Wonen is van iedereen

sdr

Ze hebben afgesproken bij het kippenhok. Kip Pluisje is van haar ei geplukt en trippelt vrolijk door de tuin. Broeierig broeden is niet goed voor het beestje. Het is een tropische dag; de zon staat hoog en de benauwdheid plakt aan de huid, ontneemt sluiks de adem. Drie man sterk wacht geduldig op een vrouw van de gemeente. Een paar meter verder, tussen de hortensia’s en fresia’s weerkaatst de zon schitteringen op het water van een zwembadje. Drie kinderen spetteren vrolijk terwijl het wachten vordert. Ze loopt over het pad het kippenhok tegemoet; de bespreking kan beginnen.

Ze breekt het smeltende ijs: “Wat een mooie tuin is dit zeg.” Bart, lid van de werkgroep Tuin, voelt zich gevleid maar weerlegt de focus. “De tuin is van mij, het wonen is van iedereen.” Om tot de kern te komen loopt het bestuur met de gemeenteambtenaar langs de schommels richting de groenstrook. Nu nog van de gemeente. Een andere functie dan groen zijn heeft de strook niet en dat zou Bart graag anders zien. “Ik wil van deze grond een wormenbak maken.” Bij de ambtenaar valt amper een kwartje, dus neemt Bart haar mee voor een demonstratie. Met een riek wroet hij in een composthoop. “We verzamelen hier GFT zoals ajuintjes en citrus. Dat bevordert de kringloop. In deze bak zitten al duizenden wormen.”

Naast het gezamenlijke wonen bij Centraal Wonen Aardrijk, vervullen ze ook een maatschappelijke functie. Zo wil Bart met de wormenbak van de groenstrook de buurt inspireren om ook te gaan composteren: “Ze mogen van mij best hun GFT-afval bij ons plaatsen.”

Centraal Wonen Aardrijk is een woongemeenschap in de wijk Haagse Beemden, Breda. 31 Jaar geleden werd het opgericht. Het gebouw bestaat uit 52 appartementen die verbonden zijn aan een gemeenschappelijk tuin, het hart van de woongemeenschap. Er wonen tachtig mensen. Daarvan is de oudste 82 jaar, de jongste is in Aardrijk geboren en inmiddels 1 jaar oud.

Wie zich ook mengt in het gesprek is Myrna van der Oord; naast haar voorzitterschap van het bestuur ook een bezig mens: “Ik heb een fulltimebaan in het onderwijs, ben in de woongemeenschap actief in de barwerkgroep en ik zorg voor de kippen in werkgroep De Tokkies. Ohja, en zoals iedereen heb ik één keer in de zes weken schoonmaakdienst. Gemiddeld ben ik zo’n vier uur per week bezig met de extra’s van het wonen. Dat is iets meer dan andere bewoners, maar het is bij Aardrijk wel verplicht om in een werkgroep actief te zijn.

We vinden het belangrijk om echt onderdeel van de gemeenschap te zijn en een steentje te dragen. Niet alleen voor elkaar, ook voor de rest van de wijk. Naast het idee om met de buurt de groenstrook te composteren, hebben we op dinsdag een yogales in de gemeenschappelijke ruimte. Daar komen ook mensen van buitenaf naartoe, zoveel inmiddels dat ik niet eens meer kan meedoen. Naast de ruimtes wordt er genoeg gedeeld onder elkaar: de auto, krant, gereedschap, zelfs kennis over geneeskrachtige kruiden. Sommige bewoners zijn antroposofen. Kinderen gaan naar de vrije school. Een beetje zweverig is het wel.”

Anne van der Sluijs is de bovenbuurvrouw van Myrna. Daarnaast is ze eigenaar van een kroelkat die flink verhaart én een kat met suikerziekte, tel daar nog meer dan tien parkieten bij op en de dierenvriend is compleet. Er zitten ook nadelen aan delen, merkt Anne tijdens haar schoonmaakdienst. “Ik heb er een hekel aan als dingen verdwijnen uit gezamenlijke ruimtes. Ik ging laatst de logeerkamer schoonmaken; was de stofzuiger opeens foetsie. Prima als je het ding leent, maar zet het dan weer terug. Ja, die stofzuiger zit wel echt in mijn ergernis. Maar het is ontzettend leuk wonen hier. Zo’n twintig jaar geleden ben ik per toeval bij Aardrijk terechtgekomen. Ik was toen 23, net klaar met de studie Maatschappelijk Werk, en zag de folder bij de woningbouwvereniging. Meteen werd ik enthousiast; ik zag alle voordelen van een studentenleven, met als extra dat de woonruimte van mij is. Samen met het A-team (activiteitenteam) organiseer ik filmavondjes, barbecues en spelletjes. Er is geen verplichting om alles samen te doen, maar eenzaam hoef ik hier nooit te zijn. Mensen die in een flat wonen komen elkaar tegen in de lift en dat is het dan. Hier is het een stuk laagdrempeliger. Er zitten altijd wel mensen in de tuin om mee te kletsen.”

Ook voor Myrna was dit een welkome vorm van gezelligheid, toen ze in 2010 besloot met haar twee zoons te verhuizen naar Aardrijk. “We woonden in een leuke straat, ook in de Haagse Beemden. Ik was bevriend met de buren en we hadden regelmatig een straatfeest. Dat hield op toen er veel mensen gingen verhuizen. Ik miste de gezelligheid. Binnen Aardrijk voel ik me nooit alleen. Meestal laat ik de voordeur open en loopt er iemand binnen voor een praatje. Door hier te wonen verbreekt het een patroon van individualisme. In een normale wijk moet je veel harder werken om dat te stimuleren.”

