Iraanse voetballers lijden onder regime van thuisland: ‘Regering gaat over lijken’

Voetbal is oorlog; een cliché dat vaak gebruikt wordt in de voetbalwereld. Maar wat als twee landen dit gezegde iets te letterlijk nemen? Het conflict tussen Iran en Israël gaat zo ver dat ze dit voortzetten tot in de sportwereld. Iraniërs mogen Israël namelijk niet in, en daar zijn de voetballers de dupe van.

Het is kwart over acht in de ochtend als voetballer Agil Etemadi op de luchthaven van Amsterdam aan het wachten is op zijn vlucht naar de Iraanse hoofdstad Teheran. De doelman van voetbalclub Almere City is half Iraniër en half Nederlands. Hij heeft door de zomerstop tijd om zijn familie in het oosterse land te bezoeken. Na een lange vlucht komt hij aan op het grauwe, maar hele drukke, vliegveld. “Overal waar je kijkt hangen propaganda posters. De ene nog groter dan de andere. Op deze vind je voornamelijk negatieve teksten over Israël. In Teheran zie je in iedere straat een Palestijnse vlag hangen. Het zegt genoeg over de verhoudingen tussen de twee.”

Afgelopen maand was het weer raak. Tijdens de loting van Europese voetbalcompetitie ‘De Conference League’ kwam naar buiten dat Nederlandse voetbalclub Feyenoord het in een groepswedstrijd op moest gaan nemen tegen Maccabi Haifa. Dit is de kampioen van Israël. Meteen begon de alarmbel te luiden in Rotterdam, want voetballer Alireza Jahanbakhsh is Iraniër en mag zich volgens regels vanuit zijn thuisland niet op Israëlische grond bevinden. Dit kan er namelijk voor zorgen dat hij zijn thuisland niet meer in mag. Als gevolg daarvan werd de speler uit voorzorg thuisgelaten. “We willen voorkomen dat Alireza in de toekomst niet meer mag uitkomen voor zijn nationale elftal”, aldus de Rotterdamse club, die ook bevestigde dat Jahanbakhsh er tijdens de thuiswedstrijd tegen de Israëliërs niet bij is.

Geamerikaniseerd conflict

Na een half uur wandelen door de drukke straten van Teheran komt Etemadi aan in de buitenwijk van de hoofdstad. Hier wonen zijn ouders. Bij binnenkomst voelt het weer als vanouds voor de doelman die lang niet meer thuis is geweest. Zijn vader is Iraniër, “En dat kun je duidelijk zien”, zegt Etemadi. Zijn hele huis hangt vol met oosterse decoratie. Daarnaast hangen er een aantal enorme vlaggen, drie naast elkaar om precies te zijn. Aan de rechter- en linkerzijde hangt een Iraanse vlag. In het midden hangt een Palestijnse vlag. “Vanaf kleins af aan is mij duidelijk gemaakt dat Israël een slecht land is”, vertelt de voetballer. “Het is geen echt land, zegt mijn vader dan. En we moeten altijd klaar staan voor de Palestijnen.” Volgens Etemadi is zijn vader geen uitzondering. “Zo praat zowat iedere volwassen man hier. Alsof iedereen geïndoctrineerd is.”

Maar wat is er precies aan de hand tussen Iran en Israël? Volgens Carl Stellweg, Midden-Oostendeskundige, kunnen ze elkaar niet uitstaan. “Dit heeft alles te maken met de Verenigde Staten, de belangrijkste bondgenoot van Israël. Dat is de grootste vijand van Iran, wat er automatisch voor zorgt dat het oosterse land ook Israël het licht niet in de ogen gunt.” Ze gebruiken het kleine broertje als een soort bliksemafleider. “Omdat Israël natuurlijk een stuk dichterbij ligt valt Iran dat land lastig. Hierdoor hopen ze de Verenigde Staten uit te dagen en te laten zien dat ze een grote bedreiging vormen.” Daarnaast is Iran het ook niet eens met de politiek in Israël. “Zij vinden dat de Joden het land van de Palestijnen hebben afgepakt, daarom steunen zij die tweede groep in dit conflict. Iets dat de situatie alleen maar verhit.”

De verhoudingen zijn niet altijd zo slecht geweest, sterker nog, tot tientallen jaren geleden had Iran geen moeite met Israël. “In de jaren vijftig werd Iran geregeerd door Reza Pahlavi, de tsaar van Perzië (zoals het land toen heette)”, zegt Stellweg. “In zijn tijd waren Iran en de Verenigde Staten dikke vrienden en mochten ze elkaar graag. De Verenigde Staten gaf de Iraniërs zelfs macht door aansturing van Amerikaanse adviseurs.” Toen de tsaar in 1979 werd afgezet sloeg het roer drastisch om. “Er kwam een behoorlijk radicaal islamitisch bewind aan de macht, De Ayatollahs. Dit zorgde ervoor dat er een hele andere wind door Teheran waaide. De ideeën en idealen kwam niet meer overeen met die van de Verenigde Staten en ze verklaarden na een meningsverschil de oorlog met elkaar. Zo ontstond automatisch het conflict met Amerikaanse bondgenoot Israël.”

