Jong geleerd, jong gedaan: hoe verschillende jongeren naar de coronacrisis kijken

We zijn er voorlopig nog niet vanaf: het coronavirus. Jongeren kunnen het virus bij zich dragen zonder er erg in te hebben. Dat maakt ze een risicogroep op zich. In dit artikel geven vijf jongeren hun mening over verschillende aspecten van het virus.

Ze worden neergezet als de groep die corona alsmaar blijft verspreiden. Ze hebben het meegenomen van vakantie, zoeken het virus op door illegale huisfeesten en dankzij het losbollige gedrag van de jongeren worden de maatregelen keer op keer aangescherpt. Op sociale media als Twitter is er vandaag de dag nog steeds discussie over de invloed van jongeren op corona. Maar hoe kijken jongeren er eigenlijk naar? In dit artikel lees je hoe een stagiaire in een verpleeghuis, een DJ, twee meiden die mondkapjes verkopen en een jongen die fulltime werkt naar de coronacrisis kijken.

Illustratie: Naomi Griep

Sanne (17) loopt stage in een verpleeghuis in de Zeeuwse gemeente Schouwen-Duiveland. Aangezien ze nog geen 18 is, gelden er voor haar andere regels dan de regels die 18-plussers kennen. Toch houdt ze zich aan de regels van de volwassenen. “Ik wil de bewoners van het tehuis gewoon echt niet besmetten.”

Vier keer per dag vervangt ze het blauwe wegwerpmondkapje dat ze draagt op haar werk. Haar bril beslaat razendsnel door het mondkapje, maar dat neemt ze voor lief. Het zal moeten. Haar handen desinfecteert ze bij zowat ieder pompje dat ze tegenkomt. Als ze een bewoner moet wassen, doet ze voor de zekerheid handschoenen aan, zodat ze echt geen huidcontact maakt met degene die ze wast.

Naast de stage heeft Sanne een verzorgpaard waar ze iedere maandag- en dinsdagavond te vinden is. Op de manege is de kantine netjes dicht, er is desinfectiegel en er wordt iedere dag gekeken naar het aantal mensen dat aanwezig is. Iedereen die een (verzorg)paard op de manege heeft staan heeft zijn eigen poetskoffertje, zodat niet iedereen aan dezelfde borstel zit. Bijkletsen of een paardrijles nabespreken? Dat gebeurt een stuk minder, maar als het gebeurt, dan wel op anderhalve meter afstand.

Sanne heeft het er maar druk mee. Iedere week twee dagen stage en drie dagen school, twee avonden naar het paard en de zaterdagen staat ze in het magazijn van schoenenwinkel Omoda. Daar hangt een temperatuurmeter bij binnenkomst in het magazijn, voor de klanten staan er bij iedere ingang desinfectiepalen en de kassa’s zijn voorzien van schermen. In het magazijn staat ook desinfectiegel en je kan gebruikmaken van wegwerphandschoenen. Nu het dringende advies is gegeven om een mondkapje te dragen, heeft Omoda haar personeel de keuze gegeven om een mondkapje te dragen. Sanne kiest ervoor om er geen op het werk te dragen. Dat doet ze omdat ze vaak meerdere dozen de trappen op en af moet sjouwen, en dat kost heel veel energie. Sanne desinfecteert haar handen wel regelmatig bij Omoda en houdt zoveel als mogelijk anderhalve meter afstand van haar collega’s.

Hoe zij kijkt naar de jongeren om haar heen? “Ja, dat is natuurlijk niet zo best. Ik durf er wel iets van te zeggen hoor, als ze te dichtbij komen. Dan zeg ik gewoon netjes dat ze zich aan die anderhalve meter moeten houden.” Via Snapchat krijgt ze zo nu en dan een filmpje doorgestuurd van vrienden en vriendinnen die zich niet aan de regels houden. “Dat vind ik gewoon heel dom. Mensen die feestjes houden, met te veel tegelijk afspreken. Dan denk ik: waarom?”

