Boterdrabbelkoeken: het verhaal achter de Sneekse lekkernij

Een blik van Haga's boterdrabbelkoeken | Foto: Ilja Panis

Sneek kennen we natuurlijk van de Sneekweek: het jaarlijks terugkerende zeilevenement in augustus. Toch is dat niet het enige kenmerkende aan op twee na grootste stad van Friesland. Sneek kent namelijk een rijke geschiedenis: naast historische gebouwen als de Waterpoort en de 150 jaar oude drank Beerenburg van Weduwe Joustra, hoort daar ook de boterdrabbelkoek bij. Vandaar dat ik vandaag Haga’s boterdrabbelkoekfabriek en -winkel bezoek.

Het is een grauwe, bewolkte dag wanneer ik rond half een arriveer in Sneek. Gelukkig valt er op een paar druppels na amper regen en zijn de straten niet helemaal verlaten. Zowel jongeren als ouderen bevinden zich in het centrum van de op twee na grootste stad van Friesland.

Na een rondje door de stad te hebben gelopen, besluit ik om Haga’s koekenfabriek te bezoeken. Eerder deze week las ik al over de typisch Friese drabbelkoeken die daar gemaakt zouden worden. Toch slaat nu de twijfel toe. Zal de fabriek nog wel bestaan? De website zag er verouderd uit en Google Maps geeft geen hits wanneer ik Haga’s drabbelkoeken intyp. Vreemd, gezien de drabbelkoek volgens verschillende online bronnen onlosmakelijk verbonden is aan Sneek en Haga’s een van de weinige producenten is.

Gelukkig staat het adres van de fabriek wel op de website. Ik besluit het er op te wagen. Via een straat genaamd Kleinzand, word ik naar de Jousterkade gestuurd. De Jousterkade wordt door een gracht gescheiden van de Eerste Oosterkade, waar Haga’s Drabbelkoekenfabriek moet zijn. Aangekomen in de Joursterkade zie ik tot mijn blijdschap aan de overkant het gebouw staan waarnaar ik op zoek was. Ik herken het gelijk aan de letters ‘Haga’s boterdrabbelkoeken’ die op de gevel van het gebouw staan. Naast het gebouw staat een krijtbord met daarop in gekalligrafeerde letters het woord ‘open’.

Via de zijingang stap ik naar binnen. Meteen komt de mierzoete geur van warme roomboter en suiker me tegemoet. Marian Haga zit op een kruk achterin de winkel op ambachtelijke wijze koeken te bakken. Ze is een kleine vrouw met kort lichtblond haar. Op haar neus staat een zwarte bril. Glimlachend begroet ze me, terwijl ze de koeken waar ze mee bezig is afmaakt. Hoewel een Friese vakantievriendin uit Buitenpost me eerder die week vertelde dat Friezen vaak stug zijn, merk ik daar weinig van. “Ze gaan hun Friese accent echt niet verbloemen voor een Hollander”, beweerde ze in een Whatsappgesprek. Maar ach, Buitenpost is Sneek ook niet.

De fabriek is aardig klein. Het past niet bepaald bij het beeld dat je hebt wanneer je aan een hedendaagse fabriek denkt: groot, industrieel, veel machines, beweging, licht. Bij Haga’s is het tamelijk donker. Dat komt waarschijnlijk doordat er weinig ramen in het pand zitten en de donkere kleuren die gebruikt zijn in het interieur. Zowel binnen als buiten zijn de muren van baksteen. De fabriek heeft een houten plafond in een soort bordeauxrode kleur en een donkerbruin betegelde vloer. Ook de meeste meubels, zoals de mahoniehouten toonbank en stoelen, zijn in bruintinten. Tot slot zijn er slechts twee ‘drabbelmachines’ te vinden in het pand. Achter de ene zit Marian, de ander is momenteel niet in gebruik.

Zodra Marian de koeken af heeft, staat ze op. Ze trekt haar witte koksbuis recht en klopt haar handen aan haar schort af en loopt naar de toonbank waar de drabbelkoeken tentoongesteld staan. De toonbank ik overvol beladen met koeken: per vier verpakt in plastic, per vijf verpakt in een klein blik en per acht verpakt in een groot blik. De blikken zijn verkrijgbaar in een soort vergeelde tinten rood, groen en zwart.  Verder is de toonbank aangekleed met antieke accessoires, zoals een oude kassa en een soort bakelieten huistelefoon. Zodra je de winkel binnenstapt, krijg je eigenlijk het gevoel alsof je honderd jaar terug in de tijd gereisd bent.

Dat is niet gek. De Sneekse familie Haga begon namelijk al in 1850 met het maken van de drabbelkoek. De fabriek is door verschillende generaties overgenomen. Marians man, Bunny Haga, behoorde tot de derde generatie die de fabriek runde. Negen jaar geleden overleed hij echter. Waardoor Marian de winkel momenteel in haar eentje runt. “In de zomer bak ik hier iedere dag koeken, maar in de winter sla ik weleens een dag over”, geeft ze toe.

Dat bakken doet ze met behulp van een drabbelmachine. De manier waarop ze dat doet, legde ze in 2016 uit aan het lokale nieuwsblad Groot Sneek. “De roomboterdrabbelkoek, het woord zegt het al, wordt gebakken in pure roomboter. De boter wordt verwarmd tot hooguit negentig graden, anders verbrand het.” Boven de verhitte boter hangt een trechter met gaatjes. Hierin wordt het koekdeeg geschept, waarna de trechter begint te schudden. Hierdoor vallen er dunne sliertjes deeg achtereenvolgend in de roomboter. Waardoor een luchtige, brossige koek.

De koek werd vroeger vooral door de elite erkend, omdat roomboter een kostbaar product was. Haga’s was, volgens de website, in 1880 leverancier aan het hof van Willem III en sinds 1990 van koningin Beatrix. Destijds kostte een blik van vijftien koeken een gulden. Dat komt volgende website neer op ongeveer vijftien procent van een weekloon. Tegenwoordig is de koek wat toegankelijker voor de normale burger. Een koek kost nu nog €1,25.

Verwonderd door hoe de Marian dagelijks zelf koeken bakt en verhongerd door de geur in de winkel, besluit ik een blik van acht koeken mee te nemen naar huis. Zoiets vind je immers niet in het Brabantse Dongen, waar ik vandaan kom. Haga is namelijk, naast enkele Sneekse en Allingerwaardse bakkers, een van de weinigen die de typisch Sneekse lekkernij nog maakt in Nederland.

Reageer op dit artikel