Opvallend is dat Israël geen problemen heeft met de rest van het Midden-Oosten. “Dat is weleens anders geweest, maar die ruzietjes zijn allang bijgelegd”, vertelt Stellweg. “Het Joodse land werkt nu zelfs op kleine schaal samen met bijvoorbeeld Saoedi- Arabië en Egypte. Dat is bijzonder aangezien daar een hele andere politieke ideologie heerst.” De Midden-Oostenexpert denkt niet dat er zo’n samenwerking met Iran in zit. “Dit conflict duurt nog wel even voort. Als het aan Iran ligt wordt de strijdbijl nog lang niet begraven. Daarvoor moet Israël eerst hun samenwerking met de Verenigde Staten opgeven.”

Voetbal is oorlog

“Kom zitten”, roept de vader van Etemadi wanneer hij binnenkomt. Het is acht uur in de avond en dat betekent etenstijd voor de Iraniërs.  De tafel is volledig gevuld met oosterse lekkernijen die de ouders van Etamadi speciaal voor zijn aankomst hebben bereid. Het ene na het andere onderwerp wordt besproken. Tot op een gegeven moment voetballer Alireza Jahanbakhsh aan bod komt. Een week eerder (2016) bracht zijn toenmalige club AZ Alkmaar naar buiten dat hij niet mocht aantreden tegen Israëlische club Maccabi Tel Aviv. De vader van Etemadi valt gelijk met de deur in huis. “Dat is toch logisch”, zegt hij terwijl hij ingetogen lacht. “Het is een volksheld hier in Iran. Die laat je toch niet naar Israël gaan.” De speler van Almere City laat aan zijn lichaamstaal zien dat hij het er niet mee eens is, maar laat zijn vader even doorratelen. “Regels zijn regels, Agil. Daarop kun je geen uitzonderingen maken. Ook niet voor voetballers.”

Dit is niet de eerste keer dat Alireza Jahanbakhsh te maken krijgt met regels vanuit zijn thuisland. Naast dit voorval bij zijn huidige club Feyenoord, overkwam het hem ook al een keer in 2016 bij AZ Alkmaar. De Noord-Hollandse club lootte Israëlische club Maccabi Tel Aviv in Europees verband. Uit voorzorg liet AZ Alkmaar de Iraniër thuis. Naast Jahanbakhsh zijn er meer Iraanse voetballers die voor dit dilemma stonden. Masoud Schojaei en Ehsan Hajsafi lootten met hun Griekse club Panionios, net als AZ Alkmaar, Maccabi Tel Aviv in een Europese competitie. In tegenstelling tot Jahanbakhsh kregen deze twee Iraniërs in 2017 zelf de keuze om mee te spelen. Tegen ieders verwachtingen in kozen ze ervoor om mee af te reizen naar Israël. Maar daar betaalden ze de ultieme prijs voor. De twee voetballers werden door hun thuisland verbannen. Iran heeft het Schojaei en Hajsafi tot op heden niet vergeven.

Iran gaat veel verder dan verbanning. Volgens Iraanse spelers die gesprekken met de nationale voetbalbond hebben gevoerd, gaat het land letterlijk over lijken. Zo mag een speler die in Israël of Amerika voetbalt niet meer uitkomen voor het nationale elftal. Daarnaast worden de families van de desbetreffende voetballers bedreigd en kan er een dwangsom worden opgelegd.

Oud-voetbaltrainer Zeljko Petrovic heeft geen hoge pet op van landen als Iran. Hij maakt zich al jaren hard voor het feit dat sport en politiek gescheiden moeten worden. Dat doet hij door middel van lezingen in zijn thuisland Montenegro. “In het Balkangebied hebben landen ook veel moeite met elkaar”, zegt hij. “Het belemmert vooral een heleboel Iraanse voetballers in hun ontwikkeling. Het feit dat ze in bepaalde landen niet mogen voetballen, zorgt ervoor dat het contracteren van een speler uit Iran onaantrekkelijk wordt.” Toch is het volgens Petrovic vooral belangrijk voor de voetballers zelf. “Voetbal hoort een uitlaat klep te zijn voor fans, maar ook zeker voor voetballers. Een politiek beleid als dat van Iran staat haaks op deze opvatting. Spelers met deze nationaliteit kunnen niet vrij voetballen. Bij iedere keuze die ze maken zit het thuisland er vol op. Een soort controlerende macht, en dat is mentaal niet bevorderlijk. Alsof de overheid je carrière bepaalt. Bovenal worden er families van spelers bijgehaald. Dat gaat natuurlijk alle grenzen te boven. Er moet wat aan gedaan worden.”