Illustratie: Naomi Griep

De regels anno oktober 2020 zijn niet voor iedereen even helder. Dat komt vooral door het feit dat de regels en adviezen sinds maart constant zijn aangescherpt of juist milder zijn geworden. Femke van den Nieuwenhof (23) en Femke van Pol (23) van mondkapjesbedrijf Covered Cotton vinden het steeds onduidelijker worden. “Ze laten het nu aan ons over met de mondkapjes en andere dringende adviezen, maar ze kunnen beter duidelijke regels geven. Ik hoor vaak van vriendinnen dat het soms niet duidelijk genoeg is. Dat merk ik ook op mijn werk in de horeca, mensen vragen heel vaak: ‘waarom doen jullie niet dit of dat?’ Het zijn gewoon adviezen, het zijn niet vaste regels,” zegt Van den Nieuwenhof.

Covered Cotton is booming business. Waar ze in het begin ongeveer 30 mondkapjes per week moesten maken, zijn het er sinds de nieuwe maatregelen 100 per week. De meiden hebben online college, maar ze moeten toch tijd vrijmaken om alle bestellingen te kunnen fabriceren en leveren. Daarom hebben ze Iris, een nieuwe werknemer, ingehuurd om ze te helpen. “Zij speelt normaal gesproken in de musical Soldaat van Oranje, maar nu dat even stilligt, kan ze ons helpen met de mondkapjes.” Iris is overigens een van de castleden die géén corona heeft gehad.

Een euro per mondkapje gaat naar het Rode Kruis. Waarom niet meer? “We hebben gekeken naar wat het ons kost om de mondkapjes te maken en wat het de klant kost om er eentje te kopen. We willen er zelf ook iets aan verdienen, maar het goede doel is zeker niet onbelangrijk. Vandaar die euro.” De meiden zitten er wel aan te denken om ook andere doelen te steunen. “Als je kijkt naar bepaalde horecabedrijven hier in Tilburg, die hebben het ook ontzettend zwaar. We zaten eraan te denken om bijvoorbeeld vouchers van die bedrijven te kopen met de opbrengst van de mondkapjes en die vouchers dan weer te verloten onder onze volgers. Zo steunen wij de lokale ondernemer én zorgen we ervoor dat steeds meer mensen een mondkapje kopen.” Ondernemers steunen met een mondkapjeslijn, daar zit Famke Louise ook aan te denken. Maar die droeg al mondkapjes voordat het ‘een ding’ werd.

Femke van den Nieuwenhof werkt in de horeca. Zij heeft drie maanden thuisgezeten. “Dat was heel vervelend. In het begin had ik ook niet zoveel online les, dus daardoor ging ik me wel snel vervelen.” Hoe doorbreek je zo’n sleur? Femke geeft als tip: “iedere dag gewoon op tijd opstaan. Je dag indelen met activiteiten helpt daar ook bij. Mijn zusje studeert ook en zij had ook niet zoveel les, dus wij gingen dan in de ochtend samen sporten. Daarna gingen we samen aan school werken, we kookten samen en probeerden wel echt het ritme erin te houden.” Desondanks nam de verveling niet echt af bij Femke. Toch had ze geluk: ze kon een tijdje bij het bedrijf van haar neef aan de slag. Hij verkoopt heggenplanten en bij hem was het tijdens de lockdown heel druk. Femke behandelde telefoontjes, beantwoordde mails en deed wat administratiewerk voor haar neef.

Femke van Pol werkt in een kleine kledingzaak in het Limburgse Panningen. Nu de pandemie de wereld over raast, mogen er niet meer dan zeven klanten naar binnen. En dat zorgt voor de nodige commotie. “In het begin mochten er maar vijf mensen naar binnen. Je moet dan vragen aan mensen of ze dan ‘alsjeblieft buiten willen wachten’ en dat is wel lastig. Vooral in de dorpen. Mensen zeggen daar toch eerder ‘och, dat gedoe met die corona’ en doen echt alsof het bullshit is. Dat maakt het dan ook lastig om aan die mensen te vragen of ze toch even buiten willen blijven wachten.” Ook Femke ziet genoeg jongeren om zich heen die zich wel aan de adviezen houden. “Je leest overal in de media dat jongeren dit niet goed doen en jongeren zich daar niet aan houden, maar ik ken er ook zat die wel die afstand houden en niet afspreken met te grote groepen. Het is jammer dat je niet zoveel hoort over de jongeren die zich er wel aan houden omdat er te veel jongeren zijn die zich er niet aan houden. Het zijn niet alleen de jongeren, er zijn ook zat ouderen die zich niet aan de regels houden en gewoon voorbij de desinfectiepalen lopen.”

