Minder jeugdcriminaliteit door ‘streng’ rehabilitatieproces: ‘Dit is de toekomst’

Het aantal minderjarigen dat het afgelopen jaar een delict pleegde is gedaald, blijkt uit cijfers van het CBS. In 2020 stond de teller nog maar op dertienduizend geregistreerde verdachten, dat zijn er tweeduizend minder dan in 2019. Dit heeft voor het grootste deel te maken met een succesvolle rehabilitatie. Hoe spijkeren verschillende instanties deze jongeren bij?

Op een koude donderdagavond in november (2018) gaat het, voor de destijds zestienjarige Luka, helemaal fout. “Ik zat net op een nieuwe school”, vertelt hij. “Ik voelde mijzelf ongemakkelijk. Zonder vrienden. Ik kreeg meteen de drang om erbij te horen. Ik stapte op een groep jongeren af en maakte een praatje. Ze noemden zichzelf ‘De Bossche Draken’.” Al snel kwam Luka erachter dat het geen onschuldige jongeren waren. “Ik werd in een groepsgesprek geplaatstF. Hierin bespraken ze de gekste dingen. Rellen en geweldsdelicten werden tot in detail voorbereid.” De zestienjarige Bosschenaar keek met gefronste wenkbrauwen op zijn telefoon, maar durfde er niets van te zeggen. Na een week ging hij voor het eerst mee met de groep. “De eerste avond werd meteen de laatste. Ik liet me overhalen om een bushalte in brand te steken. Het voelde gelijk al niet goed, maar toch deed ik het. Zij kwamen er zonder problemen vanaf, ik niet”, vertelt hij met een diepe zucht.

In 2010 stond het aantal minderjarigen dat betrokken was bij een delict nog op tweeëndertigduizend gevallen. Dat zijn er bijna twintigduizend meer dan in 2020. Deze daling heeft volgens de Nederlandse politie alles te maken met het nieuwe rehabilitatieproces dat in 2015 in gang werd gezet. “Het zijn vaak dezelfde gasten die in aanraking komen met de politie. Door onze nieuwe aanpak zien we steeds meer van hen weer op het juiste pad belanden”, aldus een woordvoerder van de politie. De groep wordt dus verkleind, maar hoe pakken ze dat aan. Het antwoord: een soort driestappenplan. Jongeren komen eerst in contact met een jeugdagent. Als de agent de desbetreffende minderjarige niet genoeg kan bijbrengen, wordt hij doorgestuurd naar een overkoepelende instantie die hierin gespecialiseerd is. Halt bijvoorbeeld. Als dat ook geen effect heeft, komt er een jeugdpsycholoog om de hoek kijken.

Een vak apart

“Mijn handen begonnen te trillen. Ik voelde heel even niets meer. Mijn gedachtes verdwenen en ik werd licht in m’n hoofd”, vertelt Luka terwijl hij een sigaret opsteekt. De tiener schiet meteen weer in de stress als hij denkt aan dat bewuste moment. “De andere jongeren stonden lachend om mij heen. ‘Top gedaan maatje’, riepen ze met een lichte ondertoon. Zij wisten ook wel dat ik hier niet mee weg ging komen.” Enkele seconden later hoorde Luka een bekend geluid. “Sirenes.  Ik wist niet zeker of het een brandweer- of politiewagen was. Het is klaar, dacht ik. Geen weg meer terug.” Een minuut later komt er een politiewagen om de hoek rijden. “De jongens renden weg. Ik stond stijf van de zenuwen. Op dat moment spookte er maar één gedachte door mijn hoofd: Wat heb ik gedaan.”

Jeugdagent Pieter Hooijen heeft vaak te maken gehad met jongens als Luka. Hij werkt in de omgeving van Veldhoven en is iedere dag bezig met de jeugd. “Het is inderdaad waar dat je vaak dezelfde gezichten ziet. De meesten ken ik goed, ja”, zegt hij lachend. Als jeugdagent grijpt hij in, maar zorgt hij ook voor verbinding. “Ik ben er voor de jongeren. Als ze een probleem hebben, kunnen ze daar altijd met mij over in gesprek.” Maar bij stap één van het rehabilitatieproces is optreden zijn voornaamste rol. “Dat neem ik ook heel serieus. Het is heel anders dan bij volwassenen. Een vak apart.”

