Smetvrees en corona: “Ik voel me als een dier dat moet vluchten voor de vijand”

Sinds de komst van corona zijn we allemaal wat meer met onze hygiëne bezig. Bij sommige mensen slaat dit door in een obsessie waardoor functioneren moeilijk wordt. Emma* (21) is zo iemand: haar smetvrees is verergerd door de coronacrisis.

Samen met twee vrienden loopt Emma een lunchtentje in. Met haar vriendengroep is ze een dagje in de Efteling. Een blonde vrouw bij de deur wijst een tafeltje aan. Oh, dat is wel een hele kleine tafel. Kunnen we nu wel genoeg afstand bewaren? Schiet er meteen door Emma’s hoofd. Gelukkig staat de tafel dicht bij de deur, dan is er tenminste genoeg ventilatie. Emma pakt een stoel en zet die zo ver mogelijk van de tafel af. Een paar minuten later komen er nog drie vrienden aan de tafel zitten. Nu moet ze de stoel wel écht ver weg zetten want anders zit iedereen enorm dicht op elkaar. Met een beschaamd hoofd gaat Emma een paar meter verderop zitten. Met haar hoofd hangt ze half in een plant. Een beetje voor schut, maar tenminste wel veilig. “Dit is wel heftig, wil je niet een keer van die smetvrees af?”, roept een van haar vrienden geïrriteerd. Emma schiet meteen in de verdediging: “Ja, ik volg ook al behandeling hoor!” De opmerking laat haar raar voelen, maar dat houdt Emma niet tegen. Ze voelt een sterke kracht in zich, een kracht die haar drijft om dit te doen. Emma bestelt een frietje en een kaassoufflé. Voordat ze aan haar frietje begint, ontsmet ze eerst uitgebreid haar handen. Niet dat dat nu zoveel rust geeft, want de ontsmetgel helpt niet genoeg. Maar wat moet ze anders? Ze moet zich toch een beetje inhouden in het openbaar? Haar handen hebben kleine scheurtjes. Ze bloeden van het vele wassen en ontsmetten. Met hetzelfde vorkje waarmee ze haar frietjes eet, eet ze ook haar kaassoufflé. Zo is er de minste kans op een coronabesmetting.

Wat is smetvrees?
Smetvrees is een uiting van de obsessieve compulsieve stoornis (OCS), in de volksmond ook wel dwangstoornis genoemd. De officiële diagnose wordt volgens de DSM-5 gesteld als je meer dan een uur per dag bezig bent met dwanggedachten of -handelingen. Iemand die last heeft van smetvrees heeft vaak ook last van andere uitingen van dwang, zegt psychiater Menno Oosterhoff. “Smetvrees is een heel specifieke uiting van dwang. Soms hebben mensen een tijdje last van de ene vorm van dwang en dan weer van de andere.” Hoewel de associatie met angst snel gemaakt is bij smetvrees, is dat niet altijd het geval, stelt Oosterhoff. “Het is een misverstand dat er altijd sprake is van angst bij smetvrees. Bij smetvrees is er sprake van een obsessie maar de reden kan erg verschillen.” De psychiater stelt dat er drie verschillende soorten smetvrees zijn te onderscheiden: de angst om zelf besmet te raken, de angst om anderen te besmetten en de afkeer tegen specifieke voorwerpen of plekken. Bij die laatste variant is er geen sprake van angst.

Addy Nooitgedacht (55) is ervaringsdeskundige bij de hulplijn van Angst, Dwang en Fobie stichting (ADF). Dit is een landelijke stichting die gespecialiseerd is in angsten, dwang en fobieën. Nooitgedacht heeft sinds haar 25e last van smetvrees. Haar obsessie beperkt zich vooral tot de afkeervariant. Ze is blij dat de coronacrisis geen negatieve invloed heeft op haar smetvrees. “Mijn smetvrees heeft daar niets mee te maken. Ik heb bijvoorbeeld iets ontwikkeld tegen kunstgraskorrels op het voetbalveld. Ik ben niet bang om er ziek van te worden, maar toch is het een no-go als het in mijn huis ligt.” Ook heeft Nooitgedacht moeite met de aanwezigheid van asbest en het gebruik van openbare toiletten. Waarom ze precies moeite heeft met zulke specifieke dingen, weet ze niet. “Smetvrees is zo ontzettend onlogisch. Soms heb ik een tijdje last van bepaalde triggers, maar ze kunnen ook weer overgaan.” Ook de wetenschap is er nog niet helemaal uit hoe smetvrees precies ontstaat: naar dwangstoornissen is niet heel veel onderzoek gedaan. Omdat smetvrees een specifieke uiting is van dwang is daar al helemaal niet veel over bekend. Uit onderzoek van VU medisch centrum Amsterdam blijkt wel dat OCS mogelijk een genetische oorzaak heeft. Maar ook opvoedpatronen of andere gezinsleden kunnen dit patroon veroorzaken, net als omgevingsfactoren.

