Voetballers op het maatschappelijke toneel

Credits: Cor Potcast

Lange tijd hielden voetballers zich gedeisd op het maatschappelijke speelveld. Nu begeven voetballers en clubs zich steeds vaker buiten de lijnen van het voetbalveld. Dit om meer bewustwording te creëren omtrent maatschappelijke vraagstukken. Neem bijvoorbeeld de heren van de Cor Potcast.

Het water van de Nieuwe Maas in Rotterdam slaat nog net niet tegen de benen op als mensen langs de kade lopen. Aan diezelfde kade ligt Comedy Club Haug, de stamplek van Bart Vriends, Maarten de Fockert en Thomas Verhaar. Zij zijn de mannen van de Cor Potcast, vernoemd naar oud voetballer Cor Pot. Bij binnenkomst zitten de Fockert en Verhaar onderuit op de bank met elkaar te kletsen over huizen en Rotterdamse voetbalpleintjes. Beide heren zijn sinds dit seizoen gestopt met voetballen op professioneel niveau. Ze wachten op Vriends, de enige overgebleven profvoetballer van het podcast team. Bij het voorstellen verkondigt Verhaar dat ‘het hele feest niet had doorgegaan als Vriends ons eerder van jouw komst had verteld’ en begint daarna breeduit te lachen. Kleedkamerhumor, zo gaat dat.

Als Vriends binnenkomt, door de Fockert en Verhaar de ‘big boss’ genoemd, begeven de heren zich naar de studio en nemen ze plaats aan tafel. Bart komt net terug van de training en doet nog snel even de laatste lokken van zijn haar goed. De studio is een kleine, zwarte ruimte met vier grote spotlights die allen gericht zijn op het trio. De tafel staat in het midden van de studio en aan de kop van de tafel staat een camera op statief, voor het wijde shot. De Fockert en Vriends hebben een laptop voor zich, Verhaar niet. In de taal van Vriends is dit ‘het vieze zweethok’, iedereen zal hem daar gelijk in geven. Op een ieder staat nog een aparte camera gericht, voor de beelden op de socials. Alles staat in gereedheid om te starten met de opname van de podcast. Maar de show kan natuurlijk niet beginnen voordat de producent in het andere kamertje in de zeik wordt genomen. De vraag was of één iemand even kon klappen om beeld en geluid te synchroniseren, maar natuurlijk ontstond er een ongecontroleerde chaos aan klappen rondom de microfoons om het hem vooral niet makkelijk te maken. Wederom: kleedkamerhumor.

De voetballerij en de maatschappij

Vriends, de Fockert en Verhaar gaan het maatschappelijk debat graag met elkaar aan. In de podcast, waar zij het zowel over de voetballerij als over maatschappelijke belangen hebben, spreken zij zich openlijk uit over hun standpunten. Sinds kort peilen zij ook de meningen van andere voetballers in de kleedkamer. Vriends legt uit. “Het is een manier voor voetballers om te laten zien dat ook zij zich bezighouden met dit soort zaken. Dat is geen argument of beweegreden, maar wij vinden het vooral leuk om te doen. Wat dat betreft hebben wij ook gewoon een uur te vullen in de podcast. Wij hebben geen interesse in de specifieke zaken van het voetbal; als tactieken, statistieken, wedstrijdverslagen en dat soort dingen. Het is gewoon leuk interesse te verbreden.”

Na de opname van hun podcast sluiten Vriends en de Fockert aan om te spreken over het maatschappelijk belang. Verhaar moet helaas weg en kan geen onderdeel uitmaken van het gesprek. “Voor mij is het makkelijk praten”, trapt de Fockert af. “Ik ben dit seizoen gestopt met voetbal. Ik zou zeggen dat meer spelers dit moeten doen. Maar ik snap dat er een drempel is om over te gaan. De reactie is best snel dat je alleen iets mag zeggen als je presteert. Voor grotere spelers als Daley Blind is die stap bijvoorbeeld makkelijker, omdat hij zoveel krediet heeft dat hij wel iets kan zeggen. Guus Til zou dat bijvoorbeeld niet kunnen. Als hij minder presteert en verkondigt iets, kan er al snel ophef komen. Ik vind dat je als club jouw speler daarin moet ondersteunen als hij zich wil uitspreken. Maar dat gebeurt niet zoveel.”
Vriends kijkt even naar buiten en vult dan aan: “Zeker als grote speler komt er al veel op je af als voetballer, ik denk dat velen zich tot alleen dat willen beperken. Niet nog meer ruis en nog meer meningen over jou. Daarom is de drempel ook groot denk ik. En eerlijk gezegd is er ook veel onverschilligheid. Wat er niet in zit, kan je er ook niet uit krijgen.”