Femke van den Nieuwenhof zegt over het gedrag van de jongeren: “Ik zie genoeg filmpjes van studenten die huisfeesten houden als de kroegen gesloten zijn. Ik snap het dat jongeren over het algemeen als een probleem worden gezien, maar je moet ze niet over één kam scheren vind ik. Ik ken er genoeg die zich niet aan de regels houden, maar ik ken er gelukkig ook zat die dat wel netjes doen.”

Illustratie: Naomi Griep

Jordi Cok (21) begint in 2010 als DJ in zijn woonplaats Goes. Door de jaren heen wordt hij steeds populairder en heeft hij een flink netwerk opgebouwd. In Zeeland, maar ook in een stad als Amsterdam. Festivals, bruiloften (zelfs van profvoetballers), verjaardagsfeesten, noem het maar op. Het jaar 2019 is dan ook zijn piekjaar, maar dat ligt niet aan hem. Waar hij op 7 maart 2020 nog een boeking heeft bij de voetbalclub in het Zeeuwse Kruiningen, krijgt ook Jordi een flinke klap te verduren als de intelligente lockdown een paar weken later ingaat.

Gelukkig is Jordi financieel goed voorbereid op de pandemie. “Ik heb de afgelopen jaren altijd wat geld opzijgezet van het draaien, dus als ik iets nodig had dan haalde ik het van die rekening.” Toch vindt Jordi het belangrijk om bezig te blijven en geld te blijven verdienen, dus neemt hij een tijdelijke baan aan als barman bij het Goese pop-upstrand LIMA Beach. Daar werkt Jordi drie dagen in de week. Hoewel hij flink wat tijd heeft besteed aan het draaien, doet hij namelijk nog een universitaire opleiding. Ook dat is veranderd: alle colleges zijn sinds maart online.

Heeft hij dan geen draaitafel meer aangeraakt sinds 19 maart? Zeker wel, maar aanzienlijk minder dan naar verwachting. “De grote feesten als bruiloften en festivals zijn een jaar vooruitgeschoven, in de hoop dat het dan weer beter gaat.” Kleinschalige feesten gaan wel gewoon door. Gelukkig voor Jordi, want zo kan hij toch nog doen waar hij het liefst mee bezig is. 

Jordi’s beroep valt onder de evenementenbranche, waar de afgelopen tijd ook het een en ander over geschreven is. Ook deze branche heeft het zwaar. “We ervaren allemaal wel een beetje hetzelfde. Veel DJ’s voelen zich aangevallen omdat ze onder de evenementenbranche vallen, maar ik weet niet of ik het daarmee eens ben. Niemand zag dit aankomen en ik heb niet genoeg kennis om te kunnen bepalen hoe het anders zou moeten.”

Als Jordi niet achter de bar staat of studeert, spreekt hij graag af met zijn vrienden. In de zomer zijn ze zoveel mogelijk buiten te vinden, nu het kouder begint te worden spreken ze vaak bij iemand thuis af. Wanneer ze afspreken, zorgen ze ervoor dat de groep niet groter is dan zes man. Jordi geeft aan dat het moeilijk is om de hele avond die anderhalve meter te handhaven.

Over twintig jaar zijn we écht van alle gevolgen van de pandemie af volgens Jordi. Dat heeft te maken met zowel de volksgezondheid als de economie. Daarnaast zullen we de komende twee jaar nog veel beperkingen hebben in onze vrijheid. “De volksgezondheid staat bovenaan maar de economie is ook heel belangrijk. De komende twintig jaar zullen er bepaalde maatregelen genomen worden om te voorkomen dat het virus terugkomt. Twintig jaar klinkt lang, maar je moet ver genoeg vooruitkijken als het om dit soort virussen gaat.” Jordi hoopt, nu er positieve berichten zijn over de sneltest, binnen drie maanden verandering te zien binnen zijn sector. 

Jongeren vatten de adviezen en regels over het algemeen iets te luchtjes op volgens Jordi. Zijn tip aan zijn leeftijdsgenoten is dan ook: “neem gewoon serieus wat de bevolking opgedragen wordt, want op die manier komen we er ook weer het snelst vanaf.”

