Mijn zoektocht naar mama

“Niet bij papa gaan zitten, hè.” Ik weet niet of het een droom was of dat ze het echt tegen me heeft gezegd, maar dat zijn de enige woorden van mijn moeder die ik me kan herinneren. Ze was natuurlijk veel meer dan alleen die zes woorden, maar toch weet ik vrij weinig over haar.

Mijn moeder op de bromfiets waarmee ze met mijn vader, opa en oma Corfu heeft gezien

Mijn moeder, Angela, overleed twee maanden voordat ik twee jaar oud werd. Los van het feit dat we als twee druppels water op elkaar lijken, dat ze van lezen en paarden hield en dat ze als de dood was voor spinnen, weet ik niet zo veel over haar. De familie waar ik vandaan kom, is niet zo van het praten en ik vind het zelf moeilijk om dingen over haar te vragen, omdat het ongemakkelijk is. Het is een pijnlijk onderwerp en dat maakt het lastig om mijn familie in die positie te brengen. Toch besloot ik het te doen. De bereidheid om het over haar te hebben is er wel. Toen ik mijn familie vroeg of ze mee wilden helpen bij het vertellen van haar verhaal, werden de fotoboeken al snel uit de kast getrokken. Niet veel later volgden alle verhalen.

De rugzak met kapot gescheurde banden

Op onze zolder staat een oude doos waar spullen in zitten die mijn moeder bij haar in de auto had toen ze overleed. Haar zwartleren Gucci rugzak met banden die tijdens het ongeluk kapot gescheurd zijn, haar portemonnee met bankpasjes en een zorgpas, haar paspoort met een foto die ik niet eerder gezien heb, een aansteker van haar werk, die overigens alleen nog maar vonkjes maakt, en zelfs een klein stompje van de lippenstift die ze altijd droeg. Op de kapotte banden en oude data op papieren na, is het net alsof ze de rugzak vandaag nog terug zou vragen. Soms loop ik even naar de zolder om in die doos te kijken en meestal ontdek ik nieuwe dingen. De laatste keer dat ik keek, vond ik een foto van mij als baby in haar portemonnee. De foto is in perfecte staat, alsof hij er gisteren in is gestopt.

Gekke bekken voor de camera

“Altijd als er een camera bij kwam, trok ze een gek gezicht”

Op maandag 27 april 1970 werd Angela Hurkmans geboren. Haar moeder beviel thuis in Helmond van haar. “De eerste nacht huilde ze helemaal niet. We zijn zelfs even wezen kijken of ze nog wel bewoog. Gelukkig lag ze rustig te slapen”, blikt mijn oma, Marijke Hurkmans, terug. De zoektocht naar mijn moeder begint daar, bij opa en oma. “Ze was heel rustig”, gaat ze verder, “Wat wel fijn was, aangezien haar broer juist heel druk was.” Mijn opa vertelt dat ze haar eerste stapjes zette toen ze ongeveer één jaar oud was. “Ze kon zich ook goed vermaken als ze in de box lag”, kan hij zich goed herinneren.

Toen mijn moeder wat ouder werd, kwam ze wat meer uit haar schulp. “Altijd als er een camera bij kwam, trok ze een gek gezicht”, zegt mijn oma als we het hebben over mama als kind. Mijn opa vult aan dat ze niet graag in de belangstelling stond. “Ik denk dat ze zich geen houding kon geven en dus maar een gek gezicht trok.” Mijn oom, Ronnie Hurkmans, heeft er een andere verklaring voor: “Ik vond het gewoon wat gekke streken.”

Ze vertellen me ook dat mijn moeder als kind niet snel boos werd. “Behalve als ik haar haar moest borstelen”, vertelt mijn oma. Mijn moeder had lange, donkere pijpenkrullen toen ze klein was. “Als ze de borstel zag was het al hommeles, en ze kon zó boos kijken.” Met een lach op haar gezicht denkt mijn oma terug aan die momenten. “Toen ze vier jaar oud was, wilde ze haar haar kort, dus dat hebben we toen maar gedaan.” Verder was ze niet zo van het boos worden, vertellen mijn opa en oma. “Ze was eigenlijk altijd heel rustig, ook als kind zijnde.” Mijn oom kan zich geen ruzies herinneren. “We zullen vast wel eens woorden hebben gehad zoals broers en zussen dat doen, maar we lieten elkaar vooral met rust. Ik ken haar niet anders dan dat ze ergens met een boek in haar handen zat.”

