‘Een wielrenner is als een motor die je kunt finetunen’

Het wielrennen heeft zich de afgelopen jaren steeds meer ontwikkeld tot een sport waarbij het in toenemende mate meer om cijfertjes draait. In mei begint de Giro d’Italia. Alle kanshebbers op de eindzege leggen momenteel de laatste hand aan hun minutieuze voorbereiding. Nu het dopinggebruik sterk is verminderd, worden wetenschap en trainingsleer steeds belangrijker om harder te fietsen. Trapfrequenties, hartslagfrequenties, aerodynamica en wattages: alles wordt gemeten. Iedere profploeg heeft minimaal een persoon in dienst om al die data te verzamelen, te analyseren en te interpreteren om tot een betere prestatie te komen.

Na 295 kilometer fietsen loopt de weg voor de elfde en laatste maal die dag steil op. Om precies te zijn 1,2 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 8,6%. Dan accelereert Joaquim Rodriguez vanuit de kopgroep. Ryder Hesjedal van Team Garmin-Sharp heeft daar tot nu toe voor zijn teamgenoot Daniel Martin alle aanvallen knap gepareerd. Hesjedal gebaart naar zijn ploegmaat dat Martin het werk nu zelf moet afmaken. Zelf kan Hesjedal niet meer. Adrie van Diemen zit thuis voor zijn televisie, op het puntje van zijn stoel met een verhoogde hartslag van de spanning te kijken naar hoe de renners van Garmin samenwerken in de finale van Luik-Bastenaken-Luik. Van Diemen, geboren in 1960, is sinds eind jaren ’80 werkzaam als inspanningsfysioloog. Hij was sinds 2008 werkzaam voor die ploeg en verantwoordelijk voor de training van onder anderen Martin en Hesjedal. Vanuit zijn huis aan de Paardebloemweg in Zoeterwoude-Dorp volgde hij de inspanningen van ‘zijn’ renners. Hij heeft met Daniel Martin en Ryder Hesjedal samengewerkt om ze topfit aan de start van deze koers te krijgen. Keer op keer moesten zij hun trainingsgegevens opsturen naar Van Diemen. Telkens werden de cijfertjes van hun hartslag, aantal kilometers per training en het geleverde vermogen op de pedalen geanalyseerd door de inspanningsfysioloog. Meten is weten, zeker in de wielersport. Meten is winnen, kan beter worden gezegd. Iedere training wordt vooraf uitgestippeld. En elke renner weet precies de limieten van zijn eigen kunnen.

Wetenschap in de kinderschoenen
De wielersport kent een lange geschiedenis, de eerste Tour de France werd in 1903 verreden, en om een wedstrijd als de Tour de France tegenwoordig te kunnen winnen, is een wetenschappelijke aanpak nodig. De laatste drie decennia heeft het wielrennen op wetenschappelijke gebied enorm veel progressie geboekt. Een wezenlijk verschil tussen de beginjaren van het wielrennen en het huidige wielrennen, zijn de afstanden die worden afgelegd. De Tour de France van 1926 was de langste in de geschiedenis van de Franse wielerwedstrijd. Destijds moesten de renners 5745 kilometer afleggen in 17 etappes. De Vlaamse Lucien Buysse schreef deze loodzware Tour op zijn naam. De renners waren gebaad bij een enorm uithoudingsvermogen. De verschillen werden destijds niet gemaakt door korte, maar zeer grote versnellingen op een klim, zoals dat tegenwoordig gebeurt. Buysse had voor zijn tourwinst 238.44,25 uur op zijn fiets gezeten. Ter vergelijking hoefden de renners in 2017 ‘slechts’ 3540 kilometer af te leggen, verdeeld over 21 dagen. Chris Froome won de Tour van 2017 na 86.20,55 uur fietsen.

