Je weet wél wat je mist

Wie neem ik mee als ik later mijn trouwjurk uit ga zoeken? Een stomme vraag als je er over nadenkt. Maar dat is een van de vragen die de laatste jaren door mijn hoofd spookt. Mijn moeder, zou een logisch antwoord zijn. Er is alleen één probleem: mijn moeder overleed toen ik jong was.

Een paar maanden voor mijn tweede verjaardag overleed mijn moeder tijdens een auto-ongeluk. Ondanks het feit dat mijn vader daarna nog relaties heeft gehad, en er dus moederfiguren in mijn leven zijn geweest, weet ik niet hoe het is om echt een moeder te hebben, een bloedverwant, iemand met mijn uiterlijk en die dezelfde trekjes heeft als ik. Ik weet dat ze graag las en dat ze van paarden hield en ik weet dat we als twee druppels water op elkaar lijken, maar ik heb niet met haar kunnen kletsen over haar favoriete boek of over het manegepaard waar ze vroeger voor mocht zorgen. 

Je weet niet wat je mist, maar toch ook wel

Vaak hoor ik van mensen dat ik niet anders gewend ben en dus niet weet wat ik mis. Hoewel dat waar is, het maakt dat het soms niet minder lastig. Het feit dat ik mijn moeder niet gekend heb en dus niet uit eigen ervaring weet hoe en wie ze was, komt soms hard binnen. Ik kan me een voorbeeld herinneren waarop ik jaloers was op het feit dat mijn nichtje haar moeder wel nog heeft. Het was jaren geleden op een verjaardag van mijn oma en mijn nichtje kroop bij haar moeder op schoot om met haar te kletsen. Ik kan me herinneren dat ik toen dacht “kon ik ook maar bij mijn moeder op schoot kruipen.”

Ik ben niet de enige die op jonge leeftijd mijn moeder verloor. Uit onderzoek van het Centraal Bureau Statistiek bleek dat in Nederland ieder jaar minstens zesduizend kinderen één of beide ouders verliezen. Journaliste en historicus Eva Vriend hoort ook bij die groep. “Mijn moeder overleed toen ik tien jaar oud was.” Ze kreeg de diagnose ‘non hodgkin’ toen Eva vijf was. “Mijn ouders hadden het nooit over haar ziekte en hebben altijd hun best gedaan om dat deel zo veel mogelijk buiten ons leven te houden. Haar behandelingen plande ze altijd tijdens school en toen ze haar haar begon te verliezen, droeg ze een hoofddoek.” Ondertussen was Eva’s moeder ook nog gewoon leesmoeder op haar basisschool.

Eva herkent het onredelijke gevoel van jaloezie. “Ik was een keer in de supermarkt en daar zag ik de juf van een van mijn zoontjes kletsen met haar moeder die daar werkt. De juf had haar dochter ook bij zich. Om op die manier drie generaties te zien kletsen over wat ze die avond misschien gaan eten maakte me tot op het bot jaloers. Zij kan gewoon met haar moeder kletsen. Ik gun het haar natuurlijk enorm, maar als ik daarna naar huis loop denk ik: ‘Dat wil ik ook’”. 

Een stil verdriet

Rouwpsycholoog Petra van der Heiden vertelt me dat het rouwproces van een kind anders verloopt dan het rouwproces van een volwassene. “Soms zeggen mensen dat je het overlijden niet bewust hebt meegemaakt als je zo jong bent, maar we komen er steeds meer achter dat een jong kind weldegelijk een herinnering heeft. Het is een soort van gevoels- en dlichamelijke herinnering aan de ouder.” Ze zegt dat je iemand op verschillende manieren kunt missen. “Je kunt een persoon missen, maar je kunt ook missen dat je die persoon in je leven had. Dat zijn twee verschillende dingen. Als een kind nog jong is, is het gemis nog niet concreet. Daarnaast hebben hele jonge kinderen veel aandacht nodig als een ouder overlijdt. Vaak is dat andere aandacht dan die een volwassene nodig zou hebben. Daardoor krijgt het kind niet altijd de juiste troost.”

