Zeemanskoor de Skúmkoppen verkeert in zwaar weer

Zeemanskoor de Skumkoppen.

Een vrouw met zilverwit haar en een felblauwe trui staat op een vierkante verhoging. Rondom haar zitten dertig bonkige kerels, op felgekleurde kuipstoeltjes, ieder met een map op schoot. De vrouw kijkt om zich heen, tilt haar handen op en wanneer ze naar beneden zwiepen klinkt een diep Oohhhhhh uit dertig kelen.

We bevinden ons in wijkcentrum Het Vierkant, bij de repetitie van zeemanskoor de Skúmkoppen. De steriele ontvangstruimte van Het Vierkant is voor vanavond omgetoverd tot een oefenlokaal. Twee grote speakers en een mengtafel blokkeren de centrale hal, en de ontvangstbalie doet dienst als bar. Dat is niet erg; het is acht uur ’s avonds en dan hebben de meeste Harlingers zich al lang en breed teruggetrokken in hun vissershuisjes. Als het ergens bij de cultuur hoort om schippersliederen te zingen, is het wel hier, in dit knusse Friese havenstadje.

Het koor zingt vooral shanty’s. Dat zijn oude schippersliederen die Engelse bootsmaatjes zongen om allemaal tegelijk hun klussen te doen. Zeilen hijsen, water hozen; voor alles bestaan ritmische liederen. Soms zijn de teksten grof, vaak met humor en altijd gaan ze over de zee. Drunken Sailor en Wild Rover zijn enkele klassiekers.

Meer dan een koor 

Een paar keer per jaar vertrekt het hele koor met de bus naar het buitenland om samen met andere schipperskoren uit heel Europa een ode te brengen aan het leven op zee. Als ik een man naast me vraag wie nu de opvallendste schipper van het koor is, wijst hij naar de deur. “Daar zul je hem net hebben.” Een man rijdt binnen in een scootmobiel.

Het is Geert van der Molen. Hij komt met behulp van twee krukken omhoog uit zijn scootmobiel en schudt me de hand. Ik vraag hem waarom hij bij het koor zit. Hij lacht. “Zingen is leuk. En je hoort bij een groep. Zingen maakt blij; maakt dat je dingen vergeet.” Hij kijkt me even aan door zijn kleine brilletje en knikt dan naar de krukken waar hij op leunt. Hij verlegt zijn blik naar de dirigente die op het plateautje in het midden van de kring is geklommen. Hij belooft dat hij in de pauze verder zal vertellen, en dan haast hij zich naar zijn plek.

Zodra de stemopwarming is afgelopen, geeft de dirigente opnieuw een zwaai met haar armen en beginnen de mannen aan een driestemmig lied. Hun hartstocht is overweldigend. De man naast me bezit een verrassend diepe basstem. Hij zingt hard, alsof hij een flinke zeewind moet overstemmen. De dirigente buigt zich voorover, fluistert de tekst mee, kijkt de mannen een voor een aan door haar felrode bril. Ze balt haar handen tot vuisten en maakt een werpgebaar om de heren op te zwepen.

Zoektocht naar nieuwe leden 

Hoewel het gezang nog steeds vol en luid klinkt, is de groep in de afgelopen twee jaar flink gekrompen. Van 62 naar 55 man. Het koor heeft last van vergrijzing. Letterlijk. De Benjamin van de groep is 47 en de enige zonder grijze manen. Om te zorgen dat de schippersliederen niet verloren gaan, moet een nieuwe generatie de liederen oppakken. Maar makkelijk is dat niet, merkte het bestuur van de Skúmkoppen vorig jaar. Jongeren voelen zich niet thuis in het genre. Er wordt geen Justin Bieber gezongen. En tijdens de pauze kijk niemand op zijn mobiel. Zingen met je opa, niet meteen de grootste hobby van veel tieners. Om nieuwe leden te trekken werden vorig jaar drie inloopavonden georganiseerd. Geert: “Daar kwamen twee of drie man op af. Die waren ook oud. Shanty’s hebben een oubollig imago.”

Uit gegevens van de shanty- en seasongvereniging Shanty Nederland blijkt dat het probleem niet alleen in Harlingen speelt. De Blauwbaarden, de Zingende Zalmvissers en Viswijvenkoor de Schelle Vissen, allemaal zijn de leden de veertig ruim gepasseerd. Toch zijn er uitzonderingen. Toen Shantykoor Rotterdam het probleem van haar vergrijzende ledenbestand aankaartte bij de gemeente, mocht het shantylessen gaan geven op basisscholen. Shantyliederen staan op de lijst van het UNESCO werelderfgoed, dus konden de organisatoren rekenen op de nodige ondersteuning. Zo ontstond kinderkoor De Rotterdamsche Scheepsmaetjes. Met tweehonderd leden mag het een groot succes genoemd worden.

De Skúmkoppen hebben hun repertoire al uitgebreid om toegankelijker te zijn. Naast Engelse shanty’s zingt het koor ook Duitse, Friese en Nederlandse liedjes. Zelfs popnummers mogen ingebracht worden. Als ze maar met de zee te maken hebben. Ook vanavond wordt zo’n lied geoefend. 33 leesbrillen flikkeren in de felle ledverlichting als het nieuwe nummer wordt ingezet. De tekst zit er nog niet bij iedereen in. Mijn buurman op de achterste rij bromt hoofdschuddend. “Ik heb een video op Youtube gekeken. Geen touw aan vast te knopen.” Het is een lied van De Dijk, een tango. Als het golft.