De echte wetenschappelijke ontwikkeling begon in de jaren ’80. Adrie van Diemen studeerde destijds af van de Interfaculteit lichamelijke opvoeding van de Vrije Universiteit. In de jaren daarvoor had hij de HALO (academie voor lichamelijke opvoeding in Den Haag) al afgerond, maar als gymleraar was het lastig om een baan te vinden. “Op de HALO kreeg ik interesse voor inspanningsfysiologie en als onderdeel daarvan de trainingsleer. Op de VU heb ik me daarin gespecialiseerd en me ook verdiept in biochemie en medische informatica.” De exacte vakken, het werken met cijfertjes en puzzelen tot een juiste uitkomst, hebben Van Diemen altijd al geïnteresseerd. “Ik had in mijn jeugd als amateurwielrenner al interesse in het ‘hoe en waarom’. Hoe kan een training een lichaam sterker maken? Waarom reageert ieder lichaam anders op trainingsprikkels? Die verdieping vond ik leuk. Puzzelen met cijfertjes, psychologie en motivatie, en dat toepassen op mensen om ze te kunnen helpen.”

In de jaren dat Van Diemen zich stortte in de wetenschap van de trainingsleer, fietste Gert Jakobs met de beste renners ter wereld mee in de Tour de France. Jakobs startte vijf maal de Ronde van Frankrijk en haalde vier keer Parijs. Van trainingsleer had de nuchtere Drent geen kaas gegeten. “Ik moest ’s winters met mijn training een fundering leggen voor de rest van het jaar. Wanneer het seizoen eenmaal begon, werd je van de ene naar de andere koers gesleept.  Nu ik daarop terugkijk, sloeg dat nergens op. We reden echt te veel wedstrijden. Aan het einde van het seizoen voelde ik me als een uitgeknepen citroen. Echt, ik had geen energie meer over. Meestal was ik aan het eind van het seizoen drie kilo lichter dan bij de start. Niet omdat ik niet fit was als het seizoen begon, maar gewoon door de vele inspanningen.” De conditie van de Jakobs werd enkele keren per seizoen gemeten, maar tijdens de vele trainingsuren en wedstrijddagen werden de medische gegevens niet bijgehouden. “Begin jaren ’90 kwamen de eerste hartslagmeters voor ons. Maar er was niemand die mij tijdens mijn trainingen bijstuurde. Wij renners moesten op gevoel trainen. Door de hartslagmeters konden we wel gericht trainen. We konden ons bijvoorbeeld een bepaald aantal minuten zo inspannen dat je hartslag op 150 slagen per minuut bleef. Maar op wattages trainen, konden wij niet.”

Hoeveel kracht een renner op zijn pedalen zet wordt uitgedrukt in wattages. Een renner die weet hoeveel watt hij een half uur lang kan volhouden, kan daar gericht op trainen. Als een renner zijn hartslag weet en tegelijkertijd kan zien hoeveel watt hij trapt, kan hij zien hoe goed zijn conditie is. Wie na enkele weken van training in een test van een half uur met een lagere hartslag dezelfde wattages kan trappen, is sterker geworden.

Werkwijze
Om een wielrenner meer vermogen te laten trappen, gebruikt Van Diemen verschillende soorten trainingen. Een onderdeel van zijn trainingen bestaat uit krachttraining. Van Diemen liet renners met gewichten trainen: “Toen ik begon met krachttraining werd ik door iedereen voor gek verklaard. Ik had het bij mezelf uitgeprobeerd en het werkte uitstekend. Het was vernieuwend om niet alleen op de fiets, maar ook in de sportschool te trainen. Ik merkte dat krachttraining belangrijk was, naast de bekende trainingen voor het uithoudingsvermogen.” Een renner moet zijn uithoudingsvermogen vergroten, maar moet ook hele intensieve inspanningen in korte tijd kunnen doen, om te kunnen sprinten of versnellen. Het wielrennen is een vreemde sport. De renners zitten soms zes uur op de fiets, maar een wedstrijd kan worden beslist in één van die momenten van soms slechts tien seconden zware inspanningen. Het is voor Van Diemen de kunst om een renner zo te trainen, dat hij na enkele uren fietsen nog steeds hard kan versnellen. “Een spier heeft verschillende typen spiervezels waaronder langzame en snelle spiervezels. De langzame vezels worden gebruikt als een renner op een laag vermogen trapt. De snelle spiervezels worden gebruikt bij de korte momenten met een hoge intensiteit. Met krachttraining kunnen die snelle spiervezels worden getraind.” Een moderne wielrenner traint op meerdere manieren. Hij traint op uithoudingsvermogen, hij traint op korte en explosieve versnellingen en gebruikt daarbij ook krachttraining om alle facetten te verbeteren.

