EK zonder publiek: de nieuwe werkelijkheid

Nog een laatste keer het parcours doorlopen in mijn hoofd.
Een plens water in mijn gezicht.
Piep-piep-piep-pieeeep.
Daar gaan we. Mijn eerste – en misschien wel enige, je weet maar nooit – wedstrijd van 2020 is van start.
Gassen tot aan de finish. Hopen dat het publiek me naar die ene magische tijd schreeuwt.
Maar wacht. Publiek?

Sinds ik als Nederlander begon met kanoslalom, wat sowieso al raar is voor de buitenwereld, heb ik nog nooit zoiets meegemaakt. Drie keer eerder deed ik mee aan een grote wedstrijd op deze baan in de Praagse wijk Troja. Nog nooit zonder publiek. Het gevoel dat je krijgt als honderden mensen die je bijna allemaal niet kent voor je juichen, is fenomenaal. Toen ik vorig jaar op dezelfde tijd op dezelfde plek aan een wereldbeker meedeed wist ik amper wat me overkwam; joelende menigtes, support voor iedereen die naar beneden kwam, een ge-wel-dige sfeer.

Kanoslalom is een relatief onbekende sport in Nederland. Op internationaal niveau doen slechts een handje vol Nederlanders de olympische sport. Bij kanoslalom draait het erom dat je zo snel mogelijk een parcours op een wildwaterbaan aflegt van 25 poorten die stroomafwaarts kunnen hangen en stroomopwaarts. Wanneer een poort wordt aangetikt, krijgt de vaarder twee strafseconden. Bij het missen van een poortje worden vijftig strafseconden toegekend. Binnen kanoslalom bestaan twee verschillende boottypen, namelijk K1 en C1. In een K1 heb je twee peddelbladen en zit je normaal, in de C1 zit je op je knieën en heb je maar één peddelblad. Ik vaar zelf C1.

Een week geleden kreeg ik het verlossende bericht: alleen mensen met een accreditatie zouden toegang krijgen tot het EK-terrein dit jaar. Het gekke is dat ik bijna stond te juichen. Niet omdat ik zo graag van al die hordes publiek af wil, maar omdat het dit jaar niet gaat om sfeer of om alles eromheen. Het enige wat telt is dat er een wedstrijd gevaren kan worden. De mededeling dat publiek niet zou worden toegestaan, betekent voor mij alleen maar dat het niet meer zou worden afgelast en dat die eerste wedstrijd van het seizoen dan toch echt gaat gebeuren.

Op de dag van de wedstrijd vertrek ik vanuit mijn zelfgeboekte Airbnb op de achtste verdieping van een van de vele Tsjechische flats met de bus richting Troja. Bij de Prague Zoo stap ik uit om vervolgens op een roze toeristenfiets het laatste stukje naar de baan te rijden. Een vijfsterrenhotel en privéchauffeur zit er voor mij niet in. De zomer is er nog altijd en de omstandigheden voor een wedstrijd zijn nagenoeg perfect. Geen wind, lekker zonnetje, niet te heet, niet te koud. In de ochtend zie ik hoe fout na fout wordt gemaakt op het door de Tsjechen ontworpen parcours. Ze hebben het me niet makkelijk gemaakt dit jaar.
Even rustig het water op om wakker te worden.
Een banaan naar binnen duwen.
Weer even naar het parcours kijken.
Muziekje op.
Nerveus heen en weer lopen.
Wat gaat deze dag toch intens langzaam. 14.00. Tijd om in te stappen.
Rustig opwarmen en dan is het eindelijk zover. 14.23. Time to shine.

Vier dagen voor de wedstrijd werd voor Praag door Nederland code oranje afgegeven. Michiel Roos, vrijwillig scheidsrechter die op dat moment al in Praag was, besluit toch te blijven. Scheidsrechter zijn is een vak en dat moet je serieus nemen. Een paar dagen voor de wedstrijd loopt hij langs de baan als hij het Nederlandse team ziet trainen. Hij is dus niet de enige die zich van code oranje niet veel aantrekt. Hij maakt wat foto’s met zijn rode toeristencameraatje en besluit een tochtje te gaan maken op zijn SUPboard. Even Praag verkennen vanuit een andere hoek.

De eerste wedstrijddag breekt aan. Michiel staat bij de moeilijkste poortcombinatie van het hele parcours, ook wel de key move. Wie hier fouten maakt, zal het weten ook, daar zorgt hij wel voor. En dat gebeurt. De poorten worden aan alle kanten aangetikt en gemist en Michiel heeft het er maar druk mee. Toch voelt er iets niet helemaal hetzelfde. Al die jaren staat Michiel al in een volgepakt Troja te jureren terwijl Tsjechische supporters hem toeschreeuwen omdat die het met zijn beslissingen niet eens zijn. Dit jaar heeft hij zowaar de ruimte om zijn werk zonder afleiding uit te kunnen voeren. Ook weleens handig. In zijn eigen cirkel merkt hij niet veel van de spanning die de wedstrijd normaal met zich meebrengt. Het geluid van toeters hoort hij wel als er Tsjechen aan het varen zijn, maar de echte sfeer van de kanoslalomhoofdstad van de wereld is er niet.

Met een flitsend groen T-shirt en quasi-grappig mondkapje met een lachend mondje erop staat Michiel tussen de andere scheidsrechters. Hij merkt dat de organisatie hard zijn best heeft gedaan om een veilig corona-event neer te zetten. Van een mondkapjesverplichting voor alle geaccrediteerde aanwezigen tot aan een soort van mistdouche van desinfectiemiddel bij binnenkomst. Hoe veel nut het heeft weet hij niet, maar ze moeten iets. Michiel voelt zich in ieder geval niet onveilig. Ook niet nu in Praag het coronavirus opleeft als nooit tevoren. Dat houdt in: hoogstens een procent van de bevolking in de stad heeft het. Hij maakt zich er niet zo veel zorgen over.

Poortje 22. Poortje 23. Poortje 24. Poortje 25. Lange eindsprint.
Boem. Dat was mijn EK.
Plek 22. Er had meer had in gezeten. Dat weet ik. Maar in sport leer je ook dat niet altijd alles gaat zoals je wil dat het gaat. Misschien had ik dat joelende publiek toch wel meer nodig dan ik had verwacht. Misschien was een wedstrijd te lang geleden. Misschien was het gewoon niet mijn dag. Hoe dan ook, er komt altijd weer een volgende wedstrijd. Of niet, je weet het nooit met corona.

Reageer op dit artikel