Illustratie: Naomi Griep

Ricardo Cijs (21) neemt de regels dan weer niet zo nauw. Hij desinfecteert zijn handen wel, maar zijn mondkapje draagt hij alleen op plekken waar het verplicht is. In het geval van Nederland is dat: de trein, tram, bus, metro en het vliegtuig. Maar dat hij zich niet aan alle adviezen houdt, betekent niet dat hij de ernst van de situatie niet inziet. “De huidige maatregelen vind ik niet heel veel beter. Het is nog geen lockdown zoals in maart maar het is niet echt beter.”

Ricardo werkt in een magazijn van een bedrijf dat spullen levert aan de horeca. Hij heeft een tussenjaar van zijn studie, dus hij werkt er fulltime. Ook op zijn werk is de klap van de corona goed te voelen. “Er is niet heel veel te doen op het moment, veel bestellingen worden geannuleerd door de nieuwe maatregelen.” Dat komt vooral door de laatste maatregelen die het kabinet heeft bepaald. “De horeca moet nu weer om tien uur dicht, sportkantines mogen ook niet meer open dus de bestellingen die we hadden nemen nu weer geleidelijk af.” Toen de regels in de zomer versoepeld werden, zag het bedrijf weer een stijging in het aantal bestellingen. “Vooral op de woensdag kregen we meer bestellingen, omdat donderdag een dag is waarop veel studenten gaan stappen,” zegt Ricardo lachend.

Zijn vrienden spreekt hij niet zoveel meer sinds hij fulltime werkt. Als hij ze ziet, dan worden de coronaregels niet echt besproken. “We hebben het er dan over dat het vervelend is dat je sommige dingen niet meer kan doen op het moment, maar daar laten we het dan ook bij.” Ricardo’s omgeving gedraagt zich hetzelfde als hij: ze wassen hun handen af en toe maar dragen geen mondkapjes. De anderhalve meter proberen ze wel te houden, maar als het niet gaat, dan gaat het niet.

Ricardo heeft vooral te doen met de horeca. “Die hebben het net even zwaarder dan andere bedrijven omdat ze bij elke persconferentie weer andere maatregelen moeten nemen. Horeca is ook een beroep waar veel mensen contact met elkaar hebben en als dat niet kan dan loopt het gewoon niet. Sommige bedrijven krijgen dan wel een vergoeding, maar als je meerdere restaurants hebt zoals bepaalde ketens dan hou je echt je hoofd niet boven water.” 

Even een toelichting over het feit dat sommige bedrijven een vergoeding krijgen. Die vergoeding komt vanuit de overheid en is samengesteld om bedrijven die getroffen zijn door de gevolgen van het virus te steunen. Er zijn twee soorten vergoedingen: 

  • De Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) is er voor bedrijven mét personeel die de afgelopen drie maanden 20 procent omzetverlies hebben gedraaid. Ook de horeca valt hieronder, maar niet alle horecabedrijven: een deel maakt namelijk gebruik van uitzendkrachten in plaats van vast personeel. De voorwaarde van deze maatregel is dat de bedrijven geen personeel ontslaan.
  • De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) lijkt op de NOW, maar deze geldt strikt voor bepaalde sectoren. Ook de horeca valt hieronder. Je bedrijf komt hiervoor in aanmerking als je op een bepaalde manier bent ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Bovendien is het bij deze wet zo dat je 30 procent omzetverlies moet hebben gedraaid de afgelopen drie maanden.

De horeca krijgt dus flink wat steun, maar houdt alsnog het hoofd amper boven water. Dat heeft te maken met het feit dat de horeca verschillende malen dicht is geweest, om vervolgens een paar maanden slechts een aantal klanten te mogen verwelkomen.

Wat de regering het beste kan doen volgens hem? “Totdat het vaccin er is lijkt mij het belangrijk om vooral de zaken open te houden zodat de economie niet nog meer verpest wordt. Mensen moeten gewoon heel vaak hun handen blijven wassen, dat vind ik het enige wat je er echt aan kan doen. Bezoek geen mensen in de risicogroep omdat die meer vatbaar zijn.”

Jongeren worden over het algemeen wel gezien als de grote verspreiders van het virus, maar lang niet alle jongeren hebben lak aan de regels. De vraag is of het ze kwalijk moet worden genomen als ze een keer de grens opzoeken. Belangrijk blijft: was je handen, hou je aan die anderhalve meter en blijf thuis als je klachten hebt.

Voor je het weet zit je weer aan een pilsje op een terrasje na tien uur ’s avonds. Hou vol.

Reageer op dit artikel