Boekenwurm op feestvakantie

Mijn moeder had toen ze jong was niet heel veel vriendinnen. “Ze kon zich goed alleen vermaken zolang ze een leesboek had. Een boek was alles voor haar”, vertelt mijn opa. Ze las vooral paardenboeken. Veel van die boeken heb ik zelf ook gelezen toen ik jonger was. Nu staan ze op zolder in de kast, de pagina’s zijn door de jaren heen een beetje vergeeld. “En ze had een abonnement op de Penny, dat paardentijdschrift”, schiet mijn oma plotseling te binnen.

Mijn moeder op vakantie in het geliefde Griekenland

Toen ze 18 jaar oud was, ging mijn moeder samen met haar twee nichtjes op vakantie. “Het was eigenlijk de typische feestvakantie”, begint Angelique, mijn moeders nicht. “Rond een uur of één ’s middags stonden we op om wat te eten en daarna gingen we naar het strand. ’s Avonds kleedden we ons snel om voor het eten en daarna gingen we op stap.” Dat was niet echt mijn moeders ding, vooral niet in het begin. “De eerste avond had ze geen zin om mee op stap te gaan, ze zat liever met haar boek in het huisje. Pas toen we vertelden hoe leuk het was, wilde ze de tweede avond mee”, vertelt Angelique lachend.

Het paardenmeisje

Haar favoriet: op een paard tijdens een van de vakanties

Naast boeken hield mijn moeder ook van paarden. “Toen ze zeven jaar oud was, begon ze met paardrijden”, zegt mijn opa. Mijn oma herinnert zich een keer waarop ze thuis kwam en er een verrassing op haar stond te wachten. “Na een buitenrit had ze het paard van de manege waar ze altijd op reed mee naar huis genomen. Ik schrok me kapot toen er ineens zo’n groot beest in het gangetje buiten stond.”

Iedere woensdag en zaterdag was mijn moeder op de manege te vinden. “Dan ging ze paardrijden en de pony’s borstelen. Ze had zelf geen paard, maar op de manege had ze wel een vast paard waar ze altijd voor mocht zorgen. Daar kon ze zo van genieten.” Toen ze mijn vader ontmoette, en er achter kwam dat zijn familie paarden had, was dat voor haar de perfecte match.

Liefde op de dansvloer

In 1988, toen ze 18 jaar oud was, leerde mijn moeder mijn vader, Johan, kennen. Dat gebeurde ouderwets in de discotheek. Hij vertelt dat uitgaan in eerste instantie eigenlijk niet echt mijn moeders ding was. “Ze zat altijd thuis op zolder te lezen. Miriam, haar nicht, zei dat ze een keer mee moest gaan naar de disco. “Ik stond met een vriend van me in de disco in Heeze en zij was er met Miriam.”

Mijn vader en moeder tijdens hun eerste vakantie in Spanje

Miriam vertelt me ook over de avonden in de disco. “Je moeder en ik gingen vaak samen naar Cheers in Heeze. Er waren wat barretjes aan de zijkant en in het midden was een dansvloer”, legt ze uit. “De DJ stond op een verhoging plaatjes te draaien. We gingen er echt heen om te dansen.” Op een van de avonden kwamen ze een vriendin tegen die mijn moeder van de manege kende. Ze introduceerde de twee meiden aan haar vriendengroep, waar mijn vader en de man van Miriam ook bij hoorden.

Mijn vader gaat verder: “Ik zag haar en vond haar een leuk meisje. Ik weet niet meer precies wat ze droeg, maar meestal had ze een blouse en een zwarte broek aan. Ze was niet zo van de jurkjes.” Hij weet zich ook te herinneren dat ze vrij snel aan de praat raakten. “We hadden het over vakanties, wat haar hobby’s waren en wat ze graag deed. Ondertussen rookte ze een sigaretje op de dansvloer, dat kon toen nog.”

