Opa Jan: zondagskind in alle opzichten

Een fijn leven. Dat heeft Jan. De 79-jarige ex-leraar handvaardigheid noemt zichzelf een ‘echt zondagskind’. Prachtige loopbaan, gelukkig huwelijk, drie lieve kinderen, vijf nog lievere kleinkinderen. Wat wil een mens nog meer?

Jan van Oorschot werd in Eindhoven geboren op zondag 25 mei 1941. Nog wel een oorlogskind dus. Maar veel merkte hij daar niet van. “Mijn vader was heel handig en maakte een eigen pers waarmee hij een bak/braadmiddel kon maken wat dan weer makkelijk geruild kon worden. Echte hongersnood hebben we dus niet gehad. Verder is het enige wat ik me specifiek herinner dat ik met een speelgoedgeweertje op wacht heb gestaan met een Engelse soldaat bij opgesloten NSB’ers. Die boeven had ik maar even mooi bewaakt”, lacht Jan.

Aan zijn kindertijd heeft Jan veel mooie herinneringen. “Thuis hadden we het altijd erg gezellig. We mochten relatief veel en in ons tuintje van drie-en-een-halve vierkante meter konden we van alles. We speelden zelfs circusje. Dan timmerde mijn vader tribunes, gooide mijn moeder er kleden overheen en konden kinderen uit de buurt naar ons circus komen kijken.” Verder had Jan een warme familie waar hij altijd bij terecht kon. “Mijn tante werd al op vrij jonge leeftijd weduwe. Toen hebben we heel veel samen gedaan. Dan kwam zij bij ons het huishouden doen terwijl mijn moeder, die coupeuse was, jurkjes naaide voor de kinderen uit de buurt. Met mijn neefjes en nichtjes en andere familie hadden we een heel hechte band en we konden er altijd naartoe.”

Creatieve leraar

Als kind had Jan al een creatieve geest. Zo haalde hij toen hij acht was leem uit de Dommel om een hertenkop te kleien. Ook voor lesgeven bleek hij al vroeg een passie te hebben. “Dat ontstond toen ik meneer Dijkstra in de derde klas ontmoette. Hij was naast leraar ook dirigent van een kerkkoor. Ik wilde worden zoals meneer Dijkstra. Muziek geven en voor de klas staan. Ik wilde dus eerst ook muziekleraar worden. Pas toen ik op de ‘Kweekschool’ (wat nu de PABO heet) handvaardigheid kreeg vond ik dat meteen veel leuker.” In zijn carrière heeft Jan eigenlijk voor alle leeftijden gestaan. Van kleine kinderen tot studenten op de Kempel, de Helmondse PABO. Gevraagd naar zijn voorkeur vindt Jan de laatste categorie het fijnst om les aan te geven. “Als je met studenten praat, communiceer je met volwassen mensen en dat vind ik toch wel heel fijn. Maar ik moet toch ook nog elke dag als ik een klein kindje in een kinderwagen zie met een grappig mutsje op even er naartoe om te zeggen hoe mooi zijn mutsje wel niet is. Dat vind ik toch ook nog steeds heel leuk.”

Ultimate love story

Zoals eigenlijk in alle aspecten van zijn leven, was Jan ook zeker gelukkig in de liefde. Toen hij negentien was ontmoette hij de toen 16-jarige Jeanne. “De kweekschoolklas van mijn zus ging voor een soort gemeenschapsdag het stuk ‘Peter en de Wolf’ opvoeren als pantomime. De docent Nederlands zou hen helpen, maar had daar toch geen zin in. Toen was mijn zus er aan de keukentafel over aan het klagen en stelde ik voor het te regisseren. Doe ik wel even, dacht ik. Mijn input ging niet veel verder dan een cirkel op de grond tekenen die een vijver moest voorstellen, maar ik was er in ieder geval. Op een gegeven moment keek ik rond over het podium en zag ik een kat die haar pootjes steeds meer moest optillen. Goh dat is een leuke meid, die kat, dacht ik. Later was er een feestje dat bij haar thuis in het souterrain van het van Abbemuseum plaatsvond. Toen al zochten we heel veel toenadering tot elkaar. Later kwam ze een keer iets brengen naar ons huis en toen heb ik haar naar huis gebracht. Het goot van de regen. Ik sloeg mijn houtje-touwtjejas om haar heen. Toen was het aan.” Als uit een film. Zestig jaar later zijn Jan en Jeanne nog altijd gelukkig getrouwd.

Toch zijn tijden wel veranderd. Vanuit het geloof moesten Jan en Jeanne, zoals iedereen in die tijd, tot hun huwelijk wachten met ‘de daad’. Zes jaar duurde dat. Het was zelfs zo erg dat Arwen, hun eerste kind, echt niet binnen negen maanden van hun huwelijk geboren mocht worden. Toen een hoogzwangere Jeanne die grens over was, was het gevaar van een doodzonde geweken. “Die normen en waarden zien we wel veranderen. Wij gingen voor we trouwden op de brommer een weekendje naar Brussel en boekten daar twee éénpersoonskamers. Want stel je toch voor dat je een kind zou krijgen voor het huwelijk. Dat is wel echt veranderd.” Toch is het ook voor Jan en Jeanne niet alleen maar rozengeur en maneschijn geweest. “Natuurlijk hebben wij ook ooit ruzie gehad. We hebben gewoon geleerd niet te makkelijk de handdoek in de ring te gooien en overal over te blijven praten. Soms moet je elkaar in een huwelijk gewoon de ruimte geven. Scheidingen zijn steeds normaler geworden en dat heeft, denk ik, vooral te maken met het vervagen van normen. Ik denk dat mensen tegenwoordig kortere lontjes hebben. Joost, onze zoon, kreeg via de woningbouwvereniging te horen dat zijn vrouw bij hem weg wilde. Wat dat betreft is het makkelijker geworden om er een einde aan te maken, maar ik zie ons lange huwelijk niet als een verdienste. Het is gewoon een kwestie van altijd de deur openhouden,” geeft Jan aan.

Mooi leven

Als Jan eerlijk naar zijn leven kijkt, weet hij dat het eigenlijk één groot hoogtepunt was. Was omdat het dieptepunt uit zijn leven er een is dat nog altijd bezig is. “In 2014 moest ik eigenlijk naar een routinecontrole die ik al twee jaar om de twee maanden deed. Ik was toen op vakantie en besloot hem maar een keer over te slaan. Bij de volgende controle bleek het mis te zijn. Ik bleek prostaatkanker te hebben. Het half jaar wat erop volgde was niet leuk, maar ik leerde er uiteindelijk mee leven en ik ben er nog steeds.” Eerder dit jaar had Jan een hartinfarct. “Sindsdien ben ik me weer steeds meer bewust geworden van wat ik heb en geniet ik elke dag van de kleine dingen. Van jeu de boulen met medebewoners van onze flat. Van bezoek van mijn kleinkinderen. Van mijn prachtige appartement. Van mijn lieve vrouw. Het deed me wederom beseffen hoe prachtig mijn leven is geweest en nog steeds is. Ik ben in alle opzichten een zondagskind.”  

Reageer op dit artikel