Corrie (57) verloor haar man aan kanker: “Het was een hele mooie tijd”

Mijn tante Corrie verloor anderhalf jaar geleden haar man Cor aan longkanker. Samen met hun 24-jarige zoon Mark bleef ze achter in Cor’s zelfgebouwde huis. Hoe pak je je leven weer op na het overlijden van je grote liefde?

“Ik had altijd de regie thuis. Toen Cor ziek werd, had hij ineens de regie en hobbelde ik er achteraan. Het was een heftige, intense periode. Alles bij elkaar duurde het maar vijf of zes weken. Ondanks zijn pijn en ellende zou ik het toch een hele mooie tijd noemen. Voordat de diagnose werd gesteld was het eigenlijk al duidelijk dat Cor het niet ging redden. Hij was heel erg ziek. Op een nacht werd hij wakker met veel krampen. Hij werd er knettergek van en zei dat ik de volgende ochtend de huisarts moest bellen en het klaar zou zijn. Cor is nog nooit zo stellig geweest.

Op de automatische piloot
Cor ging heel nuchter met zijn ziekte om, hij had heel veel acceptatie in de situatie. Ik kwam in die periode in een andere modus, een soort automatische piloot. Ik was heel sterk op dat moment, maar dat ging eigenlijk vanzelf. Je draait een knop om en je bent zelf even niet meer belangrijk. Ik ben meteen gestopt met werken en we waren hele dagen bij elkaar. Ik vond het heel fijn om iets voor hem te betekenen en voor hem te zorgen. Ik vind het ook iets positiefs over onze relatie zeggen dat we er een mooie tijd van konden maken. Ik realiseerde me in die tijd hoe kwetsbaar het leven is. Cor was vlak voor hij ziek werd nog de badkamer aan het verbouwen en de dag daarna hoorde hij dat hij nooit meer beter werd. Dat het in een keer klaar kan zijn, is zo raar. Je realiseert je dat alles zomaar over kan zijn en dat we ons vaak druk maken om onbenullige dingen. Cor was in die tijd vooral bezig met het goed achterlaten van alles. Hij wilde koste wat het kost dat alles goed geregeld was voor onze Mark en mij. Ook werd Cor heel open in die tijd. Hij zei dat Mark en ik het zouden redden samen en dat hij trots was op Mark. Zulke dingen had hij nooit eerder tegen Mark gezegd, dus dat deed hem heel goed. Zoek gerust een andere vent, zei hij ook nog. Hij had vertrouwen in ons.

“Genieten van simpele dingen kan ik niet meer”

Als ik thuiskwam van mijn werk vroeg Cor altijd hoe het was geweest. Hij was oprecht geïnteresseerd in me en we konden alles met elkaar delen. Cor was ook een hele goede luisteraar: hij had aan een paar woorden genoeg om te laten weten dat hij echt met je meeleefde. Hij voelde ook heel goed aan wanneer ik eens alleen wilde zijn. En als ik zelf even wegging, vond hij dat ook prima. Genieten van simpele dingen kan ik niet meer, voor mij is dat iets wat je samen doet. Ik mis dingen zoals samen afwassen of ontbijten. Ik was altijd een heel tevreden mens, wij hadden niet zoveel nodig. We hoefden niet per se een nieuwe auto te kopen of een verre reis naar Thailand te maken. Dat genieten is moeilijker nu, want ik vind het leven minder mooi zonder Cor. Ik doe wel leuke dingen, maar dat is allemaal maar voor even. Het naar huis gaan en weten dat er iemand voor je is, is weggevallen.

