Uit een liefdeloos gezin liefde halen

Hotels runnen inhet buitenland, kerkdiensten organiseren voor vreemde vogels en vier kinderen opvoeden met een klein beetje geld. Mijn grootouders kunnen absoluut niet stilzitten en maken het mooiste van hun leven.Voormijn oma is dat erg belangrijk, omdat haar jonge jaren absoluut geen pretje waren. In dit interview tussen kleindochter Iza de Bruin en oma Cobyde Bruinworden familiegeheimenontrafelt en jeugdtrauma’s besproken.De keuken waarin we zitten is knus.De kleine ruimte is gevuld met halflege potjes exotische kruiden, lekker ruikende oliën en verschillende soorten eetgerei: er wordt hier overduidelijk veel tijd doorgebracht. Er vallen wat zonnestralen naarbinnen diede ouderdomsvlekken op mijn oma’s handen onthullen. Diezelfde handen zijn bezig met het snijden van sereh. “Ik moest op kantoor komen, want ik was zogenaamd ‘aanstootgevend’.Ik had namelijk een skibroek aan in plaats van een rok. Die ene met bandjes onder je voet, niet de felgekleurde uit de jaren tachtig,die bestonden toen nog niet. Afijn,de mannen hadden er lastvan,die strakke broek.Je zou denken dat het probleem bij de mannen ligt,maar dat was mijn (mannelijke)baashet niet mee eens.” Ze begint steeds sneller te snijden.“Gelukkig zaten er ook mannen tussen die emotioneel volwassen zijn. Jouw opa bijvoorbeeld.” Ze wijst naar het lijstje boven het fornuis.“Ikwasnet zeventien toen ik hemontmoette.Hij zessentwintig. Het is een van de beste dingen die mij is overkomen”. Toen oma nog thuis woonde, was ze niet heel gelukkig. Aan de manier waarop haar stem soms hapert merk je dat het een gevoelig onderwerp is. Toch praat ze er open over, zolang ze zelfmaar ergens mee bezig is. “Als ik vijf cent kreeg van mijn tante kon ik een ijsje kopen. Van een cent kreeg ik twee dropjes. We waren er helemaal blij mee de rest van de dag. Mijn ouders waren zuinig, maar we gingen daardoor wel elk jaar op vakantie. Mijn moeder, mijn broer en ik voor twee weken, en mijn vader voor een weekje. Daarna moest hij terug om te werken. Dat vond ik helemaal niet leuk, want ik verlangde naarmijn vader. Hij was dol op mij.” Oma pakt de oelek en begint met het fijnmaken van een peper. “Ik weet niet of ik dit moet vertellen hoor,” denkt ze hardop. “Laten we hier straks op terugkomen.”Ze begint te vertellen over een ander gezinslid: haar broer. “Henk was het lievelingetje van mijn moeder. Ik kreeg altijd de schuld. Mijn broer kreegmeer dan ik, ook wat geld betreft. Ze hadden voor hem drieduizend euro gespaard, en ik kreeg helemaal niks. Ik was toch maar een meisje.Tegelijkertijdmoest ik wel m’n salaris afdragen thuis,” zucht ze. Wanneer ik vraag hoe de relatie is met haar broer, stopt ze even met marineren. Oma staart uit het raam naar de vogels en vele planten die de tuin versieren. Het is een rustgevend plaatje, zelfs vanaf de kruk waar ik op zit. “Ik had niet zoveel contact met mijn broer. Dat is pas later gekomen, de jaren voordat hij overleed. Hij kreeg toen pas door hoe ik echt ben. Je krijgt toch een vertekend beeld van iemand als je moeder zo negatief over je praat. Mijnmoeder zag mijn schoonzus ook meer als een dochter dan dat ze mij als een dochter zag. Ze had het ook altijd over hoe goed Henk en Hilda het doen in het leven wanneer ze bij ons op de koffie kwam.” Ze gaat weer verder met koken. “Ik ben altijd heel spontaan, en mijn broer was heel ingetogen. Een andere reden waarom het niet altijd klikte,is omdat hij nooit iets moest hebben van het geloof. Hij vloekte altijd.”Oma zet het gas aan, en zet het raam wagenwijd open. Hetgesisvan de specerijen vult de stilte die even valt. Het is immers ook geen makkelijk onderwerp om over te praten.

