Door mijn opa’s ogen

Onder het genot van een glaasje drinken en een koek neemt mijn opa mij mee terug naar de tijd van vroeger. De tijd waarin hij opgroeide. We praten over hoe de wereld veranderd is en hoe hij daar tegenaan kijkt. 

Mijn opa Bert is 72 jaar oud. Geboren en getogen in Eindhoven, waar hij kan terugkijken op een fijne jeugd. Samen met zijn twee zussen en zijn ouders kende hij het hardwerkende, maar fijne leven. Van het leger tot de DAF, hij heeft er gewerkt. Maar hoe was het vroeger? Ik ken enkel de tijd waarin we leven, maar vertel me opa; hoe was het? “Vroeger was het stukken beter dan nu. Iedereen was zo tevreden en het leven was gezelliger. Het feit dat bijna alle moeders vroeger thuis waren en niet werkten zoals nu doet al zo veel. Het was zo verdeeld dat de man zorgde voor de inkomsten en de vrouw voor het huishouden.” Even voor de beeldvorming: het was volstrekt normaal dat bijna alle vrouwen na de lagere school naar de huishoudschool gingen om te leren wassen, te strijken en om te leren koken. Het kostte ook nog meer tijd aangezien echt alles met de hand gedaan werd. Wasmachines en drogers bestonden nog niet. Maar even terug naar opa. “Maar dat er tegenwoordig met zijn tweeën gewerkt moet worden vind ik niet gek. Je moet wel aan de bak om de hypotheek te kunnen bekostigen. Het dagelijkse leven is zo aanzienlijk duurder geworden, dat het bijna geen optie meer is om terug te vallen op de ouderwetse stijl van vroeger, waarbij de vrouw niet werkte. Hetzelfde geldt voor studies. Toen ik en mijn twee zusjes naar school gingen heeft mijn moeder nog nooit een gulden moeten betalen voor ons. Dat kostte toen nog niks. Nu moet je of flink sparen om het te kunnen bekostigen of lenen.” 

Hoe groter, hoe liever

Niks lijkt meer goed genoeg voor mensen van tegenwoordig. Zo ziet mijn opa het. In zijn tijd waren mensen tevreden met wat ze hadden, maar tegenwoordig is het “hoe groter, hoe liever.” Volgens hem zijn de mensen niet meer zoals veertig of vijftig jaar terug. “Weet je waarom ik dat zeg? De mens was toen simpeler, sneller tevreden en stond altijd klaar voor een ander. Nu leeft iedereen langs elkaar af en is er nog nauwelijks tijd om naar elkaar om te kijken. Alles gaat in een sneltreinvaart.” Ik snap wat opa wil zeggen. We zijn vaak onderweg naar morgen en bezig met alles proberen te perfectioneren. Ik zeg tegen opa dat ik af en toe ook merk dat we tegenwoordig aan bepaalde standaarden moeten voldoen, die best hoog kunnen liggen. “Ja, dat was vroeger echt niet zo. Ik merk dat het steeds moeilijker wordt voor jullie om te voldoen aan de eisen tegenwoordig. Het is niet niks.”

Door de coronacrisis was het afgelopen jaar moeilijk om op vakantie te gaan. Ik heb het met opa over hoe zwaar sommige mensen hier aan tillen. Ik begrijp wel waarom iemand echt toe kan zijn aan een vakantie, want een jaar keihard werken verdient ook af en toe een mentaal rustmoment. Aan de andere kant lijkt het mijzelf ook geen ramp om een jaartje over te slaan en het dichter bij huis te zoeken. Opa verbaast zich over al die luxe en verre vakanties tegenwoordig. “Vakantie kende ik vroeger niet. Wij gingen altijd een dagje weg en waren daar reuze tevreden mee. Als je nu niet op vakantie kan is dat een groot probleem. Kinderen kunnen het idee van een jaar zonder vakantie niet aan, omdat ze zo gewend zijn aan vele verre reizen. Toen ik zelf net volwassen was en zelf centjes had, ben ik pas echt een keer op vakantie gegaan. Op de camping in Zeeland. Als er vroeger iemand op vakantie ging naar Spanje, of überhaupt naar het buitenland, dan stond de hele straat buiten het gezin uit te zwaaien. Dat was toen nog echt bijzonder. 