Zo vader, zo zoon
Er zijn maar een paar mensen met wie ik mijn emoties deel. De meeste mensen luisteren niet goed, vind ik. Mijn buurvrouw wel: ze is een hele prettige vrouw die geweldig kan luisteren. Alleen was Cor altijd bereikbaar of in de buurt, dat is wel een verschil. Cor was timmerman van beroep, dus met de praktische zaken in huis bemoeide ik me nooit. Mijn broer Goof doet nu de praktische zaken in huis en ook Mark helpt hier en daar mee. Hij heeft veel van Cor opgepikt en dat is mooi om te zien. Ik zie ook steeds meer karaktertrekken van Cor in Mark terug. Ik ben daar blij om want Cor was een goed mens en ik hoop dat ik ook een goede zoon heb. Het biedt ook wel een beetje troost dat ik Cor in Mark terugzie. Onze band is veel stabieler geworden sinds Cor is overleden. Omdat Cor en Mark qua karakter heel erg op elkaar leken botste dat best vaak. Mark en ik leven nu op een heel prettige manier met elkaar samen, hij loopt mij nooit in de weg. Ik heb ook een hondje gekocht waar ik veel steun aan heb. Ik laat haar elke dag uit in het bos naast ons huis. Cor kwam daar ook graag, er stond een foto van het gebied op de rouwkaart. Ondanks dat ik helemaal niet spiritueel ben, heb ik een bijzondere ervaring gehad in dat bos. Ik liep er een half jaar geleden met de hond en ik voelde Cor zijn aanwezigheid gewoon. Een keer, daarna nooit meer. Dat was heel raar, maar ik vond het niet eng. Het voelde goed.

“Je moet juist die confrontatie met je verdriet en het alleen-zijn aangaan”

Ik ben nog steeds graag thuis. Het huis geeft me een thuisgevoel, ook zonder Cor. Ik heb de inrichting wel wat veranderd: ik wilde het meer eigen maken. Ik heb nu bijvoorbeeld een airco en een pelletkachel. Dat zou Cor veel te veel gedoe gevonden hebben. Veel meubels in huis heeft Cor zelf gemaakt. Mark had er veel moeite mee als we die uit huis zouden halen, dus ik heb ook wel het een en ander laten staan. Als je je thuis niet op je gemak voelt, is het denk ik nog lastiger om verder te gaan met je leven. De eerste maanden nadat Cor is overleden ben ik ook bewust niet gaan werken. Je hoort heel vaak dat als mensen hun partner verliezen ze het huis ontvluchten. Ik denk dat dat het rouwproces nog lastiger maakt. Je moet juist die confrontatie met je verdriet en het alleen-zijn aangaan.

Altijd bezig
Cor en ik overlegden altijd over alles. Ik merk dat ik nu altijd in mijn hoofd bezig ben, ik denk omdat ik gedachtes niet meer met Cor kan delen. Vaak luchtte dat op. Ik ben me sinds Cor zijn overlijden wat meer zorgen gaan maken, met name omdat ik een kind heb. Ik ben soms bang dat er iets met mezelf gebeurd en ik hem alleen achterlaat. Voor mijn gevoel is hij op dit moment nog niet op zijn plek zonder mij. Ik denk dat ik wat meer rust krijg als hij een partner vindt. Ik ben ook een stuk drukker geworden nu ik alles alleen doe. Alles bij elkaar deed Cor heel veel in het huishouden en dat zie ik eigenlijk nu pas in. Dingen als stofzuigen, de ramen zemen en voor de huisdieren zorgen lijken allemaal heel simpel. Maar alles bij elkaar ben je daar de hele dag mee bezig in je eentje. Ik had niet verwacht dat die impact zo groot zou zijn. Ik werk, ik sport, ik maak het huis schoon of ik zorg voor de beesten. Ik ben eigenlijk altijd bezig.

Ik ben ook begonnen met badmintonnen. Het is heel leuk, voornamelijk omdat het allemaal vreemden zijn met wie ik sport. Niemand die me kent, niemand die van mijn verleden weet of denkt: daar heb je dat zielige mens weer. Ik wil niet dat mensen me zo zien. Ik ga ook sinds kort op vrijdagavonden poolen met een paar collega’s. Dat zijn twee hele leuke meiden, daar lig ik echt mee in een deuk altijd. Ik verheug me er altijd op om met ze weg te gaan. Ik ben ook al een weekendje naar Antwerpen geweest en ik ga regelmatig naar de bioscoop met vriendinnen. Je zoekt ergens toch een soort compensatie voor alles wat je met je partner kon doen. Ik werk nu meer thuis vanwege corona maar ik kom gelukkig ook nog wel op locatie. Als ik nu alleen maar thuis zou werken zou ik dat denk ik wel lastig vinden.