“Je zou de renner kunnen zien als een motor. Een motor kan je blijven finetunen. Dat is wat ik met mijn werk probeer te doen. Door training moet de motor zo sterk mogelijk worden.” Een belangrijke verandering voor de traingingsopbouw, is dat de renners tegenwoordig veel minder koersen dan eerst. Er wordt specifiek naar bepaalde wedstrijden toegewerkt, totaal verschillend met hoe Jakobs zijn seizoenen beleefde.

Gert Jakobs fietste in 1993 zijn laatste Tour de France. In datzelfde jaar klopte de Amerikaan Greg LeMond – die toen al drie tourzeges op zak had – aan bij Van Diemen. Er was een apparaat op de markt gekomen waarmee je alle belangrijke parameters voor een wielrenner tegelijk kon meten: de hartfrequentie, trapfrequentie, het vermogen (wattages) en de fietssnelheid. “LeMond wilde met dat apparaat aan het werk, en ik was degene die voor hem alle beschikbare informatie op de juiste manier kon interpreteren.”

Trainen met LeMond
Hoewel LeMond toen in de nadagen van zijn rijke carrière zat, was hij nog steeds enorm leergierig. “Hij wist ontzettend veel van trainingsleer af, zonder dat hij ervoor had gestuurd. Hij wilde alles weten. Ik heb ook profs getraind die gewoon uitvoerden wat ik ze adviseerde. Maar Greg wilde altijd weten waarom hij bepaalde training moest doen. Door de vragen die hij stelde was het ook uitdagend voor mij. Het was enorm leuk met hem te werken. Ik had de kennis, en hij had het talent om verschrikkelijk hard te kunnen fietsen.” Bij LeMond kon de inspanningsfysioloog zijn eigenschap kwijt om als een docent uit te leggen hoe en training in elkaar stak. Het werken met profrenners had de verdieping waar Van Diemen in zijn HALO-tijdperk al naar op zoek was. Soms werd hij verbaasd door waar een menselijk lichaam tot in staat is. “Een gemiddeld mens kan een uur lang ongeveer 150 watt trappen. Ik had jongens in de ploeg die over een uur gemeten, gemíddeld, 450 watt konden halen. Een uur lang! Het is echt waanzinnig wat die gasten kunnen. Dat is echt genieten als trainer.”

Toen LeMond en Van Diemen aan hun training begonnen, kwam een omslagpunt dat de zorgvuldig getrainde renners van Van Diemen opeens moeite kregen om in grote wedstrijden mee te komen. “Zelfs LeMond zei op gegeven moment dat hij in de Tour de France zat te lijden in het peloton. Terwijl hij een van de sterkste renners van zijn generatie was. EPO was in opkomst. En daar zei hij niets van af te weten. Vanaf de bank zag ik in de jaren daarna renners op een abnormale manier presteren. Het was gewoon onmenselijk hoe hard er werd gereden. Ik weet wat een lichaam kan en dit had ik nog nooit gezien.” Bij Garmin heeft Van Diemen gewerkt met renners die terugkwamen van een dopingschorsing. De ploeg zag streng toe op dat alles zonder doping gebeurde. Als Van Diemen twijfels had over plotseling sterk verbeterde trainingswaarde van een van zijn renners, had hij de bevoegdheid om de renner in kwestie extra te laten testen. Wat LeMond betreft: hij is nooit in opspraak geraakt over vermeend dopinggebruik. Tot op heden spreekt hij zich fel uit over dopinggebruik en is daardoor niet bij iedereen in het peloton een geliefd ex-wielrenner.