Volgens de Landelijke Vereniging Centraal Wonen, waar Aardrijk ook bij is aangesloten, telt Nederland zo’n tienduizend woongemeenschappen. Jaarlijks komen er ongeveer honderd bij. In 1969 werd het eerste project voor Centraal Wonen uitgedacht; om een huis te bouwen met ruimtes die gemeenschappelijk gebruikt kunnen worden. De Wandelmeent in Hilversum werd de eerste woongemeenschap van Nederland, in 1977. In de jaren negentig ontstaan de manieren van huizing vanuit religieus optiek, tegenwoordig wordt er creatiever mee omgegaan. Centraal Wonen Aardrijk is niet als enige bezig met verduurzaming. Er bestaan zelfs Ecodorpen: Ecodorp Bergen en Ecodorp Boekel houden daarbij rekening met de 17 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties (zie afbeelding). Naast verduurzaming en ecologie zijn er ook woongemeenschappen speciaal voor ouderen, in het kader van de participatiemaatschappij.

Sustainable Development Goals

Als voorzitter van het bestuur is Myrna ook betrokken bij de sollicitaties. Sollicitaties? “We hebben een alternatieve woonvorm en niet elk type mens is daar geschikt voor. Het is een beetje ingewikkeld. Via de woningbouwvereniging werken we buiten normale wachttijden. Vier keer per jaar houden we een informatiedag waarna iedereen zich kan aanmelden. Het zijn goedkope woningen en dus laagdrempelig. Van de woningbouwvereniging mogen we een selectie maken wie geschikt is. Onze eisen zijn dat iemand psychisch gezond is, vrij van verslavingen, al woonervaring heeft en het idee ondersteunt om mee te helpen in een werkgroep. We hebben pas één keer gehad dat iemand door de keuring kwam en toch niet actief bleek in het samenzijn. Daar hebben we het lidmaatschap van afgezegd, waardoor hij geen gebruik meer kon maken van openbare ruimtes. We mogen iemand niet wegstemmen of laten verhuizen, maar deel van de gemeenschap was hij niet meer. We willen gewoon voorkomen dat het escaleert, ons imago is genoeg verbeterd om dat hoog te houden.”

Het imago van Centraal Wonen Aardrijk was niet even rooskleurig. Anne legt uit: “In het begin was het niet erg populair om hier te wonen. De woningbouwvereniging kreeg de appartementen moeilijk verhuurd en besloot om mensen met psychische problemen te plaatsen. Voor de buurt stonden we bekend als een opvanghuis, een soort GGZ, wat helemaal niet de bedoeling was. Dit begon 31 jaar geleden, maar toen ik 20 jaar geleden hier ging wonen was het nog steeds gaande. Ik heb vervelende dingen meegemaakt. Zo was er een vrouw die in het water liep om zichzelf te verdrinken. En een man met fikse psychoses. Het is een sociale huurwoning hè, dus er komen ook veel jonge mensen op af. Zo ook een jonge meid. Hartstikke intelligent, maar ze ging om met verkeerde types. Daar kwamen ook weleens dealers over de vloer. Zelf had ik er niet zoveel last van, maar als het ging om dieren werd ik woest. De psychotische man heeft een keer zijn kat tegen de muur gekwakt. Dieren werden ingeslapen omdat het baasje niet voor zichzelf kon zorgen, laat staan voor het dier. Ergens dacht ik: wie ben ik om te bepalen dat mensen geen dieren mogen? Gelukkig ligt dat allemaal in het verleden en is iedereen nu gezond. Ik heb zelfs mijn buren geleerd hoe ze insuline moeten spuiten, voor als ze voor mijn kat zorgen.”

Bart opperde in de tuin dat wonen voor iedereen is. Maar is dat wel zo? Hoe divers is deze woongemeenschap? Myrna: “Je hoeft echt niet kerngezond te zijn om bij ons te komen wonen. Zo hebben we een bewoner met COPD (longziekte). Haar buurvrouw kookt dagelijks voor haar. Er heerst een bereidheid om te helpen. Maar we zijn niet een verlenging van zorginstanties. Daarnaast kun je op een depressie of verslaving ook grip krijgen. Als iemand daar een goede behandeling voor heeft doorstaan is hij of zij meer dan welkom.”

Diversiteit komt van twee kanten. Anne: “Er wonen mensen met verschillende nationaliteiten: België, Hongarije, Duitsland, Frankrijk, Egypte. We hebben een voorkeur voor diversiteit, maar het blijft een sociale huurwoning. Een groot percentage bewoners heeft een uitkering, dus verschil in klasse zie je niet echt. Om hier te wonen moet je best ruimdenkend zijn. Verschillende religies zijn hier niet, bij toeval misschien niet-praktiserende katholieken. We hebben geen gebedsruimtes of kerkdiensten. Toch voelt het voor mij heel divers. Door hier te wonen heb ik vrienden van verschillende leeftijden omdat ik gemakkelijker contact maak met andere leeftijdsgroepen.”

 Grote regendruppels vallen in het zwembadje. De kinderen rennen naar binnen, de gezamenlijke speelruimte in. De gemeente vertrekt zonder uitspraak, de tuin blijft tot die tijd gelimiteerd tot de woongemeenschap. Het delen van een composthoop zit er nog even niet in. In de tuin heerst de stilte. Alsof het nooit van iedereen was, maar wel is. Pluisje is met de zon verdwenen.

Reageer op dit artikel