Het kleedkamerpanel van de Cor Potcast is dan ook gevuld met spelers die lijken op de makers, maar ook spelers die totaal van hen verschillen. Dat zie je dus ook terug in de resultaten, zegt de Fockert. “Er zijn nu een stuk of tien jongens die niet meer reageren op stellingen die wij doorsturen. Het kan zomaar zijn dat dat de jongens zijn die zich niet zo bezig houden met dit soort zaken.” Volgens beiden ligt dit ook bij de clubs en de druk die op spelers wordt gelegd met betrekking tot prestaties. Een goed voorbeeld hiervan is voetballer Morten Thorsby. Volgens de Fockert werd hij door zijn agent verschillende keren geadviseerd zich niet uit te spreken omdat de club niet op een goede positie in de competitie stond.

Morten Thorbsy is een Noorweegse voetballer die bekend staat als milieuactivist, hij heeft ook een eigen organisatie genaamd We Play Green. Voetbalclubs en individuele voetballers kunnen zich aansluiten bij deze organisatie die zich inzet voor milieuvriendelijke initiatieven in de voetbalwereld. De oud-voetballer van SC Heerenveen speelt momenteel bij Sampdoria in Italië. Waar hij zich vorig seizoen niet teveel mocht uitlaten heeft hij nu door een kleine actie een grote verandering ingezet. Zijn oude rugnummer 18 heeft hij ingeruild voor rugnummer 2. ‘De 2 verwijst naar het klimaatakkoord van Parijs waarin staat dat de gemiddelde temperatuursverandering op aarde onder de 2 graden moet blijven’, zo vertelt Morten in de podcast bropod.  Zijn club, Sampdoria, heeft dit idee omarmt.

Collectieve- en individuele acties

Waar hun gesprekken in de podcast individuele acties zijn – evenals de actie van Morten Thorsby – verschijnen er steeds meer collectieve acties in het voetbal. Voorbeelden zijn: het regenboogstadion in Duitsland tijdens de interland Duitsland – Hongarije, naar aanleiding van de omstreden homowet in Hongarije, het knielen van alle voetballers in Engeland tegen het racisme en verschillende protesten van nationale teams tegen het wereldkampioenschap voetbal in Qatar. Er zijn verschillende kritieken op dit soort acties. Zo was op het Europees kampioenschap van afgelopen zomer bij het nationale elftal van Italië de regel dat elke speler de vrije keuze had om al dan niet mee te doen met het knielen tegen racisme. De helft deed dit en de andere helft niet. De volgende dag mocht de helft die niet knielden in de media uitleggen waarom zij geen racisten waren. Armin Atabaki en Wessel Wierda keuren dit af in hun column in Het Parool: “Kennelijk staat weigeren aan een statement mee te doen in onze tijdsgeest gelijk aan racisme.”

Vriends en de Fockert kunnen zich hier wel in vinden. Vriends: “Het is precies de reden waarom voetballers of sporters hun handen niet aan maatschappelijke statements willen branden. Je wordt gelijk in een politieke discussie gegooid waar je, of niet genoeg over hebt nagedacht of gewoon geen tijd en ruimte voor hebt in je hoofd. Ik vind het daarom ook behoorlijk lastig hier een duidend antwoord  op te geven”, vervolgt hij. De Fockert denkt er iets langer over na en besluit: “ Er moet geen verplichting komen op het uitspreken van de spelers. Dat moet komen uit een eigen maatschappelijk besef of motivatie. Want dat niet uitspreken wordt dan ineens een statement en dat is niet de kant die je op wilt gaan. Ik vind het moeilijk, ik denk niet dat er een makkelijke oplossing voor is. Communiceren en overleggen is het allerbelangrijkste. Ik denk dat daar van te voren geen blauwprint voor is, omdat het zo vaak verschilt.”

Afzijdig houden

Het gesprek verplaatst zich weer richting de kleedkamer, de mannen denken na over hoe belangrijk communicatie is en hoe het per zaak verschilt. Ondertussen worden er tosti’s op tafel neergezet. “Er kunnen kwesties en situaties zijn die bepaalde jongens zo aan het hart gaan waardoor ze dan een statement willen maken. Het zou dan kunnen overkomen dat als andere jongens het niet willen doen, ze het er niet mee eens zijn. Je kunt dan overleggen om het samen te doen, maar het blijft moeilijk. Zo ga je iets al snel ervaren als groepsdruk”, vertelt de Fockert.

Hij stelt dat alle politiek kan worden verdrongen bij het voetbal. Toch ervaren Vriends en de Fockert dit allebei als een gemiste kans, want daar zou de invloed van het wereldje te groot voor zijn. De Fockert haalt het voorbeeld van Borussia Dortmund speler aan, die openlijk aangeeft zich met geen enkele politieke uitspraak te mengen. Vriends vraagt zich vervolgens hardop af of je dat moet afkeuren, ook al vindt hij zelf dat die speler een kans mist. Ze komen met elkaar in discussie. Het is precies de discussie die oplaaide bij het debat over collectieve en individuele acties. Iedereen moet vrij zijn in zijn keuze, maar de statements zijn wel waardevol en zeker van belang. De Fockert: “Ik denk dat het van relevant is om hem in te laten zien wat hij wél zou kunnen doen, dan kan hij daar zelf een afweging in maken. Arjen Robben deed tijdens zijn carrière ook niks op maatschappelijk gebied en nu zet hij zich volledig in voor duurzaamheid. Dat was dus een bewuste keuze, maar ik denk dat veel jongens geen idee hebben hoe ver hun invloed kan reiken.”