De overgebleven vonkjes vliegen langs het bevroren lichaam van Luka. De politiewagen stopt voor hem. Er stapt een brede agent uit. “Wat heeft dit te betekenen”, vraagt hij Luka op een nogal agressieve toon. Het blijft even stil. “Heb jij dit gedaan”, vraagt de agent in een nieuwe poging om Luka te laten praten. Na nog een stilte besluit de zestienjarige toch te praten. “Ja… Ik heb dit gedaan”, zegt hij op een sombere toon. De agent besluit om meteen actie te ondernemen. “Jij gaat even met mij mee”, zegt hij terwijl hij de Bosschenaar in de boeien slaat. Nog steeds is hij helemaal in shock. Er komt geen greintje emotie van hem af. Een paar minuten later wordt hij naar het bureau gereden.

Als Hooijen in aanraking komt met jongeren pakt hij dit op een speciale manier aan. “Ik begin altijd rustig. Ik wil vertrouwen opbouwen. Dit zorgt voor een fijnere sfeer tijdens een gesprek. Vaak is het dan zo dat ik alle informatie over het delict in mijn schoot geworpen krijg.” Deze aanpak helpt volgens Hooijen meestal. Ze belanden dan in een kort traject waarbij de jongeren een aantal gesprekken moeten voeren met jeugdagenten. Als ze laten zien dat ze niet meer in herhaling zullen vallen, worden ze losgelaten. “Helaas gaat het niet bij iedereen zo makkelijk”, zegt de jeugdagent. “Sommige gasten zijn heel opstandig en blijven brutaal. Als dit het geval is starten we een langer traject waarbij we, naast de ouders, ook scholen en andere instanties bij de gesprekken betrekken. In de hoop dat ze de ernst van de situatie zullen inzien.”

Na een koude nacht in de cel brengt de politie Luka in contact met een jeugdagent. “Het voelde eerst heel onwennig”, vertelt hij. “Iemand die de hele dag achter je aanloopt en gesprekken wil voeren… Daar word je toch gek van. Dat is wat ik die gehele twee weken dacht.” Zoals Luka al zegt duurde het traject met de jeugdagent niet lang. “Ik misdroeg mij en had geen respect voor de agent. Dit uitte zich in ruzies en ‘stoerdoenerij’ vanuit mijn kant”, zegt hij met het schaamrood op zijn kaken. Het eerste gesprek waar zijn ouders bij waren was gelijk het laatste voor Luka. “Dat was voor de agent de druppel die de emmer deed overlopen. Ik ging fel met hem in discussie en schold hem uit voor ‘flikkerwoutje’. Dat pikte hij niet. ‘Er komt nooit iets van jou terecht’, zei hij. Ik liep boos weg en smeed de deur dicht.”

Als het politietraject niets uithaalt of Hooijen ziet een samenwerking met de jongere niet meer zitten, gaat hij over op stap twee. “Wij kunnen diegene dan niet meer verder helpen. Opstandig of baldadig gedrag kan hier een oorzaak van zijn. Ik ga dan op zoek naar een alternatief, vaak samen met de ouders. De desbetreffende instantie moet er dan voor zorgen dat gespecialiseerde mensen aan de slag gaan met het probleem dat speelt.”

Professioneel bijspijkeren

Twee dagen nadat Luka was weggestuurd door zijn jeugdagent, zat hij gefrustreerd op zijn kamer. “Waarom moet dit mij overkomen, dacht ik bij mijzelf.” Een paar minuten later kwam zijn moeder binnen. “Je gaat naar jongereninstantie Halt”, schreeuwt ze. “Ik wist niet hoe ik moest reageren. De grond zakte onder mij weg. Ik werd zelfs agressief. ‘Ik ga niet’, riep ik naar beneden.” De rest van de dag is Luka niet meer van zijn kamer af gekomen.

