Een geweldsincident gaat je niet in de koude kleren zitten, ook niet als het bij je vak hoort

In de hal wacht Danny* (29) met zijn collega op versterking. Het is zijn zesde jaar bij de politie in Amsterdam. Ze bevinden zich in een groot herenhuis. Danny en zijn collega zijn opgeroepen om ondersteuning te bieden bij een geweldsincident. Boven bevinden zich twee ambulancebroeders wie al vechtend hulp proberen te verlenen.

Geschreven door: Sanne van de Weerd

Het is een zonnige namiddag in Amsterdam. De 26-jarige Danny is net begonnen aan zijn middagdienst. Samen met zijn collega rijden ze ontspannen hun gebruikelijke rondje tot er een zogeheten Prio 1 melding binnenkomt: een melding met hoge urgentie. Er is met spoed versterking nodig op een adres in het centrum van de hoofdstad. Er worden ambulancebroeders aangevallen door een groep van twintig man. Er zijn geen wapens.

“Bij het krijgen van een Prio 1 schiet je meteen in de survivalmodus”, begint Danny. “Je krijgt relatief weinig informatie en je moet direct een keuze maken: kunnen we dit alleen aan of is er versterking nodig?” Het gaat in deze melding om een grote groep en het is nog maar de vraag of er echt geen wapens zijn. Ze bevinden zich tenslotte in een huis waar Danny en zijn collega onbekend zijn – er kan zomaar iets worden gepakt wat kan dienen als een wapen. Via het portofoonverkeer wordt duidelijk dat een andere auto in de buurt is. “Mijn collega en ik kijken elkaar aan. Wachten we of gaan we naar binnen? In de buurt betekent voor Amsterdamse begrippen zo’n 1-2 minuten verderop. Dat maakte het een makkelijke keuze.” Ze wachten.

Aan de start van zijn carrière als politieagent stond Danny niet zo te kijken van geweldsincidenten. “Toen ik begon met deze baan ben ik eigenlijk akkoord gegaan met het feit dat er af en toe misbruik van me wordt gemaakt. Dat klinkt misschien gek, maar je weet als politieagent dat er een grote schietschijf op je rug zit. Je krijgt te maken met mensen die het niet eens met je zijn, je gaat uitgescholden worden en er zal zo nu en dan geweld tegen je worden gebruikt. In eerste instantie maakte dat me niet uit – aan het eind van de dag winnen we altijd, of dat nou met of zonder kleerscheuren is.”

Toch ziet Danny steeds extremere vormen van geweld, zonder dat ook maar iemand daarvan opkijkt. “Het lijkt wel alsof de hele maatschappij er anders naar kijkt. Zeker in een stad als Amsterdam worden geweldsincidenten als iets heel normaals gezien. Collega’s die worden geslagen, uitgescholden en geduwd worden op straat, gevechten in kroegen. Deze dingen worden als klein afgedaan; er worden boetes voor uitgedeeld en taakstraffen gegeven, maar ondertussen wordt er wel een heel café verbouwd. Is dat de kant die onze maatschappij op moet gaan?”

De veiligheidscijfers van 2019 bevestigen Danny’s beeld. Uit onderzoek van de Amsterdamse driehoek blijkt dat het fysieke en mentale geweld tegen Amsterdamse agenten met 30% is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar. Ook de jaarcijfers van Geweld Tegen Politieambtenaren (GTPA) laten zien dat er nog regelmatig geweldsincidenten tegen agenten zijn. In 2019 werden er 10.624 meldingen gedaan. Volgens Ruud Verkuijlen, programmamaker van GTPA, zijn dat minder meldingen dan in 2018, maar zijn er vooral zorgen over de vormen van geweld. Met name zware mishandeling en het gooien van vuurwerk gebeurt steeds meer.