“Ik was negentien toen ik trouwde, heel jong. Daar hadden mijn ouders kritiek op. Niet alleen daarop, maar ook opdegenemet wieik getrouwd ben. Opa is half Indonesisch, en dat vonden zij in het begin ook maar vreemd. Mijn ouders zeiden: ‘we komen niet op de trouwerij’, waarop ik antwoorde: ‘dan kom je toch lekker niet?’’’Uiteindelijkzijn ze wel komen opdagen. Lachend vertelt omatoende dominee zei: ‘wil iedereen opstaan?’ iedere gast dat ook deed, behalve haar ouders. “De hele familie was aanwezig. Zelfs mijn zwager die anti-kerk was. Hij zei tegen mij: ‘Co, het was een koninklijkebruiloft’. Het was op een vrijdagmiddag en de rode loper voor de Sint-Janskerk in Gouda lag uit. De bruiloft heeft mijn opa bijna helemaal zelf betaald. Oma’s ouders waren niet bereid om veel uit te geven, terwijl ze het toch best breed hadden. Ze hadden altijd nog kritiek op opa, omdat hij christelijkis. “Het was dus geen walk in the parkom met opa te trouwen. Hij maakteduidelijk dat god altijd op nummer een zou staan. Ik moest er dus letterlijk maar aan gaan geloven. Dat was moeilijk. Mijn ouders snapte niet dat ik ook die kant op ging. Ik heb mij er niks van aangetrokken.Ik ben gewoon mijn gang gegaan. Als je het daar niet mee eens bent, dan heb je pech. Het was tijd om voor mijzelf te kiezen.” Uit automatisme roer ik door het mengsel dat dadelijk ons avondeten wordt. “Stop maar met roeren, schat. Anders klopt de structuur straks niet meer,” zegt oma. Ondanks datze zelf weinig liefde heeft gekend van haar ouders, heeft ze voor ons (klein)kinderen adoratie in overvloed. “Er is wat gebeurd in de oorlog, maar ik weet niet precies wat.”Wepraten verderover haar vader. “Hij is gevangengenomen,en naar Duitsland gevoerdom te werken in de fabriek. Het schijnt dat hij daar een vrouw heeft ontmoet. Ik hoorde dit pas toen ik zeventig was van mijn tante, en ik weet niet wat er van waar is. Ze zegt dat ik nog een halfzus heb. Het is wat he?” Ze droogt haar handen voor de tweede keer achter elkaar aan de handdoek, alsof ze iets te doen wil hebben.“Mijn tante beweert dat hij elke maand geld gafaan die vrouw. Mijn broer ontkende heel dit verhaal. Terwijl mijn vader wel ooit tegen mijn broer heeft gezegd: ‘Was ik maar in Duitsland gebleven. Dan had ik het veel beter gehad.’” Oma moet even slikken. “Toenkwam ook het verhaalnaar boven dat mijn moeder tegen mijn vader had gezegd: ‘Coby is niet van jou.’En dat is iets wat ik pas op mijn zeventigste hoor. Toen mijn vader stierf heeft mij wel tegen mijn broer gezegddat ikzijn volle zus ben. Ik denk er maar niet te veel over na.”Toch zegt ze een aantal seconde later: “Soms fantaseer ik er wel eens over dat ik echt een halfzus in Duitsland heb. Dat zou toch mooi zijn? Ik kan er alleen nooit achterkomen omdat ik geen namen weet.” Voordat ik kan reageren,stopt ze de lepel in mijn mond zodat ik kan proeven. We weten allebei dat het gesprek nu over is.We glimlachen naar elkaar, wetende dat het ook allemaal niet uitmaakt. We hebben elkaar als familie, en dat is al meer dan genoeg.

Reageer op dit artikel