Kind zijn 

“Toen ik een jaar of 10 was, speelde ik op straat na school. We deden spelletjes zoals britsen, landjepik of touwtje springen. Het zegt jouw generatie vast niets, maar britsen doe je met een schoenpoetsdoosje waar zand in zit. Je tekent dan vakjes op de grond en probeert hinkend met een been het doosje in het vakje te krijgen. Het klinkt misschien onbenullig, maar dat konden wij als kind uren aan een stuk spelen. Totdat het eten om 5 uur klaar stond en we met zijn allen aan tafel gingen om de dag te bespreken. Ik mis dat in het straatbeeld. Je ziet amper nog kinderen buiten spelen. Iedereen heeft nu zo’n telefoontje of iPad in de hand. Social media heeft alles stuk gemaakt vind ik. Kinderen kunnen niet meer zonder hun telefoon. Ik wil absoluut niet zeggen dat de schuld hiervan bij de kinderen ligt, want het is gewoon de tijd waar we in leven en waarin zij opgroeien.” “Maar even tussendoor opa, jij hebt toch ook een telefoon én een iPad?”, vraag ik hem. “Ja, het heeft natuurlijk ook zijn positieve kant”, bevestigt hij. “Zo vind ik het zelf ontzettend handig hoe snel je elkaar een appje kunt sturen en hoe je binnen no time van alles kunt opzoeken. Als ik een dagje weg ga met de trein hoef ik alleen maar naar de 9292 site te gaan, en krijg ik zo een compleet overzicht van welke trein of bus ik moet pakken en hoe laat. Ideaal.” Ik kijk hem lachend aan en zeg: “Ik voel dat er een maar aankomt.” En ja, ik had gelijk. “Maar de negatieve kant overheerst helaas. Kijk naar hoe jonge kinderen elkaar kapot maken door gemene berichten naar elkaar te sturen via social media, waardoor kinderen slapeloze nachten hebben. Of naaktfoto’s tegenwoordig. Dat kende wij vroeger niet. Maar hoe het drukken op één knop, waarmee je zo’n foto verspreidt, een leven kan verwoesten… Daar schrik ik van. Een meisje of jongen ziet het leven dan gewoon niet meer zitten. Dit zijn zeer negatieve effecten van het tijdperk waar we nu in leven.” Ik vraag hoe het vroeger zat met pesten en dat soort zaken. “Er werd ongetwijfeld wel eens iemand gepest bij mij op school of in de buurt. Maar bij lange na niet in de mate waarop dat nu gebeurt. Burn-outs en depressies waren helemaal niet zo voorkomend zoals dat nu is. Het is tegenwoordig normaal als je dat hebt, het hoort bij dit leven. En dan om nog maar niet te denken aan hoeveel mensen dagelijks voor de trein springen van ellende. Dit zou vroeger ondenkbaar zijn geweest.” Ik kan het beeld wat opa schetst helemaal volgen. Ik begin me af te vragen of de lat niet te hoog ligt voor sommige mensen, waardoor ze dit stressvolle en prestatiegerichte leven niet altijd meer kunnen bijbenen. Met als gevolg allerlei psychische en mentale klachten. Zou het tij nog keren in deze hectische wereld? Het is een vraag waar zowel opa als ik het antwoord niet op weet.

Mentaliteit

“Opa, je hebt vele veranderingen in je leven meegemaakt qua hoe de maatschappij en de levensstijl is veranderd. Is er een verandering die je bij de mensen zelf constateert?” Opa kijkt omhoog en denkt even na voordat hij antwoord. “Je kunt eigenlijk wel zeggen dat de mentaliteit ernstig verandert met de jaren. Je ziet bijvoorbeeld steeds meer kinderen van 12 of 13 met een mes over straat of bendes vormen. Als iemand vroeger werd neergestoken was dat écht een uitzondering. Nu is het bijna dagelijkse kost.” “Waar ligt dat aan denk je?” “ Dat heeft weer te maken met het verschil wat ik eerder benoemde”, antwoordt opa. “Ik had altijd een moeder die thuis was. In mijn tijd was het namelijk normaal dat als je thuiskwam van school je moeder op je zat te wachten. Kinderen krijgen in deze tijd soms een sleutel om hun nek en de ouders weten bij god niet waar hun kinderen uithangen en wat ze allemaal doen. Zij zitten namelijk tot hun nek in het werk. Simpelweg omdat het niet anders kan door de hoge financiële lasten. Het zijn ook de kleine dingen die het ‘m doen. Iedereen die uitging vroeger vertrok om half acht en pakte de laatste bus om half twaalf weer naar huis. Óók in de weekenden, echt altijd. Tegenwoordig begint het pas om twaalf uur ‘s nachts en gaan ze door tot zeven uur in de ochtend. Het is niet meer te vergelijken.” 

Verontrustend

Opa maakt zich zorgen over meerdere dingen die zich nu afspelen in de wereld. Hij vraagt zich dan ook af hoe het in de toekomst verder gaat. “Ik maak me dan ook zorgen over jullie, mijn kleinkinderen. Je kunt bijna niet meer zelfstandig wonen. Tenzij je ouders zeggen: ‘hier heb je een ton, doe maar een aanbetaling’. En dat is een utopie, want bijna niemand heeft zo veel geld liggen dat ze dat dit aan hun kinderen kunnen schenken. Huren is al helemaal geen optie voor hetgeen wat je moet betalen voor een normale woning of appartement. Jonge mensen in een relatie willen graag op zichzelf, maar dat gaat amper nog. Er zijn mensen van mijn leeftijd, die hun eerste huis hebben gekocht voor 50.000 gulden. Dat is omgerekend zo’n 25.000 euro. Het grappige is ook nog dat je zo’n huis nu kunt verkopen voor 300.000 euro. Mijn appartement, waar ik nu 20 jaar in woon, is minstens het dubbele waard. Bizar toch?! Dat wil gewoon zeggen dat het voor jullie bijna niet meer te doen is om een huis te kopen. Een hypotheek krijgen is ook zo gemakkelijk niet meer. Vroeger pakte je een hypotheek op een huis en zei je nog tegen elkaar: ‘pak er nog een auto bij’. Waarom? Omdat het toch over 30 jaar wordt uitgestreken. Dan had je voor een paar tientjes in de maand een mooie auto erbij. Die tijd is helaas ook voorbij. Zo werkt het niet meer.”