Danny zet zijn voet in de hal van het grote herenhuis. Er valt niets te zien. Alles zit potdicht en er brandt nauwelijks licht. Vanuit boven klinkt een hoop lawaai: commotie met daaropvolgend directieve instructies. De woonkamer in het donkere huis is opgesplitst in drie plateaus. Elk plateau heeft z’n eigen verdieping, welke je louter kunt betreden via een trappetje van zo’n acht treden. Het gele, viezige licht biedt net genoeg zicht om fatsoenlijk de trap op te kunnen lopen. In de ruimte staan wat antieke meubels. De groep agenten manoeuvreert zich voorzichtig naar boven. De bovenste verdieping, op het derde plateau, daar moeten ze zijn. Tijdens de klim naar boven neemt het geluidsniveau aanzienlijk toe; commotie klinkt al gauw als geschreeuw. Eenmaal boven ziet Danny het meteen: deze 20 mannen, allen tussen de 30-40 jaar, zijn allemaal zwaar onder invloed van drugs en niemand van hen is voor rede vatbaar. Ook de twee ambulancebroeders zijn aanwezig. In hun reflecterende jassen proberen zij één van de mannen op een brancard te leggen. Hij heeft te veel drugs gebruikt en moet dringend naar het ziekenhuis – tot groot ongenoegen van de rest.

Danny spreekt van een verwarrende situatie. Waarom waren deze mannen op dit tijdstip zo ver heen? “Mensen onder invloed is niets nieuws binnen mijn vak, maar waarom waren deze volwassen mannen zo ver heen op dit tijdstip?” Dat de mannen dan ook nog ambulancepersoneel aanvielen, terwijl zij levensreddend werk aan het verrichten zijn, gaat er bij Danny al helemaal niet in. “Alsof ze helemaal vergeten waren dat wij hun vriend kwamen helpen, die half bewusteloos op een brandcard lag te creperen.” Kennelijk had de man op de brancard iets te veel drugs tot zich genomen, waarop de groep 112 heeft gebeld. Danny vermoedt dat zij niet hadden verwacht dat de man in kwestie ook daadwerkelijk mee moest met de ambulance. “Ze wilden absoluut niet dat hij meeging”, zucht hij.

Toch moest hij mee, of de mannen dat nou wilden of niet. Ambulancebroeders kennen een zorgplicht: wanneer iemand ziekenhuiszorg nodig heeft zijn zij verplicht hulp te verlenen. De man achterlaten is simpelweg niet toegestaan, geweld of niet. Danny benadrukt dat kunnen schakelen van groot belang is in een situatie als deze. “Er is een slachtoffer dat dringend hulp nodig heeft en er is geweld. Op zo’n moment kies je altijd voor het slachtoffer. Wij zijn daar niet om te knokken of om mensen aan te houden.” Het was kraakhelder voor Danny en zijn collega’s: deze man moet zo snel mogelijk de ambulance in en dat gaat de groep alles behalve leuk vinden.

De ambulancebroeders hebben de man bijna op de brancard gelegd. ‘Blijf van hem af’, schreeuwt één van de mannen, waarop Danny zich direct voor de man parkeert om de ambulancebroeders te beschermen. Het wordt nog een hels karwei realiseert Danny zich terwijl hij strak in de ogen van de woeste mannen kijkt; ze moeten nota bene nog drie trappen af. Wanneer de ambulancebroeders erin zijn geslaagd de man ‘til klaar’ op de brancard te leggen lijkt ook de rust wedergekeerd onder de groep. Wellicht heeft de komst van de politie indruk gemaakt, of is het eindelijk tot ze doorgedrongen dat hun vriend dringend naar het ziekenhuis moet? Geen van beide blijkt waar wanneer één van de ambulancebroeders vraagt wie van de groep mee gaat naar het ziekenhuis – een vraag die achteraf gezien beter niet gesteld had moeten worden.

Tijdens incidenten als deze vraagt Danny zich continu af of dit nog te redden valt. Kunnen ze deze uiterst boze mannen nog in laten zien dat hun vriend hulp nodig heeft? “Mensen onder invloed zijn zo onvoorspelbaar. Je weet vaak niet wat ze hebben gebruikt, dus kun je minder goed inschatten welk gedrag zal volgen. Dat is lastig”, stelt Danny. Toch was deze situatie volgens de agent uniek, omdat helemaal niemand voor rede vatbaar was. “Vaak heb je nog wel iemand die je te woord kan staan, maar deze mannen waren stuk voor stuk aan het schreeuwen, je kon er niks mee.”

