Mentaliteit verandert, water keert weder

In de afgelopen decennia is de Catharijnesingel, een fors stuk van de Utrechtse Stadsbuitengracht, vaak veranderd. Er was water, er kwam asfalt, en nu is water weer terug. Utrecht heeft weer een volwaardige, ronde singel. Tijd voor een middag in een kano. Tijd voor een tochtje dat lang niet gemaakt kon worden.

“Veel plezier mannen, daar gaat we!” wenst de kanoverhuurder je toe met een dik oost-europees accent als hij je achterwaarts, vanuit een werfkelder de Oudegracht in duwt. SPLASH. Wiebel. Stabiel. Opeens lig je diep in de stad. Naast je beginnen eerst de lage kades met daarop de deuren naar de werfkelders waaromheen de muren staan die omhoog reiken tot aan het niveau van de winkelstraten waarop de fietsers en voetgangers, op een enkel geval na, in harmonie tussen elkaar door zwieren en waar de oude eikenbomen staan waarvan de takken hoog boven de gracht waar jij in drijft samen komen tot een dicht, groen bladerdak dat nog genoeg -voor september zeldzaam warme- zonnestralen doorlaat om jou in je t-shirt aangenaam te verwarmen.

Al is het water al weer een stuk kouder dan tijdens de hoge zomer, het is nog steeds goed vertoeven in een bootje of kano of op een paddleboard. Dat komt goed uit voor de Utrechters, want sinds 12 september is na een goede 62 jaar gebakkelei de Stadsbuitengracht, de verzamelnaam van de singels rondom Utrecht, weer rond. De voltooiing van het project werd symbolisch gevierd met een hele grote emmer water, gekleurd in het rood/wit van de stad, die in het water leeg werd gekiepert.

Dat de Utrechtse singel een tijd niet compleet was, heeft te maken met de Duitse verkeersdeskundige Max Erich Feuchtinger. In 1958 bracht hij de gemeente het advies om Utrecht te moderniseren. Water was passée, de auto had de toekomst. Er moest een weg door de stad komen. En die kwam er, althans, deels. Feuchtinger zijn voorstel was om de hele singel te dempen, dicht te gooien, en de vrijgekomen ruimte te gebruiken om een rondweg om de stad aan te leggen. Dit stootte op een heleboel weerstand en ontketende daarmee een flinke discussie. Uiteindelijk kwam er een compromis; alleen het noordelijke deel van de Catharijnesingel zou gedempt worden. En zo geschiedde het. Op de plek van het water kwam een zesbaans-autoweg. De Catharijnebaan.

Het water was daarvoor honderden jaren lang compleet geweest. In 1122 begon Utrecht voor het eerst aan het aanleggen van een singel. In die tijd mocht je dat niet zomaar doen, nee, verdedigingswerken om je nederzetting heen bouwen mocht alleen als je in bezit was van stadsrechten. Keizer Hendrik V van het toenmalige Duitse rijk verleende Utrecht die voor een singel en stadsmuur benodigde rechten, waarna de stad de handen uit de mouwen stak en begon met de aanleg. Na veel ploeteren, zweten en sjouwen lag er uiteindelijk een stevige singel rondom de stad, met op de oever aan de stadse kant een flinke muur. Over de singel heen werd per windrichting een brug gebouwd, ieder gepaard met een poort in de stadsmuur. Wel zo praktisch.

Het stuk singel nabij de Weerdburg. In het midden de boot van de Utrechtse Havendienst, de service die de winkel en restaurants aan de Oudegracht ondersteunt met de levering.

Enfin. Als je, zoals je verteller heeft gedaan, met je kano in de noordelijke richting de Oudegracht door peddelt, kom je de singel voor het eerst tegen op de plek waar de Weerdpoort en -brug hebben gestaan. Halverwege de 19e eeuw zijn deze echter afgebroken en is de huidige, wit geverfde ijzeren Weerdbrug -en niet te vergeten, een paar jaar later, allicht, het Nijntje Pleintje- er voor in de plaats gekomen. Voor je wordt het water nu breder. Het stuk singel tussen de Oudegracht en het begin van de Vecht wordt omringd door steile wanden die aan weerskanten direct het water uit reizen. Werfkelders zijn hier niet meer. Wel zie je hier de door Utrechters zeer gekoesterde aanlegplaatsen voor plezierbootjes. Er liggen nieuwe, oude, grote, kleine, ranke, stompe, gepoetste en verroeste bootjes, waarvan de een wekelijks liefde krijgt en de ander puur dient als een plaatshouder voor de aanlegvergunning.