Jaarlijks krijgen er zo’n vijftienduizend jongeren te maken met Halt. “Hiermee zijn wij de grootste rehabilitatie-instantie voor jongeren”, zegt Willem Lammerink, communicatieadviseur bij Halt. ‘Iedere jongere een kansrijke toekomst’, dat is het motto van Halt. “Ons doel is om jongeren hun fouten te laten inzien, in de hoop dat ze ervan kunnen leren. Dit doen ze onder leiding van een professionele coach.” Bij de jongereninstantie worden verschillende aanpakken gebruikt. “Het ligt volledig aan het delict dat gepleegd is. Een Jongere die iets heeft vernield, wordt bijvoorbeeld op een taakstraf gezet. Maar een jongere die iets heeft gestolen, krijgt bijvoorbeeld een cursus. We laten dan zien hoeveel impact zo’n actie kan hebben.”

Vijf dagen later was het zover. “Ik kwam aan in een vrijwel leeg Halt gebouw”, Herinnert Luka zich. Hij liep naar de receptioniste en werd naar de derde verdieping verwezen. “Daar had ik mijn eerste gesprek. Ik was zenuwachtig. Mijn handen en benen trilden zichtbaar. Ik vroeg mij van alles af. Hoe lang ging deze grap duren? En waar kom ik straks terecht?” Aan het einde van de gang stond een dunne vrouw. Ze stak haar hand op. “Hier moeten jullie zijn”, riep ze. Luka liep naar binnen. “De vrouw was heel behulpzaam, maar het nieuws dat ik kreeg sloeg in als een bom. Drie maanden lang taakstraf”, zei Luka met een zucht. “En daarbij moest ik ook nog eens aanwezig zijn bij verschillende cursussen. Het begin van een hel.”

Volgens Lammerink is de manier waarop Halt met jongeren omgaat hun grootste kracht. “We willen dat Halt voelt als een tweede thuis. Hoe fout ze ook zijn geweest.” De coach speelt hier een grote rol in. “Deze gaat iedere dag met de desbetreffende jongere in gesprek. Niet alleen over de progressie in zijn proces, maar ook over alledaagse dingen. Zo bouwen ze een band op, in de hoop dat het wat draaglijker wordt voor hem of haar.” Maar het is niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Waar nodig wordt er hard opgetreden. “Ze zitten er wel voor een doel. Als ze de kantjes ervan af lopen en respectloos omgaan met anderen worden ze daar zeker op gewezen. Dit kan leiden tot consequenties als corvee tot een extra taakstraf van 8 uur.”

De eerste week viel Luka heel erg mee. Hij klikte goed met zijn coach en hij had daarnaast goede gesprekken met andere jongeren. “Halt maakte de vervelende tijd een stuk draaglijker”, zegt hij. Al snel kwamen Luka en zijn coach erachter dat hij verkeerd zat. “Dit gedrag zit helemaal niet in mijn aard. Tot die conclusie kwam ik tijdens mijn eerste week. Ik deed mijzelf voor als iemand anders. Een soort act. Dit alles om geaccepteerd te worden door mensen. Dat merkte mijn coach ook.” Na twee weken kwam er vervroegd een einde aan de Halt-periode van Luka, maar dat betekende niet dat zijn traject erop zat.

Maar is deze aanpak ook succesvol? Komen jongeren echt beter uit hun Halt-traject? De cijfers zeggen van wel. “Tachtig procent van onze cliënten komt goed uit de strijd. Zij beweren te hebben geleerd van hun fouten. Ze worden dan met toestemming van de coaches losgelaten.” De andere twintig procent wordt doorverwezen naar stap drie. “Bij deze jongeren zit het probleem vooral mentaal. Zij komen dan bij een jeugdpsycholoog terecht. Hij of zij helpt de cliënt dan verder.”