Extra dosis medicijnen
Ik heb ingezien dat dingen goed afsluiten heel belangrijk is. Als je goed rouwt en veel voor iemand kan betekenen voordat hij sterft, blijf je niet met een schuldgevoel achter. Waar ik wel lang last van heb gehad is dat ik Cor op een gegeven moment een extra dosis medicijnen heb gegeven. Cor is overleden door palliatieve sedatie: hij was aangesloten op een pomp die hem medicijnen toediende. Het zorgde ervoor dat zijn bewustzijn werd verlaagd en het was de bedoeling dat hij uiteindelijk zou overlijden. Alleen werd Cor steeds wakker omdat de medicijnen niet aansloegen. Nadat de vooraf ingestelde tijd was verstreken mocht ik van de arts een extra dosis toedienen. Die sloeg wel aan. Ik heb me daar nog lang schuldig over gevoeld, maar inmiddels heb ik het los kunnen laten. Ik heb nergens spijt van, ik zou het zo weer doen. Ik kijk daardoor ook niet angstig terug op het verleden.

Geen jankerd
Iemand zei laatst tegen mij dat ik zo nuchter omga met de situatie. Toen realiseerde ik me hoe slecht ze me eigenlijk kent. Ik ben een emotioneel mens, maar geen jankerd. Je kan me heel makkelijk raken maar misschien zie je dat niet aan de buitenkant. Alleen de mensen met wie ik echt een band heb weten dat. Het lijkt soms ook alsof mensen denken dat ik verder moet met mijn leven omdat Cor al anderhalf jaar is overleden. Mensen beginnen er minder vaak over dan in het begin, maar dat is denk ik ook wel goed. Als ik nu zeg dat het ‘opzich goed’ gaat, dan weten de mensen die mij echt kennen wel dat het nog niet helemaal goed gaat. Toch vind ik het fijn om soms nog over Cor te praten. Paul, een broer, benoemt Cor altijd. Dan zegt hij: als Cor dit zou zien, zou hij dat heel leuk vinden. Zulke dingen vind ik heel fijn.

“Ik ga nooit meer samenwonen. Ik wil geen vreemde in ons huis”

De meest emotionele periode heb ik wel gehad, dat waren de eerste zes maanden ongeveer. Het is nog steeds moeilijk, maar je went er ook aan. Ik vind vast wel weer mijn weg. Ik heb leuk werk als vrijwilligerscoördinator in de zorg en ik heb fijne mensen om me heen. Ik heb de situatie goed verwerkt alleen mijn leven is een stuk leger nu. Een volwaardig leven heeft niet te maken met dingen die je doet maar met de mensen die je om je heen hebt. Op dit moment heb ik geen interesse in een nieuwe partner. Sinds mijn zestiende was ik met Cor samen, ik wist al niet meer hoe het was als hij er níet was. Ik denk dat ik andere mannen altijd blijf vergelijken met Cor. Ik zou ver in de toekomst misschien ooit een latrelatie willen om samen te eten en leuke dingen te doen. Maar ik ga nooit meer samenwonen. Ik wil geen vreemde in ons huis. Het voelt nog steeds als ons huis omdat Cor het huis zelf heeft gebouwd. Ik heb met Mark afgesproken dat het later zijn huis wordt en ik in de garage ga wonen als ik oud ben.

Lachend vertrokken
Ik heb geleerd dat je niet bang hoeft te zijn voor de dood. De dood kan heel mooi zijn. Ik lag vroeger wel eens in bed en dan dacht ik: Cor zal waarschijnlijk eerder doodgaan dan ik, want hij is tien jaar ouder. Ik probeerde die gedachtes altijd te verdringen, ik vond ze beangstigend. Ik heb nu ervaren dat de dood helemaal niet eng is; de dood is soms zelfs een opluchting. Cor ervaarde het als een opluchting dat hij doodging, hij is echt lachend vertrokken. Cor wilde niet meer, hij kon niet meer. Dat maakte dat ik er ook rust in kon vinden. Ik ben heel dankbaar dat ik zo’n fijne partner heb gehad.”

Reageer op dit artikel