier weken na de ramp kunnen de scholen weer open, omdat het Rode Kruis zorgt voor water op de scholen. Om te zorgen dat ouders tijd voor werk en wederopbouw hebben, deelt het Rode Kruis ontbijt en lunch uit op scholen aan 4800 leerlingen. Omdat de waterleiding nog niet helemaal hersteld is zal de hulpdienst water blijven uitdelen. Voedsel is er inmiddels weer voldoende.

Wederopbouw
Het eiland dat omgeven is door koraalrif was een walhalla voor toeristen. Witte stranden, palmbomen en vrolijk gekleurde huisjes. Maar dat is nu wel anders. 90 procent van de huizen is beschadigd. “Veel huizen en hotels zien eruit als bijenkorven. Alleen het geraamte staat nog overeind.” Betonnen huizen staan nog wel, maar veel missen het dak of hebben beschadigingen. Alle houten huizen zijn weg. Aan betonnen gebouwen en huizen moest in sommige gevallen niet veel gebeuren. Daarom ging de supermarkt in de tweede week van Kevins verblijf weer open. “De schappen lagen niet vol, maar er was voldoende. Na twee weken konden we in het hotel eten en de KFC en Burger King gingen drie en een halve week na de orkaan open.” Er zijn nu zeiltjes over de huizen gespannen die fungeren als dak. Ze wachten nog op zink. “De constructiegenie, het onderdeel van de landmacht dat gespecialiseerd is in wederopbouw, is bezig met de opbouw van belangrijke gebouwen zoals het ziekenhuis en regeringsgebouwen.”

Tot 6 oktober was de noodverordening van kracht met een avondklok, deze werd steeds verlengd en was na een tijdje niet meer nodig. Tijdens de avondklok mocht er niemand op de weg. “Alleen als je een zogenoemde ‘hurricane pas’ had mocht je de weg op. Je zag in de nacht vooral vrachtwagen met afval naar de stort rijden. Overdag zijn de wegen erg druk, er staat dan overal file.” Volgens de marechaussee is er niet echt opvang, bewoners verblijven bij familie of vrienden. Hulpverleners heeft hij niet veel gezien, terwijl het Rode Kruis volop actief is op het eiland. Vier dagen na de ramp vlogen 32 Rode Kruis-medewerkers uit Nederland, Aruba, Curaçao, Saba en Bonaire naar Sint-Maarten om collega’s daar te helpen. “Ik heb de bewoners zelf vooral aan het werk gezien. De mensen zijn daar heel positief. Wij Nederlanders hadden daar anders op gereageerd.” De marechaussee heeft ook bewoners gesproken die 22 jaar geleden orkaan Louis hebben meegemaakt. “Zij waren voorbereid, omdat ze weten dat je in dit gebied rekening moet houden met orkanen. Maar de meeste mensen hebben de orkaan onderschat.” Veel bewoners zijn verzekerd, maar het duurt lang voordat ze de schade vergoed krijgen. Dit komt omdat er veel mensen in hetzelfde schuitje zitten. “Er zijn veel discussies gaande, want eigenaren van huurhuizen moeten hun huis opknappen, maar dat gebeurt niet.”

Op het eiland zijn ze nu vooral bezig met het aanleggen van stroomkabels. “Alles moet opnieuw aangelegd worden. Op Sint-Maarten zitten alle stroomkabels boven de grond aan houten palen. Een aantal kabels wordt nu ondergronds aangelegd. Maar niet allemaal, omdat bovengronds sneller gaat.” Er zijn nu nog steeds gebieden waar geen stroom of water is. Er zijn daarom drinkwaterpunten aangelegd en veel bewoners hebben een eigen generator, zodat ze toch stroom hebben. De natuur groeit snel volgens Kevin.  “Toen ik weg ging hingen er weer bladeren aan de bomen en zag het eiland er leefbaarder uit dan toen ik aankwam. Het is nu echt weer een bewoonbaar gebied.” Kevin is op 2 november terug naar huis gegaan, omdat er in Nederland een tekort aan marechaussees is.

Het kabinet trekt op voorwaarde 550 miljoen uit voor de wederopbouw van Sint-Maarten. De eerste voorwaarde is de overname van grenscontroles door Nederland. Het instellen van een integriteitskamer is de tweede voorwaarde. Die kamer moet erop toezien dat geld uit het hulpfonds op een goede manier wordt besteed en moet corruptie voorkomen. Tussentijds worden er evaluaties gedaan. Als er niet aan de voorwaarde wordt voldaan wordt de hulp stopgezet. Sint-Maarten wilde hier eerst niet mee akkoord gaan. Dat leidde tot politieke crisis op het eiland. Hierdoor moest premier William Marlin opstappen. Op 8 januari zijn er nieuwe verkiezingen op het eiland.

 

 

 

Reageer op dit artikel