“Daarnaast heb ik het idee dat er zo’n grote spanningsvelden zijn in de wereld zoals tussen Amerika, Rusland, China en Noord en Zuid-Korea bijvoorbeeld. Het zou mij niet verbazen als er op korte termijn een Derde Wereldoorlog uitbreekt. Ik vind dit wel een verontrustende gedachte. Met een atoombom gooien ze heel Nederland plat als het moet. Spanningen in de wereld, elke dag weer opnieuw. Vroeg of laat gaat dat een keer fout. Op een gegeven moment worden die spanningen zo groot: dan knapt het.”

Sociale omgang

“Je ziet zo vaak dat mensen amper weten wie hun buren zijn. In alle wijken waar ik heb gewoond kende ik altijd wel de mensen uit de buurt. Dat was normaal. Hier in Eindhoven hebben we de wijk Drents Dorp. Dat was een echte arbeiderswijk, waar alle arbeiders van Philips werkten. Philips had een eigen woningbureau en liet die wijk helemaal bouwen voor hun werknemers. Zij konden jou als arbeider dan een huis toewijzen. Die mensen stonden in die arbeiderswijken echt voor elkaar klaar. Dat heeft er ook mee te maken dat ze allemaal vrijwel gelijk waren aan elkaar. In Eindhoven werkte je ofwel voor DAF ofwel voor Philips. Uiteraard had je ook de wat rijkere mens ertussen zitten, maar dat verschil in hiërarchie viel toen nog mee. Je hebt nu soms zo’n grote verschillen, dat het meer afgunst onder elkaar is dan oprechte interesse of steun. Dit brengt ons weer terug naar dat materialistische gedoe van nu. Laten zien wat je in huis hebt is tegenwoordig erg belangrijk voor sommigen.”

Over 20 jaar

“Met alle kennis die je nu hebt, hoe denk je dat de wereld er over twintig jaar uitziet?” Lang hoeft Opa niet na te denken hierover. “Niet veel beter dan nu”, zegt hij vastberaden. “Misschien dat de mens nu een beetje wakker is geschud door corona en dat het allemaal zo gepland is om ons te laten zien dat het niet zo langer kan. We moeten het over een andere boeg gaan gooien. Net zoals met de persconferentie van vorige week. We horen hoe ernstig de situatie weer aan het worden is. Als we nu niet luisteren, krijgen we een volledige lockdown. Ik hoop dat iedereen beseft waar het naartoe gaat en dat we rekening houden met elkaar. Als je toch ook eens kijkt naar de brandweer, politie en ambulance. Zij worden soms gewoon bekogeld met stenen of moeten zich bezighouden met mensen verwijderen terwijl ze bezig zijn met het reanimeren van iemand. Dan sta je daar met je collega ineens tegenover vijftig mensen. Het respect is verdwenen. Als er vroeger een groepje jongens een vuurtje op straat aan het maken was en de politie kwam eraan, dan rende iedereen zo snel mogelijk weg. Het respect en het gezag was er nog. Nu staan ze je gewoon op te wachten. Nog een voorbeeld: het verkeer. Mensen snijden elkaar af, steken een middelvinger naar elkaar op, schelden achter hun stuur en ga zo maar door. Je toetert een keer en je hebt zo een klap te pakken. Dat is de mentaliteit anno 2020. Dat gaat niet goed zo. Als we nu niks veranderen, wordt de wereld er in zijn totaliteit niet beter op.”

“Lieve opa, wat zou jouw boodschap zijn als je iets mag zeggen tegen de mensen?” “Luister meer naar elkaar”, komt vastberaden uit zijn mond. “Luister daarbij ook meer naar de maatregelen die er door de regering genomen zijn. Probeer om die regels zoveel mogelijk in acht te nemen, dan zou het allemaal zoveel makkelijker zijn. Ik heb het over de coronamaatregelen, de wet in het algemeen, de politie die altijd maar op straat bezig is voor onze veiligheid, etc. 100 km per uur rijden? Geen probleem. Ik rijd wel 20 km minder hard. Het hoeft allemaal niet moeilijk te zijn. Kortom, als wij het elkaar iets makkelijker maken en elkaar respect tonen, wordt het leven ook weer een stuk beter en makkelijker voor iedereen.” Ik heb nog even over dit gesprek nagedacht en kom tot de conclusie dat wij als mens een groot aandeel hebben in hoe deze wereld is vormgegeven. We moeten met zijn allen de lat een stukje lager leggen. Middelen zoals macht of geld gaan deze wereld niet verbeteren. Het is de liefde, het respect en de aandacht voor elkaar die het tij nog zouden kunnen keren. Maar dan moeten we het wél samen doen…

Reageer op dit artikel