Ik leg haar uit hoe het bij mij thuis is gegaan. Dat mijn opa en oma vaak langs kwamen om voor mij en mijn vader te zorgen, dat mijn oom een paar keer bij ons heeft geslapen om te helpen en dat mijn vader het verdriet van het verliezen van zijn vrouw nooit echt verwerkt heeft. “Hij zal geprobeerd hebben je zo goed mogelijk op te voeden alsof je moeder er nog was, maar het is voor hem natuurlijk ook een traumatische gebeurtenis. Het is een stil verdriet als hij er niet vaak over praat.” Ze legt ook uit dat hij als ‘overgebleven ouder’ een stuk verdriet niet heeft verwerkt en dat soms in de weg staat. “Ouders doen hun best om er helemaal voor hun kind te zijn.”

Een goede band

Uit onderzoek van Nederlands Jeugd Instituut blijkt dat jongeren die op vroege leeftijd een ouder verloren hebben, hier vaak pas later last van hebben. Het gaat dan vooral over de angst met betrekking tot volgend verlies, scheidingsangst en de veiligheid en gezondheid van familieleden. Hierbij is de kwaliteit van de relatie van groot belang: “Zowel een goede hechting met de overleden ouder, als de hechting met de overgebleven ouder en/of een alternatieve hechtingspersoon werken beschermend, op de korte termijn, maar ook om blijvende problemen te voorkomen.”

“Mijn vader kreeg na de dood van mijn moeder een nieuwe relatie. Dat heeft niet echt geholpen met het rouwproces”, begint Eva. “Nadat mijn moeder overleed, werd er weinig over haar gepraat”, gaat ze verder. “Het rouwproces van mijn vader was vrij gecompliceerd. Het was voor hem moeilijk om over haar te praten. Nu nog steeds trouwens. Als we het thuis over haar hebben gaat dat gepaard met tranen en verdriet.”

Voor Eva heeft therapie geholpen haar verlies een plekje te geven. “Ik stop mijn verdriet niet meer weg. Dat heb ik lang wel gedaan maar het is niet gezond. Uiteindelijk gaat het wringen en doet het alleen maar meer pijn. Ik heb het er met mijn vriend of een paar goede vrienden over.” Het blijft voor Eva lastig om dat onderwerp aan te gaan. “Iedereen heeft dan een vrolijke dag en dan ben ik niet vrolijk, maar dat is dan niet anders. Daar ben ik vrij hard in geworden.”

Voor de belangrijke momenten

Ik vraag me vaak af ‘wat als’. Wat als mijn moeder nog had geleefd. Had ze me dan geroast voor de keer dat ik besloot mijn haar rood te verven? Hadden we met z’n tweetjes een reis door Azië gemaakt? Zouden we iedere zondagavond CSI kijken? Ik weet het niet. Het feit dat ik mezelf deze vragen stel en op zoek ga naar wie mijn moeder was, is volgens Petra logisch. “Je hebt een leeftijd bereikt waarop je je eigen leven gaat vormgeven en er een behoefte ontstaat om te leren waar je vandaan komt. Soms uit het gemis zich in het enthousiasme om dingen over haar te leren.”

Volgens Petra zijn er momenten waarop het gemis van een ouder extra aanwezig is. “Vooral als je zelf moeder wordt. Er wordt een kind geboren, maar in feite wordt er ook een moeder geboren op dat moment.” Ze vertelt dat je op dat moment vergelijkingen tussen jezelf en je eigen moeder gaat maken. “Je hebt je eigen kind je in armen en dan komen de vragen: Wat deed ze toen ze mij kreeg? Hoe pakte zij bepaalde problemen aan?” Alles wordt als het ware in perspectief gezet. “Je zet de volgende generatie neer en daarmee eigenlijk ook de vorige.” 

Het gemis van een overleden ouder is volgens haar als het ware het grootste op de ‘belangrijke momenten’. Dat herken ik bij mezelf. Ik vraag me al jaren af wie ik mee moet nemen om mijn trouwjurk uit te zoeken. Hoewel dat nog ver in de toekomst ligt of misschien wel helemaal niet gaat gebeuren, is het toch iets wat me bezig houdt. Het lijstje verandert steeds: vriendinnen, mijn oma, misschien de moeder van een vriendin? Maar de persoon die eigenlijk bovenaan de lijst zou staan, kan niet mee. Hoe stom het ook klinkt, dat doet pijn. 