Het volgende stuk van de kanotocht, richting het herboren stuk singel, hadden we achttien jaar geleden nog niet kunnen maken; we slaan links af, onder de Monicabrug door de Weerdsingel op. Toen de singel gedempt was, bevond zich hier een grote autoparkeerplaats. In 1998 besloot de gemeente onder druk van werkgroep Utrecht Weer Omsingeld hier het eerste stuk water terug te laten keren. Nu is het een beetje een gek stuk. Ja, het is geen autoparadijs meer, maar nee, het voelt niet echt als onderdeel van de singel. Dat het stuk water zoveel jaren eerder is teruggekomen dan de rest, heeft als gevolg dat het kwa sfeer slecht aansluit op de andere delen. Het voelt gehaast. Maar, het was wel de de eerste stap richting het cadeautje dat we nu hebben. Het is smal, als kanoër kom je bij gebrek aan ruimte ongemakkelijk dicht in de buurt bij de grotere sloepen die in de andere richting varen. Daarbij is de kade aan de stadskant een inspiratieloze, waarop een enkel bankje na niet veel gebeurt en is de oever aan de andere zijde een slecht onderhouden oerwoud van gras en riet. In plaats van een stuk van de singel voelt als een nauwe corridor waar je doorheen moet om de reis voort te zetten in de kalmere, weidsere en mooiere wateren.

De bocht aan het einde van de Weerdsingel. Hier begint het nieuwste stuk Catharijnesingel.

Gelukkig is dat het ook, want na een paar honderd meter verbreed de singel zich wederom. Na de Weerdsingel volgt volgt een brede bocht met daarin een fontein die blik van de automobilisten op het kruispunt aan de buitenoever richting de Catharijnesingel trekt. Dat kruispunt is nog steeds druk, maar was ooit veel drukker en bovendien een stuk groter. Automobilisten die vanaf de A2 de stad binnen rijden komen er langs om in de binnenstad te geraken. Vroeger zou men hier de eerder genoemde zesbaans autogleuf in zijn gereden, de Catharijnebaan. Nu begint hier het water dat in de meest recente jaren is teruggekeerd.

In de binnenbocht vindt je een groot grasveld waar ‘s zomers, wanneer de zon al laag gezakt is en de binnenstad in de schaduw van zijn gebouwen is bedekt, de laatste straaltjes zon die binnen de stadsbuitengracht neervallen. Dit mag bijna als synoniem genoemd mag worden voor mensen met kleedjes, drankjes en joints. Iets verderop aan deze kant van het water knikt het moderne Utrecht naar zijn verleden. Hier ligt eerst een lage kade, waarachter een wand op rijst waar bovenop de straat te vinden is. Deze lage kades dienen als toegangsweg voor vrachtwagens, die via hier de ondergrondse laad- en losruimte van TivoliVredenburg kunnen betreden. Al zijn vrachtwagens geen boten, de lage kade kan vanuit functioneel oogpunt bijna een werfkelder genoemd worden.

De nieuwe ‘werfkelder.’

Over de gracht liggen hier ook meerdere nieuwe bruggen. Onder een daarvan zit een soort geheimpje verstopt dat vooralsnog alleen gedeelt wordt met men die op het water drijft. Het is een van de bruggen ter hoogte van TivoliVredenburg, die nu nog een brug zonder nut lijkt te zijn; er stroomt niets onderdoor. Dat Komt nog. Het plan -dat bijna door alle raden en commissies heen is- is om de singel hier te verbinden met het kanaal dat tussen Lombok en Leidse Weg ligt, waardoor een directe vaarroute richting het Merwedekanaal, en daarmee het Amsterdam-Rijnkanaal, wordt gecreëerd. Die mogelijkheid is er op het moment wel, maar alleen via het kanaal langs de Jutfaseweg, dat aan een andere kant van de stad uitkomt.

Als je onder deze bruggen door peddelt, voelt het alsof de singel dieper in de stad komt te liggen. Voor, links en rechts van je staan de kolossale gebouwen van TivoliVredenburg en Hoog Catharijne die je blikveld volledig vullen. Dat Hoog Catharijne heeft ook nog wel een belangrijke rol in het verhaal van de singel gespeeld. Nu loopt het water er onderdoor, op dezelfde manier als de Catharijnebaan ooit deed. In de tunnel waar je doorheen peddelt is een aanlegplaats vanaf waar je met de service lift -of dat helemaal de bedoeling is laten we even in het midden- omhoog kunt naar het winkelcentrum. Niet ver van waar de lift uitkomt is een stadsfilliaaltje van een grote supermarktketen die plezant gekoelde zomerbiertjes van hun huismerk verkoopt. Deze zijn welverdient, want al gaat het niet zo hard, kanoën kan nog best wat energie kosten.

De aanlegsteiger in de tunnel onder Hoog Catharijne.