Hoogtestages
In een item van het programma Bureau Sport komt wordt duidelijk hoe wetenschappelijk het wielrennen tegenwoordig is, maar ook hoe fysiek sterk de renners van nu zijn. Presentator Erik Dijkstra probeert de warming-up van een tijdrit van Tom Dumoulin te voltooien. De warming-up begint op 200 watt, genoeg voor Dijkstra om al snel de eerste zweetdruppels op zijn gezicht te krijgen. De weerstand wordt door Dumoulin zelf binnen zeven minuten opgevoerd tot 500 watt. Met zijn ploeg heeft hij strak afgemeten hoeveel minuten hij op welk wattage moet trappen, om zich goed op te kunnen warmen. Het lukt presentator Dijkstra niet eens de warming-up van Dumoulin te voltooien. Het is simpelweg te zwaar.

Naast het meten van alle mogelijke gegevens heeft het wielrennen nog een evolutie doorgemaakt op gebied van training. De voorbereidingen op grote wedstrijden zijn totaal anders geworden. Dumoulin gaat nu in voorbereiding op de Giro d’Italia – die in mei wordt verreden – door drie weken lang op grote hoogte te leven en trainen. De Spaanse Sierra Nevada is met bergtoppen van bijna 3500 meter een geliefd trainingsoord onder wielrenners. Doordat op grote hoogte minder zuurstof in de lucht zit, gaat het menselijk lichaam meer rode bloedcellen aanmaken als je lang op grote hoogte verblijft. Meer rode bloedcellen zorgt ervoor dat het lichaam bij zware inspanningen meer zuurstof naar de spieren kan brengen. Het lange verblijf op grote hoogte wordt een hoogtestage genoemd. Deze hoogtestages kunnen worden gezien als een soort natuurlijke vervanger van de dopingsoort EPO. De resultaten van een hoogtestage zijn vergelijkbaar, maar worden op een natuurlijke en dus legale manier bereikt. Deze manier van voorbereiden op grote wedstrijden, was in de tijd van Jakobs lang niet zo vanzelfsprekend als dat het nu is. “Erik Dekker was mijn kopman. Hij ging wel op hoogtestage voor de Tour de France. Maar hij was eigenlijk de enige van de ploeg. Ik ben zelf nooit op hoogtestage geweest. Door mijn drukke programma had ik niet eens de tijd om een paar weken op hoogte te kunnen trainen.”

Team Sky domineert door wetenschap
In het huidige wielrennen is er één ploeg die boven de rest uit steekt wat qua wetenschappelijke benadering. Team Sky, met kopman Chris Froome, heeft het grootste budget van alle ploegen. Door dat budget hebben ze de mogelijkheid vrijwel iedere variabele die invloed kan hebben op hun sportieve prestatie te meten. Het gevolg daarvan is dat in de Tour de France iedere renner van Team Sky precies weet waar zijn eigen plafond ligt, en hoe lang hij op een bepaald vermogen kan blijven trappen. In de bergetappes fietst Team Sky een strak tempo naar boven, zodat ze zelf de snelheid van het peloton kunnen bepalen. Bijna niemand kan een hele klim lang Team Sky voorblijven. Ook dat is een gevolg van de wetenschappelijke ontwikkeling in het wielrennen. Soms maken alle cijfertjes het koersverloop saai voor de kijker. Van Diemen kan zich vinden in de wielerliefhebbers die de tactiek van Team Sky saai vinden. Tegelijkertijd kan hij als inspanningsfysioloog ook genieten van de uitzonderlijke prestaties die de Britse ploeg neerzet. Net zoals hij genoot van ‘zijn’ Daniel Martin in de laatste kilometer van Luik-Bastenaken-Luik in 2013. Na jaren van strak geplande trainingen, hoogtestages, het analyseren van wattages en doen van krachttraining kon Martin in de laatste kilometer van de wedstrijd de Spaanse Rodriguez bijbenen. Hij dichtte het gat, wachtte enkele seconden om daarna staand op zijn trappers weg te rijden van zijn concurrent. Martin won een van de grootste wedstrijden van het jaar en Van Diemen stond te springen voor de televisie toen dit gebeurde. “Als je de eigenschappen van zo’n renner kent, zie je het gewoon gebeuren. De sporters moeten uiteindelijk de prestatie leveren, maar ik was ontzettend trots en blij dat ik een bijdrage heb  kunnen leveren.” De motor van Martin was zo afgesteld dat hij op volle toeren kon draaien.

Reageer op dit artikel