Afstand houden in de achtbaan
Op anderhalve meter afstand loopt Emma achter haar vriendengroep aan. Ze sluiten zich aan in de lange wachtrij voor De Vliegende Hollander. Dat de wachtrij deels binnen is, geeft Emma extra stress. In het donker kan ze niet goed zien wat er gebeurt. Als een man te dichtbij staat, spreekt Emma hem aan. “Zou u misschien wat meer afstand willen bewaren?” de man lijkt overvallen door de vraag. “Oh, eh, ja hoor,” antwoordt hij. Hij neemt afstand. Emma vindt het niet meer dan normaal om mensen aan te spreken als ze niet genoeg afstand houden. Het RIVM heeft deze regels toch niet voor niets bedacht? Na De Vliegende Hollander gaan Emma en haar vrienden naar Baron 1898. Zou er genoeg afstand gehouden worden tussen de karretjes in? Wanneer ze bijna vooraan in de rij staan, ziet Emma dat een medewerkster de karretjes een grondige schoonmaakbeurt geeft. Het ziet er precies hetzelfde uit als op de filmpjes die ze bekeek voordat ze naar de Efteling ging. De vrouw steekt haar duim op naar Emma. Dat geeft een goed gevoel: bij de Efteling weten ze blijkbaar wat ze doen. De poortjes gaan open. Terwijl haar vrienden twee-aan-twee in de karretjes gaan zitten, stapt Emma alleen in een karretje. Wat nou als haar vrienden gaan gillen of schreeuwen? Dan vliegen alle bacteriën door de lucht. Ach, het zal wel moeten kunnen. Die vrouw was niet voor niks zo goed aan het schoonmaken. Tijdens het ritje wendt Emma haar gezicht zoveel mogelijk af. Mocht het virus overslaan door de wind of snelheid, dan loopt ze in ieder geval nog iets minder risico. Heel erg genieten van het ritje doet Emma niet. Het is nog steeds leuk, maar dat ze zoveel stress in haar lichaam zou voelen had ze niet verwacht. Ze voelt zich als een dier dat moet vluchten voor de vijand.

Deurklinken poetsen
Nooitgedacht zegt dat het aantal telefoontjes van mensen met smetvrees bij ADF is toegenomen sinds de komst van corona. “Het is heel vaak zo dat een belangrijke gebeurtenis zoals de coronacrisis ervoor zorgt dat iemand smetvrees ontwikkeld. Het kan dan dusdanig ontploffen dat je er niet meer onderuit kan.” Volgens Hulpgids, een online gids voor de geestelijke gezondheidszorg, komt een dwangstoornis onder ongeveer twee procent van de bevolking voor. Er is daarbij geen groot verschil te zien tussen mannen en vrouwen. In een onderzoek van VU medisch centrum Amsterdam wordt een onderscheid gemaakt tussen vroeg beginnende en laat beginnende OCS. De vroeg beginnende OCS ontstaat rond het elfde levensjaar, de late rond 24 jaar. Bij iemand die rond zijn elfde OCS krijgt is de kans groter dat de stoornis genetisch bepaald is. De mensen die Nooitgedacht spreekt zijn van alle leeftijden. Ze heeft ook wel eens ouders aan de telefoon die bellen voor hun kind met smetvrees. De bellers in coronatijd poetsen vooral heel veel deurklinken. Nooitgedacht probeert dan als ervaringsdeskundige uit te leggen dat ze dwangmatig gedrag vertonen. “Ik vraag wat er gebeurt als iemand één keer de deurklink poetst in plaats van tien keer. Het is belangrijk om te relativeren.”

