‘Wil je hier sterven of in het ziekenhuis?’

Het is woensdagavond 16 november 2015. Met het gezin zitten we aan tafel. We gourmetten om mama’s verjaardag te vieren. De sfeer is somber. Ik krijg geen hap door mijn keel. Een kwartier voor het bezoekuur begint vertrekken we naar het ziekenhuis. Stilzwijgend zit ik naast het bed. Terwijl haar ademhaling steeds moeilijker verloopt, krijg ik door dat dit de laatste keer is dat ik haar zal zien. De volgende ochtend komt het belletje. Op wat later haar trouwdag blijkt te zijn, overlijdt mijn oma, Joke, op 81-jarige leeftijd.

Een reconstructie van haar leven. 

Een aantal jaren voor de oorlog werd Joke geboren (1934). Ze heeft de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Dochter Mie-lan (54) vertelt aan de keukentafel over het leven van haar moeder: “De Duitsers hadden de school in de straat ingenomen. Ze was toen een jaar of 7. Daarna hebben de Engelsen het overgenomen.” Ondanks de bezetting hadden ze het niet slecht. “Ze hadden gewoon te eten. In Tilburg was het niet heel ernstig, in ieder geval minder erg dan op andere plekken. Er vielen wel bommen. Dan ging het luchtalarm af en moesten ze naar de schuilkelder.”

Toen Joke 14 was overleed haar moeder aan suikerziekte. Een jaar later verloor ze haar vader aan kanker. Op jonge leeftijd stond ze er alleen voor. Een tijdje woonde ze bij haar oudste zus ‘Tante’ Greet. Haar overige zussen en broer werkten bij de stationsrestauratie in Tilburg. Op haar 16de ging Joke er ook werken en mocht ze er inwonen. “Rond haar 18de leerde ze opa kennen. Hij was krantenverkoper. Op haar 20ste  trouwden ze. Op 17 november 1954.” Joke en Wil kregen drie kinderen: Wim, Eddy en Mie-lan. Haar enige dochter werd vernoemd naar de eigenaresse van het Chinees restaurant waar ze zo graag werkte.

Eddy werd geboren met een hersenafwijking. “Door de medicijnen die oma kreeg voor een te snel werkende schildklier is ome Eddy zoals hij nu is”. Hij is zeer slechthorend en heeft moeite met praten. Vanaf zijn 4de ging hij naar school in Nijmegen bij het doveninstituut. Daardoor zag de familie hem bijna niet. “Hij kwam alleen in de vakanties thuis.” Pas toen hij 10 jaar oud was ging hij dichter bij huis naar school, in Eindhoven. “Best wel erg eigenlijk, he? Het was echt een internaatkind.”

Er werd toendertijd nog niets vergoed. “Eddy had een gehoorapparaat nodig en ook de vervoerskosten met de trein moesten ze zelf betalen. Daardoor moest oma bijwerken als schoonmaakster bij de Boerenleenbank (red. nu Rabobank) en de Kromhoutkazerne. We kwamen erachter dat Eddy bij de Jehovah’s Getuigen was gegaan toen ik van jou in verwachting was (red. 23 jaar geleden). Het contact werd steeds minder. Dat heeft oma heel erg gevonden.”

“Toen ze zwanger was van mij had ze last van bloedarmoede. Daar heeft ze lang mee gelopen. Daardoor werd ze duizelig en heeft ze straatangst opgelopen. Ze durfde niet alleen de straat op.” Vanaf haar 40ste heeft ze gewerkt, ze was arbeidsongeschikt en kwam in de WAO terecht. Twee jaar lang heeft Joke in Delft gezeten, bij een hulpkliniek om haar van haar angsten af te helpen. “Ze veranderde in de kliniek. Dat is ook begrijpelijk: ze heeft geen geweldige jeugd gehad, haar ouders waren op jonge leeftijd overleden en in de kliniek zat allemaal jeugd. Ze was nog wel een tijd verslaafd aan zenuwtabletten. Daar is ze van af gekomen door een strijker (red. magnetiseur).”

In moeilijke tijden zocht Joke steun bij God. Samen met haar man bezochten ze regelmatig bedevaartsoorden als Scherpenheuvel en Banneux in België en Kevelaer in Duitsland. “Opa had daar niet veel mee, die ging mee voor haar.” In 2004 overlijdt Wil aan de gevolgen van prostaatkanker. “Dat was een grote klap voor haar. Ze was erg van hem afhankelijk. Ze had geen rijbewijs, hij regelde alle bankzaken en het papierwerk.” Daarnaast had Joke moeite zich verstaanbaar te maken.

Rond haar 50ste had Joke veel pijn in haar keel. “Ze was hees en kon niet goed slikken.” Ze heeft een paar jaar bij de huisarts gelopen met klachten. “’Stop eerst maar met roken’ zeiden ze. Pas toen ze  na een tijd zelf een verwijskaart eiste werd ze doorgestuurd. “Als ze eerder was doorverwezen was het niet zo erg geweest.” Bij het ziekenhuis bleek Joke een vorm van keelkanker te hebben. In Nijmegen werd ze geopereerd. Er werd een gat gemaakt naar de luchtwegen om te kunnen ademen. Daardoor had ze moeite met praten.

Ondanks alle tegenslagen vanaf jongs af aan genoot Joke van de kleine dingen in het leven, zoals een dagje naar Scheveningen. Als mijn broertje Jesper en ik langskwamen werden we stevig geknuffeld. We speelden veel spelletjes, zoals een potje kaarten of Mastermind. Ze straalde als we er waren, en als we er niet waren vermaakte ze zich met het kijken naar The Bold and the Beautiful en Little House on the Prairie.

In de laatste jaren van haar leven kreeg Joke een licht herseninfarct. Waarschijnlijk als gevolg van de keelkanker die ze eerder trotseerde. “Oma heeft altijd te weinig zuurstof gehad, blijkt achteraf. Ze had het altijd benauwd en was constant moe.” Ze lag een aantal weken af en aan in het ziekenhuis wegens een longontsteking. De arts vroeg aan haar “Wil je thuis sterven of in het ziekenhuis?” Dan weet je hoe laat het is. Op 17 november 2015 liet Joke haar laatste adem, op haar trouwdag. Slaap zacht oma, doe de groetjes aan opa.

 

Reageer op dit artikel