Mijn vader vertelt dat hij haar meteen opmerkte. “Ze zag er knap en spontaan uit. Ik weet nog dat ik ’s avonds een keer bij een vriend thuis was met wie ik altijd op stap ging en ik zei dat ik haar een leuke vrouw vond. Hij zei: ‘Ze is veel te knap voor jou, dat gaat nooit iets worden.’ Ik zei dat dat wel goed zou komen.”

Echte vakantieganger

Een jaar later was de verkering dik aan en gingen ze voor het eerst samen op vakantie. “We gingen naar het reisbureau, toen kon je nog niet online boeken. Daar zagen we een aanbieding voor tien dagen met de bus naar Malgrat de Mar voor 179 gulden.” Mijn vader vertelt dat ze veel deden op die vakantie. “We kenden elkaar zeven of acht maanden, maar deden sowieso veel samen. We gingen naar het strand, maakten een boottocht naar Tossa en gingen met de trein naar Barcelona. Dat vonden we fijn om te doen.” Mijn ouders gingen veel op vakantie. “Soms drie keer per jaar, altijd in mei en september. We zijn naar Joegoslavië geweest, naar Spanje en naar Turkije, maar onze favoriet was Griekenland.”

Mijn opa en oma, de ouders van mijn moeder, gingen vaak mee op de tripjes. “Toen we naar Corfu gingen, hadden we bromfietsen gehuurd. We hebben met zijn vieren het hele eiland doorgereden en heel veel gezien. Dat vond ze altijd leuk om te doen, nieuwe plekken zien”, herinnert mijn opa zich. “Och, ik weet ook nog wel dat we onderweg naar Sevilla moesten tanken en in plaats van benzine hadden we per ongeluk water in de tank gedaan. Toen moesten we met de taxi terug”, grinnikt hij. “Daar kon ze altijd van genieten, op vakantie gaan”, vult mijn oma hem aan.

Hoera, een dochter!

Samen in Marmaris

In maart 2000 werd ik geboren. Er stond een grote, houten Winnie de Poeh in de voortuin als aankondiging van mijn geboorte. “Ik had hem uitgezaagd en Angela had hem geschilderd”, vertelt mijn vader. “Ze was zo trots op jou”, gaat mijn oma verder. “Ze was graag thuis met jou.” Miriam vult haar aan: “Je moeder was gelukkig met haar leven. Ze had niet meer nodig dan haar gezin, vrienden en werk.” Ze vertelt ook dat ik en mijn moeder wel eens langs kwamen. “Gewoon om een kopje koffie te drinken of om even te kletsen. Dat hoefden we allemaal niet af te spreken, het ging gewoon vanzelf.”

Mijn oma weet zich nog goed te herinneren dat mijn moeder vaak met me ging wandelen. “Dat vond ze fijn, gewoon samen met jou dingen doen.” Oma liep vaak mee als we gingen wandelen. “Lekker met z’n drietjes op stap. Dan gingen we met jou in de kinderwagen naar De Warande om de eendjes te voeren en naar de andere dieren te kijken, of we liepen gewoon een blokje om.”

De dag waarop alles anders werd

25 januari 2002, om 07.15 uur ’s ochtends. Dat is het moment waarop haar zilveren Toyota Corolla en een vrachtauto frontaal op elkaar botsten. Mijn vader vertelde me dat er die week een grote brand was geweest op het industrieterrein vlak bij waar we woonden. Toen hij de ochtend van de 25e sirenes hoorde, dacht hij dat er weer een brand was. Hij neemt even pauze voordat hij zijn volgende zin uitspreekt: “Het bleek voor mama, maar dat wist ik toen nog niet.”

René Kuyt was een van de brandweermannen die in de brandweerwagen met loeiende sirene richting de Wolfsputterbaan in Helmond reed. Ondertussen is René overleden, maar hij heeft verschillende boeken geschreven over zijn ervaringen bij de brandweer. Eén van die verhalen gaat over mijn moeder. In zijn boek Alarm voor de 830: Tot het uiterste schrijft hij: “Een personenauto en een zware vrachtwagen… Wat kunnen we verwachten? Zo’n melding belooft meestal niet veel goeds.” Zijn verwachting bleek juist. Een alinea verder schrijft hij: “We zien het wrak van een personenauto, grotendeels samengedrukt tegen inderdaad een zware vrachtwagen die uit tegengestelde richting gekomen is.”