Kleedkamersfeer versus maatschappelijke sfeer

De heren zijn het niet vreemd, elkaar gigantisch voor lul te zetten en keiharde grappen over elkaar maken. Als de Fockert tijdens de opname van vandaag een fout maakt in zijn uitspraak, bulderen Vriends en Verhaar luid door de microfoon van het lachen. Het hoort erbij, een cultuurtje die onverbiddelijk is. Totaal verschillend van de maatschappelijke sfeer. Toch lijken zij zich prima te redden op beide tonelen. “You pick your battles”, zegt Vriends treffend. “Met de één praat je makkelijker over politieke kwesties dan met de ander. Het verschilt ook wel met wie je in de kleedkamer zit”, zegt de Fockert. “Ik zat bijvoorbeeld vaak met Luigi Bruins in de kleedkamer, daar kon ik goed mee praten over politiek maar we waren het nooit met elkaar eens. Met andere gasten ging het dan meer over banalere en grappigere dingen, zo gaat dat en dat is ook prima.”

Het tweetal geeft toe dat de podcast én ervaring hen wel hebben geholpen vocaler te worden over bepaalde onderwerpen. “Drie à vier jaar geleden had ik ook graag mijn mening gegeven in gesprekken of had ik ook sneller een discussie gestart, maar dan was ik toch gereserveerd omdat ik bang was dat men mij het ‘interessante mannetje’ zouden vinden. Als je de stempel van maatschappelijke speler, kun je het makkelijker omarmen”, legt Vriends uit. “Als je ervoor kiest om je maatschappelijk betrokken op te stellen, moet je het op de koop toe nemen dat mensen het daar niet mee eens zijn. Zo is het ook gewoon”, sluit hij af. Volgens de Fockert heeft het ook te maken met het opbouwen van krediet. “Als je net begint als speler, bij een club die invloedrijk en behoorlijk is, snap ik dat je niet zo gauw in de spotlight gaat staan. Je weet dat als je twee wedstrijden minder goed speelt, de publieke opinie gaat roepen dat je je teveel met dingen buiten het veld bezighoudt. Dat zou je dan ook horen van de club, omdat die al snel nadenken over wat de supporters van jouw acties vinden.” Vriends gaat wat onrustiger in zijn stoel zitten en praat wat sneller. Het is te merken dat dit hem diep zit. Zo blijkt ook uit zijn reactie: “Mijn grootste weerstanden in de voetbalwereld is dat het resultaat veel invloed heeft op wat wel en niet kan.”

De clubs

Vriends zei het eerder al: “Het moet echt uit jezelf komen, want vanuit de club wordt het niet zo gauw gestimuleerd.” Ook kiezen veel spelers ervoor zich afzijdig te houden en is de kleedkamer meer een plek voor banale en grappige acties. Wel spijkerhard, en zoals de Fockert zegt ‘niet altijd coisure’. Vriends beaamt dat: “Je hoort vrienden al jaren dingen tegen elkaar zeggen in de trant van ‘homo’. Dat is grappig bedoeld, dat gebeurt overal en dat doe ik zelf ook al honderd jaar. Ik denk omdat we er vanuit gaan dat we allemaal hetero mannen zijn in de voetballerij en we denken dat zo’n grapje wel moet kunnen. Ik ben van mening dat we ondertussen wel hebben geleerd dat dit helemaal niet zo is. En dat is lastig. Ik ben niet het type dat met het vingertje gaat wijzen en gaat corrigeren, maar ik ben me er bewust van geworden en maak mij er gewoon niet meer schuldig aan. Ik let er meer op dan jaren geleden. En misschien is dat te weinig, dat weet ik niet.”

Bewustwording zorgt er dus voor dat dit soort zaken niet meer gebeuren, dit creëer je door jezelf uit te spreken. Clubs zouden daar volgens Vriends en de Fockert wat meer steun in moeten bieden naar spelers die dit willen. Vriends: “Je moet een soort stempel weten te creëren dat je een maatschappelijk betrokken club of speler bent. Vanuit die positie kun je zoveel meer maken. Dat is wat het is. Dat gebeurt dus inderdaad door even door de storm heen te gaan. Misschien valt het mee, misschien ook niet. Maar als je het zowel in goede- als slechte tijden doet, is het eenmaal wat het is.”

Dit antwoord kwam na een vijf minuten durende discussie tussen hen waarin zij elkaar steeds aanvulden. De boys klappen allebei in hun handen: “Nou, deze oplossing hebben wij toch zo maar even uit de mouw geschud”, en ze lachen.
Het is de conclusie na een half uur durend gesprek waarin Vriends en de Fockert open en eerlijk waren over de pijnlijke plekken van het voetbal en de lastige verhoudingen op het maatschappelijk vlak. Na de treffende conclusie lachen ze nog wat af, drinken ze hun glas leeg en begeven zich naar de uitgang vande stand-up comedy club.

Reageer op dit artikel