Etemadi probeert rustig te blijven. Het is voor hem tenenkrommend om het radicale betoog van zijn vader nog langer aan te horen. Na nog een aantal minuten houdt hij het niet meer. “Nu is het genoeg”, zegt hij op een boze toon. Het blijft even stil. Zijn vader kijkt hem verward aan. Dan onderbreekt Etemadi de stilte. “En wat nou als ik de kans krijg om een Europese wedstrijd tegen een Israëlisch team te spelen?” Het blijft opnieuw even stil. De vader van Etamadi ziet aan hem dat hij het niet eens is met zijn ideeën en lijkt teleurgesteld. Hij reageert niet op de vraag en staat op. “Ik ga even wandelen”, zegt hij. Hij loopt met een somber gezicht naar buiten. De rest van de vakantie heeft de familie het er niet meer over.

Midden-Oostendeskundige Carl Stellweg heeft met eigen ogen mogen aanschouwen hoe de politiek en sport met elkaar verweven zijn. Hij bracht een aantal jaren door in Iran en maakte daar de meest ‘obscure’ situaties mee. “Ik ben een aantal keer naar een voetbalwedstrijd van de club PAS Teheran FC geweest. Voor iedere wedstrijd in de hoofdstad draaien ze het volkslied van Iran. Zodra deze is afgelopen roept de stadionspeaker: ‘haat aan Israël’. Daar moest ik in het begin heel erg aan wennen. Daarnaast hangen er een heleboel Palestijnse vlaggen in het stadion. Een politiek tegengeluid wordt niet getolereerd. Wedstrijden worden vaak genoeg stilgelegd. De vlag van Israël of Amerika is al genoeg. In dat opzicht is het Midden-Oosten een rare plek om te voetballen.”

De voetbalwereld is niet de enige sector die lijdt onder het strenge regime van Iran. Volgens Stellweg moet de hele samenleving vrezen voor dit bewind. “Iraanse muzikanten mogen geen optredens geven in Amerika en nationale kunst wordt niet verkocht aan vijanden als Israël. En zo heb je nog wel een aantal branches die strenge regels opgelegd krijgen.” De Midden-Oostenexpert denkt dat het een principekwestie is. “De kleinste associatie met Amerika of Israël wordt gezien als verraad. Ook al weet de overheid dat hun inwoners hierdoor inkomsten missen. Het gaat om het principe. ‘Onze inwoners horen helemaal geen geld te verdienen aan dat tuig’, dat is wat de overheid wil dat de mensen denken. Dat proberen ze ook op iedere mogelijke manier door te drukken.”

Hogere machten zwijgen

Is er geen overkoepelende voetbalorganisatie die als bemiddelaar kan dienen in dit conflict tussen Iran en Israël? Die is er zeker. Twee zelfs: de UEFA en FIFA. Opvallend is dat zij zich in deze situatie afzijdig houden. De collega’s van het Internationaal Olympisch Comité laten zien dat het ook anders kan. Zo zit de Iraanse judobond op dit moment een schorsing van vier jaar uit als het gaat om olympische toernooien. Waarom? Het Olympisch Comité accepteert het boycotten van Israëlische tegenstanders niet. Dit heeft ervoor gezorgd dat het in Tokio niet tot onderlinge confrontaties kwam.

Zeljko Petrovic vindt dat het Olympisch Comité het juiste voorbeeld geeft. “Daar kunnen die omhooggevallen miljonairs bij de UEFA en FIFA nog wat van leren.” Hij vindt dat een bemiddelaarsrol cruciaal is. Sterker nog, volgens Petrovic hoeft dat klusje helemaal niet veel moeite te kosten. “Het gaat hier niet om politiek, maar om voetbal”, zegt hij. “Als beide partijen een goed gesprek voeren met instanties in Iran heb ik vertrouwen in een goede afloop.” De Montenegrijn gelooft niet dat het conflict wordt opgelost zonder deze grootmachten. “Alleen zij kunnen ervoor zorgen dat Iran voor voetballers een uitzondering maakt. Desnoods gooien ze een som geld op tafel. Ze weten waar ze het voor doen.”

Een week later zit Etemadi te wachten op het vliegtuig. Na dit verblijf in zijn vaderland gaat hij weer terug naar het koude Nederland. Iets zit hem dwars. Hij blijft maar denken aan de discussie die hij met zijn vader had. Het feit dat de halve Iraniër in Nederland is opgegroeid, zorgt voor een hele andere kijk op de situatie. Hij besluit er de rest van zijn tijd in Nederland niet meer over na te denken. Tot hij in 2018 een uitnodiging krijgt van zijn huidige werkgever Almere City. Een trainingskamp in Israël. Bij het lezen van de uitnodiging moet hij even slikken. Wat moet ik doen, denkt hij. Hoe zou pap reageren? Na veel wikken en wegen hakt hij de knoop door. Twee maanden later zit hij in het vliegtuig naar Israël. “Met deze reis wil ik een statement maken voor alle Iraanse voetballers”, vertelt Etemadi. “Zet je af tegen de conservatieve ideeën en maak je eigen keuzes. Het is jouw carrière. Die beleef je maar één keer.” Sindsdien heeft Etemadi geen contact meer met zijn familie.

Reageer op dit artikel