Om 10.15 uur is mijn vader bij een werkafspraak. Samen met een paar anderen staat hij buiten wanneer de politie aan komt lopen. “We stonden al een beetje te grappen met elkaar zo van: ‘Ja, nou komen ze je halen.’ Toen vroegen ze of er een Johan Meulendijks was, dan word je toch een beetje zenuwachtig.” De agenten namen mijn vader apart en vertelden hem wat er was gebeurd. “Ik zei dat ik het niet geloofde tot ik het zag. Ik weet niet meer wat er toen door me heen ging. Het was gewoon kut. Ik kwam in een soort van overlevingsstand terecht.” Om twaalf uur mocht hij naar het mortuarium. “Toen lag ze daar in een geel shirt en verband om haar hoofd. “Ik zei meteen dat ik haar daar niet zo wilde achterlaten. Ze had het altijd koud en ik wilde haar niet in die koeling hebben liggen.”

Na de begrafenis kwam alles pas echt binnen. “Toen de kist dichtging en de begrafenis achter de rug was, was ze weg. Toen werd het definitief. Nooit meer.” Mijn vader neemt weer even pauze. “Ik was gewoon zo ontzettend trots op haar”, begint hij opnieuw. “Het is alleen van korte duur geweest en dat is het ergste. Ze is nu al langer dood dan dat ik haar kende.”

“Ze kon zich goed alleen vermaken zolang ze een leesboek had. Een boek was alles voor haar”

Als twee druppels water

“Goh, wat lijk je op je moeder” en “Ge bent net jullie Angela”, zoals ze dat in het plat Helmonds zeggen. Hoe vaak ik die zinnen wel niet gehoord heb. Iedere keer maakt me dat weer trots. Niet alleen de buitenkant komt overeen, mijn liefde voor boeken moet immers ergens vandaan gekomen zijn. Mijn oom, mama’s broer, vertelt dat mijn moeder net als mij veel las. “Ze zat altijd op zolder met een boek. Eigenlijk ken ik haar niet heel anders dan dat ze ergens met een boek zat.” Hij zegt dat David Baldacci haar favoriete schrijver was.

Hij herkent ook andere dingen van zijn zus terug in mij. “Ze kon een fijne avond hebben met een filmpje op de bank, en dat kun jij ook.” Toen we een tijd geleden oude video’s van mijn moeder keken, was er een video bij waarop ze op vakantie zwerfkatten aan het aaien was. “Dat zie ik jou ook wel doen. Ze hield net als jij veel van dieren”, zegt mijn oom. “En jullie houden allebei van muziek natuurlijk, al zag ik haar niet echt als het soort mens dat naar concerten ging. Maar er staan veel platen in jouw collectie die zij ook had.”

Het open boek

Miriam vraagt of ik me nog kan herinneren wat er altijd op het dressoir in ons oude huis lag. “Het boek dat Angela aan het lezen was toen ze overleed heeft daar nog jarenlang open gelegen op de pagina waar ze was gebleven.” En ik denk dat, na alles wat ik over haar geleerd heb tijdens de gesprekken met mijn familie, ze het ook niet anders gewild had.

3 reacties

  1. Hallo Juliet ,ik heb het verhaal gelezen het is net de film die zich nu afspeelt,maar je moeder zou heel erg trots op je zijn..Wel uit het oog niet uit mijn hart,We zullen haar nooit vergeten .Knuffel van tante Rieky

  2. Lieve Juliet,
    Je verhaal raakt me diep. Ik ben een soort van achternichtje van je moeder.( beetje ingewikkeld). Maar ik was vooral een vriendinnetje. We waren van dezelfde leeftijd en speelden samen. Je moeders overlijden was een enorme schok en wanneer ik daaraan denk word ik nog altijd verdrietig. Ik heb óók kinderen van jouw leeftijd, en ik vind het héél erg dat jij jouw lieve moeder nauwelijks hebt gekend. Ze zou ontzettend trots op je zijn, en terecht!
    Ik heb altijd de wens gehad jóu nog eens te ontmoeten. Jij moet minstens zo bijzonder zijn als je moeder. Je kent me niet maar geloof me dat ik vaak aan jóu heb gedacht.
    Liefs en succes met jouw leven.
    Xxx.

Reageer op dit artikel