Sinds 3 maanden werkt Danny bij de recherche. Mede door dit incident besloot hij de overstap te maken. “Iedereen vult z’n emmer met dit soort incidenten, uiteindelijk loopt de emmer een keer over. Ik had altijd een vooroordeel over mensen die een time-out namen. Zwak, zo zag ik het. Negen jaar later was ik één van die mensen. Iedereens emmer komt een keer vol te zitten. De één is simpelweg iets groter dan de ander.”

Toch hoort het ook bij het vak, wat het probleem wellicht in stand houdt. “Incidenten vormen je nou eenmaal en die zijn onvermijdelijk binnen dit vakgebied”,  vindt Danny. Daarnaast moet je ook hard zijn als politieagent: “En harde mensen willen zich niet zwak voelen. Je wordt van dit werk heel snel hard, het wordt echt onderdeel van wie jij bent – ook in je privéleven. Op een gegeven moment is dat zo sterk, dan kan en durf je niet meer laten zien wie je eigenlijk was. Daarbij geven burgers geen gehoor aan ‘ik zit niet zo lekker in m’n vel vandaag.’ Het voelde echt als mijn plicht om er voor iedereen te zijn, ook al ging dat ten koste van mezelf.’

‘Wij willen allemaal mee,’ schreeuwt een van hen, terwijl de rest zich met gebalde vuisten naar het ambulancepersoneel richt. Opnieuw nagelen de agenten zich voor de ambulancebroeders en het slachtoffer. Er wordt geschreeuwd, met spullen gegooid, geduwd en getrokken. Het kan Danny niets schelen, het doel is niet vergeten door de agent. Hij heeft nog altijd een riem vol met spullen om zich te wapenen tegen de agressieve groep, zijn hulpverlenende collega’s hebben dat niet. Deze man moet die ambulance in en Danny zal er alles aan doen om dat te bereiken.

Een debriefing over de impact van het incident volgde niet. Alleen heftige incidenten worden uitgebreid nabesproken. “Dit soort zaken bespreek je met een collega”, licht Danny toe. Dat de heftigheid van zulke geweldsincidenten worden onderschat vindt hij kwalijk. “Voorheen was uitgescholden worden normaal, tegenwoordig is geweld normaal. En niet alleen binnen de organisatie, maar binnen heel Nederland. Ik lees al jarenlang dagelijks AT5 om te kijken wat er nou allemaal gebeurt op zo’n dag in Amsterdam. Toen ik daarmee begon – 10 jaar geleden – las je over geweldsincidenten, vechtpartijen en zelfs geweld tegenhulpverlening. AT5 bevat tegenwoordig enkel extreme incidenten, want dat heeft nieuwswaarde. Dan denk ik ‘we vinden het ook niet meer bijzonder dat dit gebeurt’.”

Het was de frustratie over de veranderende maatschappij en de heftigheid van zijn ervaringen die Danny uiteindelijk een overstap deed maken. “Ik wilde altijd al bij de recherche en dit was het juiste moment. Ik heb het altijd met heel veel plezier gedaan, maar het woog gewoon te zwaar.” In de huidige maatschappij ziet Danny zichzelf liever niet meer in uniform op de straat. “Het mentale spel dat je speelt als agent vind ik een heel leuk spel. Een fysiek spel is anders; zodra je iemand ziet weet je of je wint of niet. Ik wilde niet meer wachten tot iemand van mij zou winnen.”

Na 30 minuten is de jongen eindelijk in de ambulance, inclusief één van de mannen, wie eindelijk gekalmeerd oogt. De agenten en ambulancebroeders lopen de situatie kort na. Is er iemand gewond geraakt? Is er sprake van letsel? Is er iemand in het gezicht geslagen?  Een korte check-up sluit het allemaal uit: iedereen heeft gezond en wel het herenhuis verlaten, op de man in de ambulance na dan. De andere mannen worden niet aangehouden. Hoewel er sprake was van geweld, is het beoogde doel behaald. Het had geen zin om terug te gaan. Een professionele afweging. Ze nemen afscheid en lopen terug naar hun auto’s. De ambulancebroeders brengen de man naar het ziekenhuis, Danny en zijn collega zullen terug de weg op gaan. Het is tijd voor een ontspannen Amsterdams rondje.