Voor Eva klinkt het ook bekend. “Bij mij zijn het ook de alledaagse momenten. Vooral nu in deze corona periode. Hoe zou mama hierop gereageerd hebben? Wat zou ze gezegd en gedaan hebben?” Eva vult aan dat het ook de momenten daarna zijn. “Ik heb twee zoontjes en ik had het zo leuk gevonden als ze ze had leren kennen en om haar met ze te zien spelen. Maar ze weet bijvoorbeeld ook niet hoe mijn vriend er uit ziet of waar ik woon, ze was er niet bij toen ik afstudeerde. Op zulke momenten heb je je moeder er gewoon graag bij.”

Je begint de wedstrijd met een achterstand

Petra vertelt dat het een vreemd gevoel is om je moeder te ‘overleven’. “Bij je moeder stel je je toch een ouder iemand voor.” Dit klinkt bekend voor Eva. “Ik ben 46 en mijn moeder is niet ouder dan 40 geworden. Ik heb haar ingehaald en ik heb levenservaring die zij nooit heeft gehad.” Ze vertelt dat ze vaak denkt als het tienjarige meisje dat ze was toen haar moeder overleed. “Vooral in spannende situaties voel ik me in de kern tien jaar oud. Ik voel me altijd jonger dan mijn nichtje van twintig.”

Hoewel Eva het gevoel heeft dat ze een goede en liefdevolle basis heeft gehad, heeft ze wel het idee dat het verlies van haar moeder voor een achterstand heeft gezorgd. “Ik denk niet dat mijn karakter anders was geweest als ik mijn moeder nu nog zou hebben, maar ik ben de wedstrijd wel met 10-0 achter begonnen.” Ze vertelt dat het voor haar lastig is om op te vallen en dat dat misschien wel te maken heeft met het feit dat ze haar moeder verloren is. “Ik zat altijd graag onopvallend in een hoekje en ik had bepaalde stappen waarschijnlijk eerder gezet als ik dit niet had meegemaakt. Ik was bang als mensen me aandacht gaven.” 

Alleen broodbeleg in de vakantie

Eva herkent zichzelf wel in haar moeder. “Het zit hem in de kleine dingen. Mijn moeder was altijd bezig met het milieu en de wereld om haar heen. Ze had bijvoorbeeld een eigen moestuin en probeerde gezond te leven. Dat doe ik ook.” Het feit dat Eva gezond probeert te leven heeft ook te maken met de ziekte van haar moeder. “Het blijft altijd boven je hoofd hangen. Uiteindelijk kun je er niet veel aan doen als je ziek wordt, maar ik probeer een zo gezond mogelijke levensstijl aan te houden.” 

Daarnaast probeert ze ook dingen van haar eigen opvoeding door te geven aan haar kinderen. “Mijn moeder was lief, maar ook streng. We mochten alleen in vakanties zoet broodbeleg en we mochten geen televisie kijken. ‘Ga maar buiten spelen’, zei ze dan. Dat doe ik voor mijn eigen kinderen ook. Ze zijn iedere dag buiten. Als je daar vroeg mee begint, wennen ze daar ook aan.”

Een blijvend gemis

Eva vertelt me dat ze haar moeder nog vaak mist. Ze heeft een tijd lang een altaartje met foto’s en een sjaaltje van haar moeder gehad. “Op een gegeven moment heb ik dat maar opgeruimd, ik had er geen behoefte meer aan.” Dat betekent niet dat daarmee de gedachte aan haar moeder ook verdwenen is. “Het is gek hoe het me soms kan overvallen. Mensen zeggen dat het verdriet na verloop van tijd minder wordt. Dat is niet zo. Je groeit zelf wel, maar het verdriet blijft even groot.” 

Ik denk iedere dag aan mijn moeder. Soms zie ik iemand op tv die me aan haar doet denken. Soms schiet er gewoon een willekeurige gedachte over haar door mijn hoofd. Ik sta er vaak niet lang bij stil en ga verder met mijn dag. Soms denk ik er wat langer over na. Dan denk ik aan de dingen die ik tegen haar zou willen zeggen. Gewoon simpel: ‘Vandaag was echt een kutdag, mam’ of ‘Die nieuwe film die in de bios draait is echt heel leuk.’ En in mijn hoofd doe ik dat dan ook. Zo blijft ze toch een beetje in leven. 

Reageer op dit artikel