Mentaal spelletje

Ook Luka kwam terecht bij een jeugdpsycholoog. “Ik wist totaal niet wat ik kon verwachten, maar de zenuwen waren nauwelijks aanwezig. Het einde leek nabij”, concludeert hij. Bij de eerste afspraak kreeg hij te maken met een brede man. “Totaal niet het type om psycholoog te zijn, vond ik.” De kamer was erg grauw en bevatte weinig decoratie. “Zoals je van een man zou verwachten”, lachte Luka. Hij liep de kamer binnen. “Ga zitten”, zei de psycholoog. Hij liep naar de kast, pakte een enorme map en ging met een zucht zitten. “Zo… Luka,…”

Amy Anouk Verberne is zo’n jeugdpsycholoog die betrokken is bij het rehabilitatieproces in Nederland. “Ik word als een soort laatste redmiddel ingeschakeld bij mentale problemen. Als het probleem niet bij de aard of opvoeding van de cliënt zelf zit, maar bijvoorbeeld bij de structurele invloed van groepsdruk. Dat klinkt als een klein probleem, maar kan heel diep zitten bij iemand. Daar moet je goed mee kunnen omgaan. Doe je dit maar half, dan is het een tijdelijke oplossing, maar dat lost het probleem niet op.” De duur van zo’n traject verschilt. “Het wordt opgedeeld in wekelijkse gesprekken. De ene heeft drie gesprekken nodig en de ander tien.”

Hij gesprek is pas vijf minuten oud als hij groepsdruk op tafel legt. “Volgens mij zag hij al snel dat ik makkelijk beïnvloedbaar ben”, zegt Luka. Nadat hij de situatie met de bushalte tot in de details had uitgelegd wist de psycholoog het zeker. “Die groepsdruk, daar zit het probleem bij jou”, vertelde de psycholoog terwijl hij zenuwachtig met zijn pen aan het klikken was. “Zo had ik er nog nooit over nagedacht. Ik wil er misschien wel te graag bij horen. Het was zo duidelijk, maar toch had ik dit nooit zelf ingezien. Ik voelde mijzelf dom. De uitkomst lag zo dichtbij.” Na drie afspraken en een duidelijke oorzaak werd Luka vrijgelaten en kon hij verder met zijn leven.

Van de overgebleven twintig procent slaagt ongeveer de helft bij de jeugdpsycholoog, aldus Verberne. Maar wordt de andere helft dan zonder hulp losgelaten? Nee, zij worden weer overgeheveld aan de jeugdagent en samen met de ouders wordt dan naar een gepaste oplossing gezocht. “Dit gebeurt gelukkig heel weinig, maar als het gebeurt zijn wij als politie niet te beroerd om met een eigen traject aan de slag te gaan. Dit doen we tot het probleem is verholpen. Hierbij houden we ook dagelijks contact met de desbetreffende jongere. We zijn bereid om voor de jongeren door het vuur te gaan. Opgeven is geen optie als het aan mij ligt”, zegt jeugdagent Hooijen.

Een maand later zit Luka met zijn moeder aan tafel. Hij denkt nog vaak terug aan de hectische tijd. “Ik kan vandaag de dag nog steeds niet geloven dat ik dit ooit heb gedaan. Dit past niet bij mij”, zegt hij terwijl hij zichtbaar geëmotioneerd raakt. Hij heeft veel geleerd van deze periode. “Ik maak voortaan mijn eigen keuzes. Het boeit mij helemaal niets meer wat anderen van mij vinden. Ik kies mijn vrienden zorgvuldig en hoef niet meer bij de populairste mensen te horen.” Hij voelt zich sinds deze veranderingen beter dan ooit. “Dit is hoe ik mijzelf wil profileren naar de buitenwereld”, vertelt hij opgelucht. “Nee, daar zal nooit iemand mij meer in belemmeren of beïnvloeden.”

Reageer op dit artikel