Het duurde relatief lang voordat Danny aangaf dat het niet goed met hem ging. “Ik had al wel mentale klachten, maar ik kon nog goed genoeg mijn act opvoeren. Alleen ik kreeg er fysieke klachten bij. Dat kan niet. Ik kan niet als politieagent naar mijn werk gaan terwijl ik niet goed functioneer, dat kan ik niet maken tegenover mijn collega’s, mijn baas en de burgers.” Het is Danny’s leidinggevende die zijn dagelijkse ‘hoe is het’ rondje doet als Danny open kaart speelt. Er wordt direct gehandeld en Danny start een traject bij de psycholoog. “In eerste instantie had ik helemaal niet door waarom ik me zo slecht voelde. Ik had de link nog niet direct gelegd met de impact van alle incidenten. PTTS kende ik wel, maar dat was toch dat je bezweet in bed wakker wordt van nachtmerries? Die had ik niet.” Na een halfjaar durende behandeling klikte het bij Danny. “Nu snap ik dat mensen niet thuiszitten van één incident, maar van alle incidenten bij elkaar. ” Die harde act van hem die werkt niet meer. “Een groot onderdeel was dat ik moest leren me niet anders te gedragen dan dat ik ben. Het mag er allemaal zijn. Thuis, op je werk, overal en altijd.”

Toen Danny zich eenmaal openstelde tegen zijn collega’s kreeg hij onverwachts veel gehoor. Veel van zijn collega’s begrepen wat hij bedoelde, echter had niemand het door. “Dat is het moeilijke, je merkt het niet per se aan iemand. Als ik aangeef dat het goed gaat, dan zal het wel goed gaan. Op die manier werk je jezelf steeds verder in de nesten, je bent constant tegen jezelf en iedereen om je heen aan het liegen.” Die menselijke geldingsdrang maakt het ook niet makkelijk om je durven open te stellen, want die heerst op het politiebureau. “Je ontmoet agenten die al 30 jaar in het vak zitten en nog veel heftigere dingen hebben meegemaakt. Dan voelt het alsof jij niet mag klagen”.

Volgens Danny mag er veel meer stil worden gestaan bij de impact van het politiewerk. Zeker vanuit de maatschappij en de organisatie. “Ik heb geen kant en klare oplossing. Stap één zou het herzien van de huidige organisatie zijn. Meer informeren in de opleiding bijvoorbeeld. Betere berichtgeving over ons werk zou ook kunnen helpen. Maar het is een cirkel die ik niet zo snel doorbroken zie worden, helaas. Daarom ben ik uit de cirkel gestapt. Die harde persoon ben ik helemaal niet. Dat probeerde ik, maar dat lukte niet. En de persoon die ik nu ben kan dit niet. Daarom ben ik naar de recherche gegaan, waar ik lekker op de achtergrond kan werken. Alleen nog maar op straat in mijn eigen kleren, waar niemand zal weten dat ik een agent ben. Noem het zelfbescherming.”

Danny en zijn collega stappen in de auto. Ze maken een notitie van het incident, mochten er in de toekomst nog andere meldingen binnenkomen op dit adres. Transparantie over de stand van zaken, zodat iedereen zich zo goed mogelijk kan voorbereiden. Wanneer de notitie is geplaatst keert de rust terug. De sleutel gaat in het stopcontact, het rondje kan bijna beginnen. De collega’s kijken elkaar met grote ogen aan. “Wat is er zojuist gebeurd?”, zucht zijn collega. Danny voelt dezelfde verwarring. Dit is er weer eentje voor in de emmer: ambulancebroeders in elkaar geslagen zien worden, dat doet wat met je.


* Uit privacyoverwegingen is de naam Danny gefingeerd.

Reageer op dit artikel