Laten we hier ook een figuurlijk uitstapje naar het winkelcentrum maken, terug naar de jaren vijftig. Utrecht moest grootser, kwa winkelaanbod deed het nog te veel onder voor vergelijkbare steden binnen en buiten Nederland. Er kwam een plan, een flink plan, Hoog Catharijne. Het stuk Utrecht tussen het centraal station en het Vredenburg is plat gegooid en het hele verkeersplan is veranderd, om plaats te maken voor de bastion van de moderne commercie. En daar onderdoor, dus geen singel meer, maar een autoweg. Dat het stuk singel rondom Hoog Catharijne het enige stuk bleef dat was gedempt, is grotendeels te danken aan de toenmalige minister Marga Klompé -’s Lands eerste vrouwelijke minister- die de rest van de Stadsbuitengracht aanwees als rijksmonument.

Weer in de kano zetten wij onze reis voort richting het laatste nieuwe stuk singel. Als je de tunnel onder Hoog Catharijne aan de zuidelijke kant verlaat kom je op een paar honderd meter lang praktisch stukje gracht. Links een hoge kade, rechts een saaie oever. Wanneer je onder de eerste brug door bent wordt het echter interessant. De nieuw herstelde kades sluiten hier aan op het Zocherpark. Het in 19e eeuw aangelegde park strekt zich uit langs zeker de helft van de singel. Het bestaat uit kleine parken die worden verbonden door wandelpaden onder hoge bomen, oranje verlicht door sierlijke zwarte lantaarnpalen en bezaaid met glimmend zwarte bankjes met krullende leuningen. De aanwezigheid van dit langgerekte park maakt de singel van Utrecht tot een prachtige wandelroute, zeker tijdens de herfst of ‘s nachts, en het zorgt ook voor een prachtig aanzicht vanaf het water, dat vanaf hier, tot je weer bij ons startpunt terug bent geraakt, aan beide kanten is belijnd met hoge oude bomen.

Hier lag het laatste stuk gedempte singel. Nu begint hier het nieuwe stuk van het Zocherpark.
Het Zocherpark aan de andere kant van de binnenstad.

Ik zat hier laatst, in het nieuwe stuk Zocherpark, op zo’n glimmend zwart bankje, met een maat en wat zomerbiertjes van een huismerk, toen we in gesprek raakte met een man van, al zou je het ‘m zeker nog niet geven, 82. Hij had altijd in Utrecht gewoond, woont daar nu net buiten in een oude boerderij, en komt nog altijd vaak op de fiets de stad in om een biertje te drinken op een bankje aan het water.

“Mensen moesten bij Hoog Catharijne komen, dat snapte we toen wel ja. De auto was het nieuwe ding, ieder jaar zag je er meer van. Ja, we vonden het mooi hoor, toen die auto’s kwamen. Maar het is nu ook weer heel mooi om te zien dat het water terug is. Dat dat zou gebeuren konden we toen nog niet bedenken. Dat ik het allebei heb meegemaakt is wel vreemd. De manier waarop de stad denkt over het autoverkeer is veranderd. De manier waarop de stad denkt is Überhaupt veranderd.”

Daar moet ik hem gelijk in geven. Een goede 900 jaar geleden had Utrecht een manier van verdedigen nodig. Er kwam een singel die en stukje bij beetje werd uitgebreid met bruggen, poorten, muren en burchten. Het merendeel daarvan werd door veranderingen in politieke situaties en oorlogstechnieken overbodig, en dus weer afgebroken. Het water bleef en kreeg een meer recreatieve functie als onderdeel van een park, wandel plek, vaarwater en, tijdens winters die wij nu niet meer kennen, schaatsbaan. De wereld bleef echter snel veranderen en voor die veranderingen was ruimte nodig. Dus ook het water sneuvelde, dit keer ten behoeve van de auto en commercie, de nieuwe luxe van de moderne tijd. Maar toen luxe er was en men er aan gewend raakte, veranderde het beeld ervan. Het idee van luxe werd nu ook een mooie omgeving om in te wonen en te recreëren, en dus veranderde de singel weer, terug naar zijn originele staat.

Duitsers, Pruisen, Fransen en Spanjaarden met hellebaarden, zwaarden en schilden onder aanvoering van ridders in glanzende harnassen hoeft het water niet meer tegen te houden. Maar zoals het een verdedigingswerk betaamt, heeft deze nog steeds een beschermende functie. In het heden beschermt hij extra hoge huizenprijzen en huursommen die alleen door vermogende lieden en ketens betaald kunnen worden. Hij beschermd de groeiende groep toeristen wanneer zij de weg kwijt zijn en niets buiten de binnenstad te zoeken hebben. Hij beschermd de lucht van de Utrechters tegen uitlaatdampen van oude auto’s die er niet overheen mogen komen. Maar wat het water vooral beschermd, zoals het overal in het land nog doet, is het karakter van een oude Nederlandse binnenstad.

Reageer op dit artikel