Smetvreesbehandelingen
Volgens een onderzoek van de Amerikaanse hoogleraar Stanley Rachman zijn er twee dingen die mensen met smetvrees helpen om rustig te worden: het uitvoeren van schoonmaakrituelen en vermijding. Dat laatste kan betekenen dat ze bepaalde plekken niet meer bezoeken of dat ze weigeren om voorwerpen aan te raken. De dwangrituelen zorgen voor de vermindering van angst. Bij het opnieuw opkomen van angst zal er dus weer gepoetst worden om ook die angst weer te verminderen. Beide oplossingen zijn alleen wel kortetermijnoplossingen: op deze manier blijft iemand obsessief bezig met smetvrees. Er zijn verschillende therapieën die iemand kan volgen om met zijn smetvrees om te leren gaan. Zowel de uitvoering van de rituelen als de vermijding wordt afgeleerd tijdens therapie. Uit het onderzoek van Rachman blijkt dat wanneer iemand vaak wordt blootgesteld aan zijn of haar triggers, het er op de lange termijn voor zorgt dat angst en spanning afnemen. Gemiddeld duurt het veertien jaar voordat iemand met dwangsymptomen een behandeling gaat volgen. Psychiater Menno Oosterhoff, die zelf ook een dwangstoornis heeft, denkt dat dit komt omdat veel mensen met een dwangstoornis zich schamen. “Vaak weten ze zelf ook wel dat het onzin is, daarom verbergen ze het.” Ook worden er volgens hem nog te vaak verkeerde behandelingen toegepast omdat niet voor iedereen duidelijk is wat een dwangstoornis precies is. Het volgen van een smetvreesbehandeling kan ervoor zorgen dat je je smetvrees binnen de perken houdt, maar helemaal weg gaat het meestal niet. “Al hebben mensen de allerbeste hulp die er is, over het algemeen is het niet zo dat je het helemaal wegkrijgt” stelt Oosterhoff. Ook Nooitgedacht is het daar mee eens: “Smetvrees zal altijd mijn leven blijven beïnvloeden.”

Kim Schoonen is psycholoog en geeft smetvreesbehandeling. Ze probeert een situatie die paniek oproept na te bootsen in haar praktijk of gaat met cliënten op pad. Zo gaat ze bijvoorbeeld mee naar het winkelcentrum en spreekt ze met de cliënt af dat hij zijn handen niet mag wassen. Van tevoren vraagt ze hoe groot de cliënt het risico schat dat het misgaat en achteraf vraagt ze dit nog eens. “Vaak blijkt achteraf dat het helemaal niet mis is gegaan. Dat geeft inzicht in het eigen gedrag”. Door gesprekken en met behulp van schema’s probeert Schoonen angstige of dwangmatige gedachten om te zetten in rationele gedachten. Ze vindt het belangrijk om ook huiswerkopdrachten mee te geven. Zo leert iemand in zoveel mogelijk situaties en omstandigheden met smetvrees omgaan. “Als de cliënt alleen met een therapeut oefent kan hij leren dat het alleen goed gaat met een therapeut erbij”. Als therapeut wil Schoonen iemand zijn smetvrees het liefst helemaal wegnemen, maar ze beseft zich dat dat niet voor iedereen realistisch is. “Niet iedereen kan je terugbrengen naar nul, zeker niet als iemand al tien jaar dit gedrag vertoont.” In dat geval bespreekt Schoonen samen met de cliënt wat voor hem of haar een leefbare situatie is en wordt dat het uitgangspunt van de therapie.

Fietsen met sportkleding
Emma vertelt zichzelf meerdere keren per dag dat haar angsten irreëel zijn. Op het moment dat haar angst haar in zijn macht heeft, lukt dat vaak niet. Ze belt dan een van haar ouders om haar gerust te stellen. Emma is een perfectionistische, jonge vrouw met veel zelfreflectie. Dat maakt dat ze graag met haar angst om wil leren gaan. Ze wil haar leven wat leuker en meer ontspannen maken. Sinds een aantal weken volgt ze een smetvreesbehandeling. De behandeling die ze volgt is anders dan die van psycholoog Kim Schoonen. Wanneer een cliënt bij Schoonen  een dwanghandeling uitvoert, gaat ze daarover in gesprek met de cliënt. De behandeling die Emma krijgt gaat nog een stapje verder: ze gaat in gesprek met haar begeleider maar er is ook een consequentie verbonden aan haar gedrag. Vanmiddag is het weer zo ver: Emma gaat een kwartiertje fietsen in sportkleding. Het fietsen vindt ze nog niet zo erg, maar het omkleden maakt wel dat de consequentie als een extra dagtaak voelt. Emma mocht de consequentie zelf kiezen van haar behandelaar. De voorwaarde was wel dat het iets moest zijn dat ze niet leuk vindt, maar wel goed is voor haar. Emma voelt de wind in haar gezicht als ze op haar fiets stapt. Op een dag hoopt ze de zekerheid in haarzelf te vinden zodat ze geen geruststelling van buitenaf meer nodig heeft.

* De echte naam van Emma is bekend bij de redactie.

Reageer op dit artikel