‘Als het golft dan golft het goed 

niet te stuiten, niet te sturen 

duurt het dagen, duurt het uren 

als het golft dan golft het goed’

De tekst had over het koor kunnen gaan. Het omschrijft de laatste periode van het leven, en dat er dan nog behoorlijk wat onverwachte dingen kunnen gebeuren, waar je niet om hebt gevraagd. Op zulke momenten is het koor als een familie, volgens Geert. “Als er iets gebeurt, dan wordt daar goed bij stilgestaan. Een van onze leden had bijvoorbeeld een herseninfarct. Hij kon nauwelijks meer praten, laat staan zingen, maar hij werd niet weggestuurd. Hij mocht blijven tot hij stierf.”

‘Op de dansvloer van het leven 

met een tango voor de boeg 

kan het zomaar heftig stormen 

ook als niemand er om vroeg’  

Ook vanavond kan een lid niet bij de repetitie zijn omdat hij ziek is. Geert: “Dat lid kan zijn huis niet meer uit. Hij heeft kanker. Beter wordt hij niet. Als het zijn tijd is, dan zullen we zingen op zijn uitvaart. Dat doen we voor alle leden.” Het is moeilijk om niet mee te deinen als de mannen hun tango zingen. Hun stemmen zijn nog onzeker, maar de emoties zijn echt.

Vrouwelijke dirigent 

Het lied is afgelopen; de dirigente geeft aan dat het pauze is. De heren kwetteren vrolijk door elkaar heen. Er wordt hier en daar een schouderklop uitgedeeld. Kleingeld rinkelt in schaaltjes op de balie wanneer de gastvrouw koffie inschenkt. Wie door zijn wimpers naar het tafereel kijkt, waant zich in een gemoedelijk bruin café. En zo hoort het ook, zegt Roel, als ik op een barkruk naast hem ga zitten. “Dit gezelschap begon als een koor om naar de kroeg te mogen. Skúmkoppen zijn de koppen van de golven, maar eigenlijk bedoelen we de schuimkoppen op het bier.” Hij en zijn buurman grinniken.

De rest van de pauze praat ik met de dirigente. Ze stelt zich voor als Lesley. Ze vertelt dat ze uit Canada komt en dwarsfluit speelt. Na dertig jaar een eigen muziekschool te hebben gehad, is ze retired. Maar stilzitten wil ze niet. Naast haar werkzaamheden als Engels- en muziekjuffrouw op een basisschool, nam ze twee jaar terug het stokje over van de dirigent van de Skúmkoppen. Ik vraag haar hoe ze het vindt om aan het roer te staan van dertig kerels. “Ik vind het heel leuk. Maar in dit koor zitten veel oude mensen. Die zijn nogal set in their ways. Daarom moet ik heel sterk zijn. We helpen elkaar, zij en ik. De koorleden praten Fries met mij en ik help hen met hun Engelse uitspraak.”

Niet iedereen was blij met de komst van de strikte Canadese. Geert: “Ze is strenger dan de vorige. We hebben 22 jaar dezelfde dirigent gehad. Hij dirigeerde met een lach, met humor en een stukje ernst. Hij maakte veel grapjes en geintjes tussendoor. Soms moest de repetitie worden stopgezet omdat we te hard aan het lachen waren. Nu is dat anders. Zij wil dat niet. Het is enorm wennen voor ons. – Maar voor sommigen is het fantastisch,” voegt hij eraan toe.

Als ik weer op de achterste rij plaatsneem, begrijp ik de opmerkingen van de mannen naast me beter. Ze reageren als opstandige schooljongens op Lesleys aanwijzingen. Na iedere opmerking van haar kant, volgt een gevatte reactie van de heren. Geeft Lesley aan dat de zangers het woord shy verkeerd uitspreken, dan grappen zij over haar uitspraak van het Fries. Ondanks hun geintjes nemen de mannen haar aanwijzingen serieus.

De heren willen hun tekstboekjes weer pakken, maar Lesley maant ze nog even te wachten. Ze wil iets vertellen. Zestig ogen kijken naar de vrouw met het zilverwitte haar. “Jullie weten misschien dat ik lesgeef op een basisschool. Ik doe dat werk from my hart. Ik geef de kinderen blokfluitles.” De heren kijken verbouwereerd. Niemand weet waar dit heen gaat. “De meisjes vinden het leuk, maar jongens vinden de blokfluit saai. Binnenkort ga ik overleggen met de directeur. Ik wil de jongens shanty’s laten zingen. Misschien gaan ze ervan houden. En als ze opgroeien, dan komen ze hier.” Ze wijst om zich heen en glimlacht. Ik kijk met een schuin oog naar de mannen naast me. Ik verwacht een schertsende opmerking of gegrinnik. Ze zwijgen. Na een paar seconden mompelt mijn buurman: “Hmmm. Een paar tenoortjes erbij.” Hij klinkt nadenkend, niet afwijzend.

Als de directeur het goed vindt, en de jongetjes gaan inderdaad Engelse shantyliederen zingen, dan zou in Harlingen zomaar hetzelfde kunnen gebeuren als in Rotterdam. Wie weet zitten dan volgend jaar een aantal jonge Skúmkopjes naast de heren op de achterste rij.

Reageer op dit artikel